Paul Verheijen


Home

Menu

Expo

Mail

Info

Bestel

Zoek

HANS SÜSS VON KULMBACH

Rozenkrans triptiek


Hans Süss von Kulmbach (circa 1480- circa 1522)
Triptiek van de Rozenkrans (circa 1510)
Olieverf op panelen, midden: 117,2 x 84,3 cm; zij: 122,5 x 37,8 cm
Madrid - Museum Thyssen-Bornemisza

Merkwaardige reconstructie

In de huidige staat is dit triptiek waarschijnlijk in elkaar gezet in de 19e eeuw.
De zijpanelen zijn later vervaardigd dan het middenpaneel en kunnen worden verbonden met een beschrijving uit 1778 van een altaarstuk voorstellend de Kroning van Maria dat zich bevond in een kasteel in Neurenberg.
De drie panelen zijn allemaal ongetwijfeld van Kulmbach, maar zijn op verschillende tijdstippen geschilderd.
Het centrale paneel, met zijn meer kalligrafische stijl, dateert van iets vóór 1510, terwijl de zijpanelen dateren uit 1513.
Het gotische maaswerk dat het bovenste deel van de zijpanelen omlijst is niet uit die periode, maar werd toegevoegd toen de drie panelen werden samengevoegd.
Op dat moment werden de zijpanelen in de verkeerde volgorde aan het middenpaneel bevestigd.
Volgens de chronologie van het leven van de Maagd, zou de ontmoeting bij de Gouden Poort het linkerpaneel en de presentatie van de Maagd in de tempel het rechterpaneel moeten zijn.
De juiste positie van deze twee scènes levert een betere algehele compositie op met een meer coherente afsluiting aan de rechterkant, waar Maria dan de tempel binnengaat richting middenpaneel.

Middenpaneel

Het drieluik van Kulmbach dankt zijn naam aan de centrale, cirkelvormige rozenkrans van bloemen met vijf kruisjes die staan voor vijf geheimen.
Het schilderij benadrukt het belang van het bidden van de rozenkrans voor het verdienen van aflaten om zo redding te bereiken.
Binnen in het rozenkransmotief wordt de gekruisigde Christus geflankeerd door de Maagd en het Kind, engelen en de zegende God de Vader, temidden van andere figuren, terwijl twee engelen de compositie aan de bovenkant afsluiten, terwijl zij de rozenkrans omhoog houden.
Het middenpaneel toont een thema dat talloze precedenten kent in de Frankische kunst.
De binnenkant is verdeeld in secties aan weerszijden van Christus aan het kruis die deel uitmaakt van een verticale as van de Heilige Drieëenheid, voltooid door God en de Heilige Geest in de vorm van een duif.
In het gedeelte boven het kruis zien we de Maria gekroond als Koningin des Hemels met het Christuskind in haar armen.
In de benedenzone schilderde Kulmbach drie rijen figuren.
- In de bovenste rij van links naar rechts zien we Aäron, zonder zijn gebruikelijke iconografische symbolen, David met zijn harp en kroon, Mozes met zijn hoorn en de Wetstafelen, en Johannes de Doper met het lam.
Aan de andere kant van het kruis staat Petrus met zijn sleutel, Paulus met zijn zwaard.
Achter hen staan twee evangelisten, van wie alleen de rechter is te identificeren als Lucas vanwege het rund.
- In de middelste rij staat Laurentius met zijn rooster, Joris in zijn wapenrusting, Erasmus met de lier met zijn ingewanden en Stefanus met een boek en stenen.
Rechts staan figuren die mogelijk kunnen worden geïdentificeerd als paus Gregorius de Grote, Hiëronymus als kardinaal, Nicolaas met de drie gouden bolletjes en keizer Hendrik de Heilige.
- De onderste rij bestaat uit vrouwelijke heiligen.
Clara met de monstrans, een niet-geïdentificeerde vrouwelijke heilige zonder attributen, Barbara met de kelk, en Catharina met het gebroken wiel en zwaard.
Aan de andere kant staat een Sint Anna-te-Drieën, Maria Magdalena met haar zalfpot en Helena met het kruis.
Onder de cirkel zien we de aartsengel Michael die de zielen weegt naast een kijkje in het vagevuur.

Zijpanelen

Op de linkervleugel van het drieluik heeft Kulmbach de presentatie van de Maagd afgebeeld in de tempel.
Een priester bovenaan de trap ontvangt het kind Maria dat volgens de legende op driejarige leeftijd naar de tempel werd gebracht.
Haar moeder Anna knielt onderaan de tempeltrap en Joachim lijkt in gesprek met zijn vrouw terwijl hij naar boven wijst.
Maria (hier ouder dan drie jaar) beklimt de trap die uit minimaal vijftien treden bestaat vanwege de vijftien zogenaamde trappsalmen (Psalmen 120-134) die traditioneel werden gezongen bij het opgaan naar de tempel.
Aan de rechterkant zien we de ontmoeting van Joachim en Anna bij de Gouden Poort, traditioneel het moment van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria.

JOACHIM & ANNA



2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen