Paul Verheijen

ESCHER

Babel van boven


De bijbelse mythe

Het korte verhaal van de toren van Babel is te vinden in Genesis 11,1-9 en in alle opzichten te beschouwen als een mythe.
Het geeft een religieus antwoord op een (nog niet) beantwoorde vraag.
Hoe komt het dat mensen verschillende talen spreken?
Door God dus, die de bouwactiviteiten verstierde door de bouwlieden verschillende talen te geven, waardoor zij elkaar niet meer begrepen en de bouw derhalve stagneerde.
De mythe verklaart de naam Babel dan ook als afkomstig van babal, in verwarring brengen.
Vaak wordt de mythe uitgelegd als een goddelijke bestraffing van de hoogmoed van de mens.
Hoewel ik niet ontken dat hoogmoed een thema in de mythe is, meen ik dat het verhaal allereerst iets wil afwijzen.
De auteur van het verhaal behoorde ongetwijfeld tot een nomadencultuur die een sedentaire cultuur van de hand wijst.

Nadat ze uit het oosten weggetrokken waren, vonden zij een vlakte in Sinear en vestigden zich daar.
Maar de stichting van een stad is gedoemd te mislukken.
In de mythe staat: Nu zeiden ze: 'Laten wij een stad bouwen met een toren.
En als JHWH neerdaalt om de stad en de toren te zien zegt Hij: Wat zij nu doen is nog maar een begin; later zal geen enkel plan van hen meer te stuiten zijn.
Vóór de toren noemt de mythe eerst de stad.
Als je eenmaal in een stad gaat wonen, is het einde zoek.
De straf van JHWH is dan ook niet zozeer de verwarring in de taal.
En JHWH dreef hen vandaar naar alle kanten de hele aardbodem over, en er kwam een einde aan de bouw van de stad.
Let wel dat er staat: de stad, niet: de toren.
De mensen zijn weer als nomaden verspreid over de hele aardbodem.

Als alternatieve titel voor de mythe lijkt me De mislukte stad Babel daarom beter te passen.

Standpunt van Escher

Graficus Escher concentreert zich geheel binnen de traditie op de toren van de stad in deze houtsnede uit eind jaren 20 van de vorige eeuw.
In deze periode speelt perspectief in zijn werk een belangrijke rol.
Escher stelt zich hier als het ware op vanuit het standpunt van God.
In vogelperspectief kijken wij neer op de toren, waardoor het focus komt te liggen op de top van de toren.

Witte en zwarte mensen zijn aan het werk.
Aan de voet van de toren staan al diverse huizen.
Boven stroomt water met daarop bootjes.
Babylonië is het oude Mesopotamië, het Tweestromenland tussen de Eufraat en de Tigris.
Linksonder staat een gebouw dat nogal anachronistisch als kerk bestempeld zou kunnen worden.
Rechtsonder ligt een grote stapel boomstammen ten behoeve van de bouw en heeft Escher gezet GEN. 11:7, het vers dat hij hier heeft willen uitbeelden.
Daar staat dat God zegt:
Laten Wij neerdalen en verwarring brengen in hun taal, zodat de een niet meer verstaat wat de ander zegt.

De bouwvakkers heffen hun handen vertwijfeld ten hemel, eentje legt zijn hand achter zijn oor.
Hij 'verstaat' zijn collega niet.

In zijn boek Grafiek en tekeningen uit 1959 geeft Escher zelf deze toelichting:
Aangenomen wordt dat tijdens de spraakverwarring tevens de verschillende rassen ontstonden;
vandaar dat sommige bouwvakkers wit, andere zwart zijn.
Het werk ligt stil omdat zij elkaar niet meer verstaan.
Aangezien de quintessens van het drama zich afspeelt aan de top van de in aanbouw zijnde toren, werd deze, als in vogelvlucht, van boven weergegeven.
De noodzaak van een sterke perspectivistische wijking naar beneden was hiervan het gevolg.
Het doordenken van dit probleem vond pas ongeveer twintig jaar later plaats.


Heeft Escher door dit perspectief bewerkstelligt dat Gods majesteitsmeervoud Wij nu ook van toepassing kan zijn op ons, toeschouwers van deze houtsnede?
Is dit Eschers visie op een verwarrende en verwarde mensheid?
Maurits Cornelis Escher (1898-1972)
De Toren van Babel (1928)
Houtsnede, 38,6 x 62,1 cm

2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen