Paul Verheijen

JHERONIMUS BOSCH

Tuin der lusten


6 - Linker binnenluik

In geopende stand gaat het verhaal verder op het linkerpaneel.
Hier staan de naakte Adam en Eva ter weerszijden van God in een fantasielandschap met daarin verschillende exotische dieren en planten, zoals een drakenboom, een olifant en een giraffe.
Sommige kunsthistorici denken dat de schilder hier het paradijshuwelijk heeft afgebeeld (Genesis 1,28).
Andere auteurs denken dat het hier gaat om de schepping van Eva.
Hoe dit ook zij, de voorstelling is gesitueerd in het aards Paradijs op een moment vóór de zondeval.
Opmerkelijk is dat de zondeval zelf niet wordt uitgebeeld, terwijl dat in dergelijke scènes meestal wel gebruikelijk was.
Of is er toch een verwijzing naar die zondeval, zit er een addertje onder het gras?
Een katachtig dier heeft een hagedis in zijn bek en een beer heeft op de achtergrond een hert overmeesterd.
De leeuw weidt niet meer met het lam.
Het zou kunnen dat Bosch zich op die manier in een theologische discussie mengt, waarin de vraag werd gesteld of dieren van nature zondig zijn, maar het kan ook een verwijzing zijn naar de komende zondeval.
Nadat de zinnelust het paradijs is binnengeslopen, beginnen de dieren elkaar naar het leven te staan.

Bosch heeft veel planten en dieren levensecht geschilderd, bijvoorbeeld de olifant en de zeehond.
Beide dieren heeft Bosch met eigen ogen kunnen zien.
Olifanten waren, zij het zeer zelden, aanwezig op kermissen en dergelijke en zeehonden werden soms, weliswaar niet meer levend, in hun geheel aangeboden op de markt voor zeehondenvlees en -bont.
Voor andere, meer exotische dieren, moest de schilder zich behelpen met voorbeelden van anderen.

De drakenboom is bijna in zijn geheel overgenomen van de gravure Vlucht naar Egypte van Martin Schongauer (circa 1435/50-1491).

De giraffe – die in deze vorm overigens ook voorkomt op één van Bosch’ Zondvloedpanelen – is vrijwel identiek aan een tekening in de manuscriptversie van het boek Egyptische reis van de Italiaanse antiquair Cyriacus van Ancona (circa 1391-1455) en dus waarschijnlijk teruggaat op een gemeenschappelijk origineel.

Bosch heeft voor het maken van de Tuin der Lusten meer details ontleent aan bestaande miniaturen en prenten.
Zo is de naakte ruiter op de eenhoorn overgenomen van een prent van de Meester van het Huisboek uit omstreeks 1470 of gaat terug op Zuid-Nederlandse miniaturen.
De bebaarde man die een meisje betast onder in de grote fontein op het middenpaneel is misschien ontleend aan een Brugse miniatuur uit omstreeks 1470 bij een tekst over Romeinse thermen van Valerius Maximus.

De stekelige, roze paradijsfontein is waarschijnlijk een vruchtbaarheidssymbool.
Bovenin bevindt zich een halvemaan, die misschien verwijst naar ongeloof.
De uil in een donkere nis in deze fontein was in Bosch' tijd het symbool van het kwaad, omdat het kleine, nietsvermoedende vogels naar zich toe lokt en vervolgens toeslaat.
In dit licht zou de uil een verwijzing kunnen zijn naar de verleiding van Adam door Eva, die uiteindelijk tot hun verdrijving uit het paradijs zou leiden.
De uil laat zich misschien ook verklaren door een refrein van de dichter Jan van Stijevoort uit omstreeks 1524, dat luidt:

Ghelyc die steenuuls opden dach verbolghen
hen selven berghen voer tschijn der sonnen
Soe doen dees liefkens die niet en volghen
thuwelic alsoot eerst was begonnen


(Zoals de op het daglicht verbolgen steenuil zichzelf verbergt voor het zonlicht,
zo handelen deze liefjes die het huwelijk niet volgen zoals het bedoeld is)

1 - Inleiding
2 - Herkomst
3 - Datering
4 - Christelijk of ketters?
5 - Buitenzijde
6 - Linker binnenluik
7 - Middenpaneel
8 - Rechter binnenluik
9 - Betekenis


2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen