Paul Verheijen

JHERONIMUS BOSCH

Tuin der lusten


8 - Rechter binnenluik


Op het rechterpaneel is de hel afgebeeld, waarin de verdoemden de verschrikkelijkste straffen ondergaan.
Het komt met het middenpaneel overeen in zoverre dat ook hier groepen mensen zijn afgebeeld, die naar zonde gerangschikt lijken te zijn en gezamenlijk bestraft worden.
Muziekinstrumenten als een draailier, een mandoline, harp, fagot en trom zijn hier, als attributen van de zonde, enorm uitvergroot en veranderd in martelwerktuigen.
Figuren die eraan vastgebonden zitten of erin opgesloten zijn, maken duidelijk dat ook muziek in die tijd als zondig werd ervaren.
Aanvankelijk heeft muziek de oren gestreeld, maar ook de ontucht ingeblazen.

In het midden hurkt een wit monster staande op uitgeholde boomstammen en met een eivormige romp, waarin zich een café annex bordeel bevindt, waar zondaars bediend worden door een heks.
Zijn hoofd draagt een plateau, waarop demonen en heksen verdoemden eindeloos rondjes laten maken rondom een enorme doedelzak.
Van dit witte monster is ook een tekening bekend, die zich in het Albertina in Wenen bevindt.
De zondaars in de romp van de boommens zijn vermoedelijk Vastenavondvierders.

Rechts van de boommens is te zien hoe een groepje soldaten gefolterd wordt.
Een van hen wordt door een duivel doorboord met een groot zwaard, terwijl anderen moeten toekijken hoe een soldaat in harnas verslonden wordt door een roedel draakachtige honden.
Zijn linkerhand omklemt het uiteinde van een vaandel met daarop een pad – het symbool van de duivel – en met zijn andere hand houdt hij een miskelk vast.
Een dergelijke foltering wordt op het schilderij de Zeven Hoofdzonden, dat eveneens aan Bosch toegeschreven wordt, voorgesteld als de straf voor zondaars die zich schuldig hebben gemaakt aan de vierde hoofdzonde.
De miskelk, daarentegen, is mogelijk een verwijzing naar de tweede hoofdzonde.
In de prozatekst Die Spiegel der Sonden uit 1434-1436 wordt deze zonde op één lijn gesteld met oorlogszuchtige personen, die er niet voor terugdeinzen
[te] rouen op mennige gewide stede ende nemen der kircken oer guet ende doen si ducke verbernen
([te] roven op tal van gewijde plaatsen en [te] stelen uit kerken, die zij vaak platbranden).

Rechtsonder zit de duivel als een soort Leider van de Hel, op een poepdoos als troon, zondaars te eten en uit te kakken.
Op zijn kop draagt hij een ronde glanzende ketel, die op een wereldbol lijkt.
Er is een spiegeling van een venster in te zien.
Dit zou een metafoor voor een innerlijk venster zonder uitgang kunnen zijn.
De vrouw die daaronder in de bolle spiegel kijkt symboliseert natuurlijk de eerste hoofdzonde.

En weer daaronder dwingt een varken met een nonnenkap een zondaar een schuldbekentenis te tekenen.

1 - Inleiding
2 - Herkomst
3 - Datering
4 - Christelijk of ketters?
5 - Buitenzijde
6 - Linker binnenluik
7 - Middenpaneel
8 - Rechter binnenluik
9 - Betekenis


2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen