Paul Verheijen

CARAVAGGIO

Bekering van Paulus


EERSTEKLAS OGEN

‘Een element van de klassieke onderwereld, dat is de boot van Charon’.
  Lize is in de Sixtijnse kapel. Ze kijkt haar ogen uit.
De leraar Latijn legt uit. Het onderwerp is op zijn terrein.
  Hij wijst achter het altaar naar een wand die geheel is beschilderd.
  Vóór in de boot ziet ze een man met een roeispaan over zijn schouder. Hij slaat er mensen mee zijn boot uit. Dat moet Charon zijn. Ze kijkt naar de gezichten van die mensen. Ze hebben bijna onmenselijke gezichten. Ze kijken razend. Tuimelend over elkaar proberen ze het droge te bereiken, waar Minos staat. Een slang omwindt zijn lichaam.

Er zijn hier nog meer kapellen. Ze loopt naar de Cerasi-kapel in de Santa Maria del Popolo-kerk. Dit móeten ze zien. Twee schilderijen uit 1600.
  ‘De meest revolutionaire schilderijen uit de hele geschiedenis van alle christelijke kunst!!’ galmt de leraar door de kerk.
  Dat weet ze nu. Ze is drie dagen in Rome. En alles wat ze ziet is het hoogste, het oudste, het beste, of komt er in de buurt.
Ze blijft staan voor de beide werken. Ze slikt. Wat weet ze van kunst? Niet veel, dat krijgt ze ook niet in de lessen. Maar dit vindt ze mooi.
  ‘Wie heeft dat geschilderd? Ook Michelangelo?’
  ‘Nee... Caravaggio natuurlijk.... of eigenlijk: ja .... Michelangelo was ook zíjn voornaam. Dat weet bijna niemand..... Links is de Kruisiging van Sint Petrus en rechts de Bekering van Sint Paulus.’
  Ze heeft nog nooit van Caravaggio gehoord, laat staan iets van hem gezien. Ze is sprakeloos. Haar ogen worden getrokken naar rechts. Ongeveer twee meter hoog en anderhalf breed, schat ze het schilderij. De werking van licht en donker bekoort haar. Ze kijkt naar het paard. Een prachtige staart hangt tot op de grond. Het rechtervoorbeen is opgeheven. Ze vindt het zeer knap geschilderd. Ze ziet de botten van de benen van het paard. Achter het paard staat een man, met een beetje kaal voorhoofd en rimpels erop. Hij houdt het paard bij zijn bit vast. Ze ziet alleen zijn hoofd, zijn rechteronderarm, drie vingers van zijn linkerhand en zijn blote benen. Het paard bedekt de rest. Ze kijkt vol bewondering naar de aderen die over de benen van de man lopen. Ze ziet het bloed kloppen.

‘Is dat Paulus?’ natuurlijk niet, Paulus ligt op de grond. Hij is verblind door een hemels licht en heft zijn armen ten hemel, waar ook die stem vandaan komt.’

Stem? Hoe gaat dat verhaal ook weer. Ze let nooit op als ze met vader en moeder naar de mis gaat. Sinds een paar jaar hoort ze de teksten in het Nederlands en niet meer in het Latijn. Nu is ze er achter wat er jarenlang is gezegd. Als ze volgend jaar gaat studeren, blijft ze zondagsmorgens lekker in bed liggen, dat weet ze zeker.
  ‘Handelingen der Apostelen, hoofdstuk negen...’
  Gelukkig, ze hoeft het niet te vragen.
‘... daar is te lezen hoe Paulus op weg is naar Damascus om een stelletje christenen te doden. Onderweg wordt hij verblind door een hemels licht, bliksem of iets dergelijks, hij valt op de grond en hoort een stem tegen hem zeggen Saul Saul waarom vervolg je mij? Die stem is natuurlijk van Christus want Paulus zit zijn volgelingen achterna. Op dat moment is Paulus bekeerd en dat heeft Caravaggio hier uitgebeeld.’
  Ze kan zich niet herinneren dat ze dit verhaal ooit in de kerk gehoord heeft. Toch komt het haar bekend voor.

‘Ach ja, kijk maar, dat linkeroog van hem dat je kunt zien, dat is net een walnoot, omdat hij blind is natuurlijk’, zegt een jongen uit haar klas.
  Ze ziet hoe Paulus zijn armen opgeheven houdt. Wil hij zich met zijn handen beschermen tegen het licht? Nee, het lijkt eerder of hij zich overgeeft. Aan Christus natuurlijk die roept Saul Saul. Saul? Hij heet toch Paulus? Dat moet ze straks even vragen. Ze ziet dat Paulus’ armen een halve cirkel beschrijven. Het hemels licht is niet te zien, maar toch zit het in het schilderij. Dat heeft die, hoe heet hij ook weer, knap gedaan.
  Klik. Het schilderij wordt plotseling donker. Ze schrikt ervan. De leraar Latijn doet een nieuw muntje in de lichtautomaat.
‘Kom eens Lize, er is een nieuw boek over Caravaggio verschenen...’
Cor leest de krant aan tafel. Dat vindt hij makkelijker dan op de bank. Lize komt achter hem staan. Ze buigt zich over hem heen. Haar hoofd komt naast dat van hem. Cor kust haar.
  ‘... Kijk, een foto van de Bekering van Paulus.’
  ‘Hé, dat schilderij heb ik gezien in Rome. Ja, dat weet ik zeker. De Bekering van Paulus is dat. Ja..., staat er ook onder.’
  ‘Ja, dat zei ik, jammer dat het niet in kleur is.’
  ‘Ja ... heb jíj dat toen in Rome ook gezien?’
  ‘Nee, dat was maar zo kort. We hebben toen alleen de hoogtepunten bekeken.’
  ‘En dit vonden jullie geen hoogtepunt??’
  ‘Blijkbaar niet, hè.’

Lize leest het artikel bij de foto. De schrijver ervan geeft eerst een samenvatting van de beschrijving van De Kruisiging van Petrus in het boek. Dat schilderij hangt links in dezelfde kapel. Links? De Bekering van Paulus hing toch links? Ze twijfelt. Herinneringen zijn gekke dingen. Onlangs was ze met moeder in de buurt van hun oude huis. Moeder wees haar op de molen die aan de linkerkant van de weg staat. In haar herinnering weet ze niet beter dan dat die molen rechts van de weg staat. Toen ze moeder vroeg of die molen later misschien is verplaatst keek moeder haar alleen maar vragend aan. Zou die verwisseling links-rechts te maken hebben met het feit dat ze op de lagere school haar linkshandigheid moest afleren? Heb je daardoor soms, of misschien wel altijd, herinneringen in spiegelbeeld?
  Ze leest verder. De tekst vat nu ook De Bekering van Paulus samen en maakt gewag van het symbolische zwaard dat links naast Paulus op zijn rode mantel ligt. Op de foto ligt het zwaard aan de rechterkant naast Paulus. En dit is toch echt geen herinnering. Ze ziet het nu zelf ter plekke...
  De foto kan natuurlijk per ongeluk in spiegelbeeld afgedrukt zijn. Of de schrijver van het boek vergist zich of híj herinnert het zich verkeerd. Of de schrijver van het artikel vat slordig samen. Er kan heel wat fout gaan. Zal ze het boek kopen? Dan weet ze het zeker. Onder het artikel staat in kleine lettertjes schrijver en titel van het boek.
  Diezelfde middag nog brengt ze een bezoekje aan de boekhandel. Ze bladert in het boek tot ze de bewuste afbeelding van De Bekering van Paulus tegenkomt. Het zwaard ligt links naast Paulus. Zal ze het boek kopen? Cor vindt het vast veel te duur. Ze kijkt in haar portemonnee. Ze denkt aan vader. Cor heeft ook soms van die trekjes. Ze loopt naar de kassa en rekent het boek af.

‘We hebben al een boek over Caravaggio, dat heb ik in mijn studententijd gekocht. Bijna dertig gulden kostte het, dacht ik. Best duur toen.’
  Als ze het niet dacht.
  ‘Maar deze is nieuwer!’

Ze corrigeert een briefje van Cor dat hij naar de krant wil sturen. Dat men in 1969 al op de maan is geland, maar dat het de krant blijkbaar niet lukt om tien jaar later een foto correct af te drukken. En dat die schrijver nou mooi voor lul staat, omdat zijn tekst niet meer klopt.
  ‘Ik zou het woord lul maar niet gebruiken, Cor.’
  ‘Niks hoor, het is toch zo!’
  Een week later leest ze de krant. Cors brief is geplaatst. Ingekort. Ze glimlacht. En lul is gek geworden.
Bovenstaand hoofdstuk is afkomstig uit de roman

LATE ZOMER

PAULUS

Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610)
Conversione di San Paolo (1600-01)
Olieverf op doek, 230 x 175 cm
Rome - Santa Maria del Popolo (Cerasi-kapel)

2016-2019 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen