Paul Verheijen

BRONZINO

Laurentius op de barbecue


Maniërisme

Maniërisme of de Late Renaissance is de stijl die volgde op de Hoogrenaissance.
De term maniera (stijl) is afkomstig van Giorgio Vasari en was lang de voornaamste aanduiding voor een tamelijk decadente stijl van Italiaans geïnspireerde kunst vanaf circa 1525 tot ongeveer 1580, waarbij de navolging van Michelangelo en Rafaël essentieel is.
Het was pas in de 20e eeuw - met name in het interbellum - dat een meer welwillende houding ten opzichte van maniëristische kunst ontstond en het woord een meer neutrale betekenis begon te krijgen.

De maniëristen geven de voorkeur aan bewegende figuren en dan vooral aan de S-figuur, de slangvormige figuur die niet binnen geometrische cirkels of vierhoeken kan worden gevangen.

De Florentijn Agnolo Bronzino (1503-1572) schilderde drie jaar voor zijn dood dit enorme fresco van de marteldood van Laurentius in een uitbundig sensuele heidense setting.
Halfnaakte beulen slepen hout en kolen aan en porren het vuur nog eens op.
Twee putti komen aangezweefd met een martelaarskroon, palmtak en kelk.
De karakteristieke kenmerken van het maniërisme zijn makkelijk te herkennen.
Let eens op de tamelijk verveelde houding van Laurentius die mooi aansluit bij zijn verzoek hem maar om te draaien omdat hij al gaar is.
Zijn linkerhand lijkt te suggereren jullie doen maar, mij doet het niets.

Links onder het beeld van de Romeinse god Mercurius schijnt Bronzino een zelfportret geschilderd te hebben, samen met dat van zijn leraar Jacopo Pontormo en zijn leerling Alessandro Allori.
Het hoeft geen betoog dat Bronzino idolaat was van Michelangelo en Rafaël.

Diaken

Laurentius was in 257 tot een van de zeven Romeinse diakens gewijd door paus Sixtus II.
Onder de vervolging van keizer Valerianus werd de paus naar het executieterrein geleid.
Laurentius begeleidde hem al huilende en wilde sterven.
De paus zei dat dit na drie dagen ook zou gebeuren en droeg Laurentius op intussen zo snel mogelijk de schatkist te verdelen onder de arme weduwen en wezen.
De prefect van Rome hoorde wat Laurentius deed en zette hem gevangen.
Aldaar genas Laurentius enkele blinden.
Na een tijdje beval de prefect Laurentius hem die schatten van de kerk te laten zien.
Laurentius kreeg drie dagen de tijd om ze te verzamelen.
Hij bracht daarop heel veel arme mensen bijeen en liet die aan de prefect zien als de schatten van de kerk.
Deze werd kwaad dat hij zo bespot werd.
Hij liet Laurentius geselen en met gloeiende platen branden.

Het rooster

De soldaat Romanus (Tarcisius?) die bij deze marteling aanwezig was, bekeerde zich.
Hij zag namelijk hoe een engel de wonden op Laurentius’ lichaam afdroogde met een doek.
Na de marteling doopt Laurentius de soldaat tot christen.
Romanus werd hiervoor terechtgesteld en Laurentius werd opnieuw voor de stoel van de rechter gesleept.

De prefect gaf bevel op de Viminaal-heuvel een groot rooster klaar te maken en er bijna gedoofde, smeulende kolen onder te gooien, zodat Laurentius slechts langzaam zou verbranden.
Laurentius werd naakt op het rooster vastgebonden en zijn vlees werd stukje bij beetje gebraden.
Maar hij bleef kalm en zei zelfs tegen zijn beul dat hij gekeerd kon worden omdat de ene kant gaar genoeg was.
De beul deed het, waarop Laurentius zei dat de beul kon gaan eten, omdat hij gaar genoeg was.
Daarna verzonk Laurentius in gebed waarbij hij God vroeg Rome te bekeren.

Toen hij zijn gebed beëindigd had, overleed hij 10 augustus 258.
Hij werd begraven op de akker van Veranus (nu Campo Verano) aan de Via Tiburtina.
10 augustus werd bijgevolg zijn kerkelijke feestdag.

FLORENCE

Agnolo Bronzino
Martelaarschap van Laurentius (1569)
Fresco
Florence, San Lorenzo

2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen