Paul Verheijen


Home

Menu

Expo

Mail

Info

Bestel

Zoek

DIRK BOUTS

Een typische belevenis in Leuven




Abraham ontmoet Melchisedech

Genesis 14, 18-20

Op het linkerluik boven biedt Melchisedech, koning van Salem en priester van de Allerhoogste, nabij de poorten van Salem brood en wijn aan aartsvader Abraham aan, na diens overwinning op Kedorlaomer.
De eerstgenoemde is links op de voorgrond voorgesteld, uitgedost als een vorst.
De wijn bevindt zich in een kostbaar kruikje in bergkristal.
Met een elegante kniebuiging neemt Abraham voedsel en drank in ontvangst, terwijl hij een groetend gebaar maakt.
Als strijder draagt hij een wapenrok, een harnas en een zwaard.
Achter Melchisedech bevindt zich een man met een punthoed, in zijn linkerhand de scepter van de vorst.
Uit eerbied omvat hij die met een lange gele doek.
Abraham wordt bijgestaan door een krijger met een lans en dolk.
Het leger van Abraham wacht op het achterplan geduldig tussen de rotsen en heuvels.
De knaap vooraan houdt het paard van de afgestegen bevelhebber vast.
De twee personages in het zwart, op de achtergrond links, worden aangezien als Varenacker en Bailluwel, Bouts' raadgevers, die de iconografie vastlegden.

Laatste Avondmaal

Matteüs 26, 20-30; Marcus 14, 17-31 en Lucas 22, 14-38

In een eigentijds en burgerlijk interieur wordt op het middenpaneel het Laatste Avondmaal afgebeeld.
Dirk Bouts koos voor een centraal standpunt, wat een strikt symmetrische compositie mogelijk maakt.
De vloer is bezet met een gevarieerd patroon van geglazuurde tegels.
In de bovenste helft van het schilderij zien we nagenoeg de volledige achter- en zijwanden van het vertrek.
Een houten zoldering sluit de kamer bovenaan af.
Tegen de achtermuur neemt een monumentale haard in witte steen de volledige hoogte van de kamer in.
Hij is afgesloten met een houten paneel dat de beroete achterkant verbergt.
Voor de haard hangt een koperen lichtkroon aan een katrol.
De kamerwand links wordt doorbroken door twee spitsboogvensters met maaswerk.
Ze bieden een doorkijk op een open plein met houten en stenen huizen en een groot bouwwerk met hoektoren.
Rechts is het lokaal verbreed door een smalle ruimte, van de eigenlijke kamer gescheiden door twee gotische bogen die rusten op een centrale roodmarmeren zuil.
Rechts van de schouw leidt een hoge open deur naar een afgesloten tuin.
Op het timpaan boven de doorgang prijkt een beeldje van Mozes met de wetstafelen.
In de gang fungeert een wandnis met waterketel als lavabo.
De geprofileerde boog boven de nis rust aan beide uiteinden op het figuurtje van een man en een vrouw.
Ze verwijzen naar Adam en Eva en drukken tegelijk een gevoel van huiselijke verbondenheid uit.

Volk raapt manna

Exodus 16, 2-36 en Numeri 11, 6-9

Op het rechter paneel boven wordt het verhaal van de mannaregen uitbebeeld dat zich afspeelt tijdens de tocht van de Joden door de woestijn op weg naar het beloofde land.
Bouts situeert het gebeuren in een rotsachtig landschap, bij het aanbreken van de dageraad, een bravourestukje.
Het manna moest opgeraapt worden voor de zon opkwam, anders zou het wegsmelten door de warmte.
In een lichtende wolk verschijnt JHWH als beschermer van zijn uitverkoren volk.
Op de voorgrond verzamelen een vrouw en twee mannen geknield het manna in kruiken of mandjes.
Ze zijn allen rijk gekleed.
Beide mannen mogen wellicht met Mozes en Aaron worden vereenzelvigd, de hoofdfiguren van het verhaal.
De laatstgenoemde moest een kruik vullen die voor het nageslacht in de Ark van het Verbond diende bewaard te worden.

Paasmaal

Exodus 12, 1-28

Op het linkerluik onder schaart in een eigentijdse kamer een Joodse familie zich rechtstaand rond de tafel om het paaslam te nuttigen.
Het gebraden dier ligt op een grote schaal.
Rond de schaal bemerken we kleine broodjes, gemaakt zonder gist, evenals de bittere kruiden uit de bijbeltekst.
De centrale figuur met jodenhoed en met een kleed en mantel in het rood, ontvleest het lam.
Door de wijze van vasthouden toont hij het ook nadrukkelijk aan de toeschouwer.
Het dier is een voorafbeelding van Christus.
Hij snijdt het voorzichtig, want de beenderen mochten niet worden gebroken.

Tafelschikking

Christus en de twaalf apostelen (noot 1) zitten streng symmetrisch rond een tafel, die met een wit kleed is bedekt.
Een lang en smal doek van een andere witte stof is rondom de tafelrand gedrapeerd en doet dienst als servet.
Centraal staat een tinnen schotel met een bruine saus, verwijzend naar het lam dat men gegeten heeft.
Het tafelgerei bestaat uit diverse soorten glazen, messen, een zoutvaatje en een schenkkan in kristal met de wijn die na de hostie gezegend zal worden.

Het kwartet dat zich aan de lange zijde naast Christus bevindt moet gerekend worden tot zijn vier meest favoriete apostelen.
Petrus bevindt zich aan de rechterzijde van Christus, de handen eerbiedig gevouwen voor de borst. Bouts beeldt hem uit met tonsuur volgens een traditionele iconografie.
Andreas zit naast en half achter zijn broer Petrus, in uiterlijk op hem gelijkend, maar gezien zijn plaats minder prominent.
Een ander broederpaar zit aan Christus' linkerzijde.
Johannes, gehuld in witte kleding heeft zijn handen in gebedshouding. Hierdoor is hij intens betrokken bij de wijding van het brood. Ook geheel binnen de traditie heeft hij een feminien uiterlijk.
Jakobus zit op zijn beurt naast zijn broer Johannes. Of denkt Bouts hier aan een andere Jakobus? (noot 2) Wanneer we namelijk goed naar hem kijken dan valt op dat hij sterk lijkt op Christus. Het is niet ondenkbaar dat Bouts hier gedacht heeft aan Jezus' broer Jakobus. Hij kijkt eveneens in de richting van de hostie en legt daarbij de handen op de tafel.
Judas, de overleveraar, bevindt zich - eveneens passend binnen de iconografische traditie - aan de overkant van de tafel, letterlijk tegenover Christus. Hij verbreekt het serene karakter van het geheel. Zijn grimmige gelaat vertoont brutale trekken en hij legt uitdagend de linkerhand in zijn lende.
De overige zeven apostelen, drie bij drie verdeeld aan de korte tafelzijde en de resterende apostel naast Judas, kijken diverse richtingen uit en schijnen in beschouwing verzonken. Hun handen ondersteunen hun verwondering, eerbied of meditatie. Ze zijn nauwelijks te identificeren.

Engel voedt Elia

1 Koningen 19, 1-8

Op de onderste helft van het rechterpaneel wordt de profeet Elia door de engel gevoed.
Om zijn leven te redden, is de profeet Elia naar de woestijn gevlucht.
Tijdens zijn slaap wordt hij gewekt door een engel, die hem verzoekt te eten van het brood en te drinken van de kruik met water die hij heeft meegebracht.
Dirk Bouts houdt zich aan de bijbeltekst.
Het hoofd van de slapende Elia rust op zijn linkerhand.
Bij zijn hoofd bevindt zich het voedsel: een aardewerken beker met daarop een brood.
Een schitterende witte engel treedt zacht naderbij en wekt de profeet door een voorzichtig handgebaar.
Een slingerende weg leidt naar een met grillige rotsen bezaaide hoogte.
We herkennen daar nogmaals Elia die, nu gesterkt door het hemelse voedsel, een tocht van veertig dagen en nachten aanvangt, tot hij uiteindelijk de godsberg Horeb zal bereiken, waar JHWH verschijnt.
Het landschap is desolaat en roept de woestijn uit de bijbeltekst op.

Betekenis

Bouts stelt de instelling van de eucharistie centraal.
Bij het bekijken van het middenpaneel valt op dat het geheel niet bij duisternis geschilderd is, zoals de bijbeltekst vermeldt, maar wel bij klaarlichte dag.
Hier wordt vermoedelijk verwezen naar de opvatting dat Christus het Licht van de wereld.
De nacht verbleekt door zijn aanwezigheid.

De vijf taferelen zijn onderling typologisch met elkaar verbonden (zie verderop).
De vier scènes op de zijluiken zijn taferelen uit het Eerste Testament.
Elk van hen verwijst naar het centrale paneel met de instelling van de eucharistie tijdens het laatste avondmaal dat beschreven wordt in het Tweede Testament.
Bepaalde gebeurtenissen uit het Eerste Testament kondigen reeds de instelling van de eucharistie aan.
De verbinding tussen de vijf schilderingen hangt samen met de aanwezigheid van brood en/of wijn.
Omdat het laatste avondmaal van Christus het joodse paasmaal was, wordt de link met het paneel linksonder extra benadrukt.
Christus is het (Paas)Lam dat geofferd moest worden.

Opdrachtgevers

In de avondmaalsruimte bevinden zich nog vier andere personages.
De eerste staat met gevouwen handen recht achter Petrus en kijkt naar Christus' handen; een tweede bevindt zich bij de aanrechtkast rechts.
De twee overige figuren kijken links in de achterwand door een doorgeefluik waar op het neergeklapte bord twee tinnen schotels met etensresten staan.
Wie zijn zij?

Omdat het contract met de opdracht voor dit werk bewaard is gebleven, kennen we de opdrachtgevers.
Dat was de Broederschap van het Heilig Sacrament van de Sint-Pieterskerk in Leuven.
Deze Broederschap wilde als specifieke devotie de eucharistische beleving stimuleren.
De vier andere personen (noot 3) zullen ongetwijfeld dus leden zijn van de Broederschap van het Heilig Sacrament.
Deze opdrachtgevers zijn niet knielend afgebeeld, zoals gebruikelijk, maar treden op als dienaars bij het avondmaal en beleven als getuigen de instelling van de eucharistie.

Typologie

De bijbelse typologie of voorbeeldenleer beschouwt bepaalde personen en gebeurtenissen uit het Eerste Testament als voorbeelden voor die uit het Tweede Testament.
Zowel een zaak of een persoon in de bijbel kunnen een typologische betekenis krijgen.
De zaak of persoon in een vroegere tijd wijst naar een parallelle zaak of persoon in een latere tijd.
De typologie laat de gegevens uit het Eerste Testament ongerept, maar stelt ze volledig in de schaduw van een veel betere parallel in het Tweede Testament.
Tegenover iedere schaduwfiguur zoekt men de lichtfiguur van Christus en zijn daden.

De tegenwoordige exegese staat kritisch tegenover dergelijke vaak vergezochte typologieën.
Om die reden spreekt men liever over Eerste en Tweede Testament, in plaats van Oude en Nieuwe Testament.
De laatste benamingen suggereren dat het oude 'vervangen' is door het nieuwe en min of meer in de prullebak kan.
(noot 1)
In het Tweede Testament staat op vier plaatsen een apostellijst.
(Mattheüs 10,2-4; Marcus 3,16-19; Lucas 6,14-16 en Handelingen 1,13)
Binnen dit viertal wisselt de volgorde en zijn de namen niet eensluidend.


(noot 3)
Voor wie dat interessant vindt:
de vier zijn geïdentificeerd als
Erasmus van Baussele
Laureys van Wynge
Reynier Stoep
De bakker Stas Roelofs.
(noot 2)
In het Tweede Testament komt de naam Jakobus een kleine veertig keer voor.
Het gaat om minimaal twee en maximaal vijf personen:
(1) - Jakobus, zoon van Zebedeüs en broer van Johannes, samen Boanerges genoemd, zonen van de donder.
(2) - Jakobus, zoon van Alfeüs
(3) - Jakobus, broer van Jezus, Jozef (=Joses?), Simon en Juda en zoon van Maria (Matteüs 13,55; Marcus 6,3).
(4) - Jakobus, zoon van Maria, Mikros / Minor (de kleine / de mindere) (Marcus 15,40)
(5) - Jakobus, vader (broer?) van Judas (Lucas 6,16).
Jakobus (1) en Jakobus (2) komen samen in alle apostellijsten voor.
De omstreden vraag is of Jakobus (3), (4) en/of (5) te vereenzelvigen zijn met een van die twee of dat het gaat om op zichzelf staande personen. De identificatie van (2) met (4) wordt vaak gesuggereerd, reden waarom (1) Maior, de grote / de meerdere, wordt genoemd, waarbij onduidelijk is of dit onderscheid betrokken moet worden op leeftijd, lichaamsbouw, waardering of tijdstip van geroepen zijn door Christus. Het graf van Jakobus (1) bevindt zich volgens de traditie in Santiago de Compostella.
Kunstwerk

Dirk (Dieric of Theodorik) Bouts (circa 1410-1475)
Altaarstuk van het Heilig Sacrament (1464-68)
Olieverf op panelen, ca. 180 x 300 cm
Leuven - Sint Pieterskerk


2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen