Paul Verheijen


Home

Menu

Expo

Mail

Info

Bestel

Zoek

DUCCIO DI BUONINSEGNA

Verhaal met diepte


Duccio di Buoninsegna (circa 1255-1318/19)
Christus en de Samaritaanse vrouw (1310-11)
Tempera en goud op paneel, 43,5 x 46 cm
Madrid - Museo Thyssen-Bornemisza

Maestà

De Maestà is een begrip in de iconografie binnen de Italiaanse kunstgeschiedenis die staat voor een weergave van de heilige Maagd in majesteit.
Zo'n beeltenis bevat in ieder geval een getroonde Maria met het Christuskind op schoot, vaak omgeven door engelen en heiligen.
De voorstelling ontstond in de 13de eeuw uit de groeiende verering van Maria als de moeder van Christus.
Vooral in Italië werden veel van deze maestà's vervaardigd.
Hoogstwaarschijnlijk de bekendste Maestà is die van Duccio uit 1311, in opdracht gemaakt voor het hoofdaltaar van de Dom van Siena.
Dit uitzonderlijk grote altaarstuk was volgens hypothetische reconstructies ongeveer vijf meter hoog.
Duccio werkte er drie jaar aan.
Het werd op 9 juni 1311 opgeleverd en de voltooiing ervan werd gevierd als een belangrijke gebeurtenis in de stad.
Volgens een eigentijdse kroniekschrijver vergezelden vieringen en een processie van civiele en religieuze hoogwaardigheidsbekleders de Maestà vanuit de werkplaats van Duccio naar de kathedraal.
Het schilderij bleef op zijn oorspronkelijke locatie van 1311 tot 1506, waarna het van het hoofdaltaar naar het transept werd verplaatst, waar het bleef tot 1771, toen het werd gedemonteerd en verminkt.
De bewaard gebleven panelen bevinden zich nu in diverse musea en particuliere collecties.
Hier ziet u afbeeldingen van een reconstructiepoging van de voor- en achterzijde van Duccio's Maestà.

reconstructie voorzijde

reconstructie achterzijde

Christus en de Samaritaanse vrouw

Een van de vele panelen van de Maestà schilderde Duccio voor de achterzijde van de predella en beeldt het verhaal uit van Christus die bij een waterbron een gesprek voert met een Samaritaanse vrouw die daar water komt putten.
Dit gesprek is om veel redenen eigenaardig te noemen.
Van oudsher waren er problemen tussen Joden en onreine Samaritanen.
In Jezus' tijd gingen ze niet met elkaar om.
Bovendien is het ongebruikelijk dat een man een vreemde vrouw aanspreekt.
Jezus vermijdt een ontmoeting met Samaritanen niet, zoekt hen wellicht juist op en dat het hier bovendien ook een vrouw betreft, is voor hem blijkbaar ook niet van belang.
De inhoud van het gesprek is eveneens hoogst merkwaardig, omdat Jezus daarin onder meer blijk geeft dat hij op de hoogte is van het privéleven van de vrouw.
Lees daarvoor het verhaal zoals Johannes dat in zijn evangelie heeft opgeschreven (Johannes 4,1-30).
De vrouw moet dan wel constateren dat ze met een profeet te maken heeft.

Afscheid van de Byzanthijnse kunst

De Maestà is een vroeg bewijs van de ontwikkeling van veertiende-eeuwse kunst naar een meer naturalistische benadering, met meer aandacht voor het verhaal en de behandeling van de ruimte.
Tijdens de 14e en 15e eeuw onderging de Italiaanse schilderkunst een geleidelijke transformatie die afstand nam van Byzantijnse formules met als doel andere figuratieve mogelijkheden te onderzoeken die hun hoogtepunt van ontwikkeling in de vroege 16e eeuw zouden bereiken.
Een deel van deze transformatie werd teweeggebracht door twee Toscaanse kunstenaars: Giotto in Florence en Duccio in Siena.
Beiden braken met de schematische, beperkte modellen van de Byzantijnse schilderkunst en introduceerden als resultaat een nieuw tijdperk in de schilderkunst.

Christus en de Samaritaanse vrouw onthult een aantal vernieuwingen die de Maestà tot een van de meest revolutionaire werken van zijn tijd maakten.
Duccio maakt gebruik van een architecturale structuur en verschillende rotsachtige aardlagen als decor.
Het verhaal vond plaats in de Samaritaanse stad Sichar die is afgebeeld aan de rechterkant.
Vier leerlingen komen tevoorschijn uit de Romeinse poort met eten dat ze hebben gekocht.
Gezeten op de put van Jakob, praat Christus met de Samaritaanse vrouw, een dialoog die Duccio via hun gebaren weergeeft.
Het schilderij probeert de omgeving zo gedetailleerd weer te geven dat de kijker een gevoel van ruimtelijke diepte krijgt.
De put met zijn trappen, de afbeelding van de stad Sichar, de rotsachtige weg die leidt van de stad naar de bron, en de positie van de kruik op het hoofd van de vrouw zijn allemaal afwijkingen van de Byzantijnse picturale conventies.
Het gebruik van goud op de achtergrond wordt weerspiegeld door de decoratieve gouden lijnen op de tuniek en de mantel van Christus die zijn gevormd als gordijnen.
De elegante combinatie van kleuren zijn kenmerkend voor Duccio's werk.
Ook het kleurengamma dat Duccio gebruikt voor de architecturale elementen, laten de veranderingen zien die Duccio heeft geïntroduceerd en die later op grote schaal zouden worden nagevolgd en verspreid.


2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen