Paul Verheijen

CESARE FRACASSINI

Martelaren van Gorkum

Den Briel

Toen Gorkum eind juni 1572 was ingenomen, werden daar — ondanks het bevel van Willem van Oranje om priesters en monniken te ontzien en ondanks de beloofde godsdienstvrijheid — geestelijken gevangen genomen en mishandeld.
Zij werden in de nacht van 5 op 6 juli in een schuit naar Den Briel gevoerd, daar gekerkerd, ondervraagd, bedreigd en gefolterd, om tenslotte op 9 juli in een schuur te worden opgehangen.
Voornaamste grief waren hun ideeen over de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus in de eucharistie en de plaats van de paus in de Kerk.
De 19 lichamen werden verminkt en in een massagraf geworpen.
Hun lichamen werden in 1615 opgegraven door twee franciscanen, naar Brussel gebracht en bijgezet in de franciscanerkerk.

Cultus

In Brussel ontstond al spoedig een cultus die in 1675 leidde tot de zaligverklaring van de Gorkumse martelaren en in 1867 tot de heiligverklaring.
In dat laatstgenoemde jaar kwam ook de plaats van de terechtstelling in Den Briel, het Martelaarsveld, weer in katholieke handen.
De gehangenen worden er nu nog door pelgrims vereerd.
In de loop van de tijd kwamen ook relieken terecht in de slotkerk te Oud-Heusden en in de Antoniuskerk te Gent.
De feestdag valt op 9 juli.

Opdracht

Volgens een sinds de 16e en 17e eeuw gegroeid gebruik vindt de liturgische canonisatie te Rome in de Sint Pieter plaats onder een afbeelding van de heilige(n) om wie het gaat.
Om die reden kreeg de Italiaanse kunstschilder Cesare Fracassini de opdracht van het Vaticaan de terechtstelling van de Martelaren van Gorkom op doek vast te leggen.
De meningen over de kunstzinnigheid van dergelijke afbeeldingen lopen nogal uiteen.
Cesare Fracassini (1838-1868)
I Martiri Gorcomiensi (1867)
Olieverf op doek
Rome - Vaticaanse Musea