Paul Verheijen

JUSTA & RUFINA

Pottenbaksters in Sevilla


Bartolomé Esteban Murillo (1617-1682)
Olieverf op canvas, 200 x 176 cm, circa 1666
Sevilla - Museo de Bellas Artes

Gruwelijke vermelding

Twee vrouwelijke heiligen worden samen op 19 juli in het Martyrologium Romanum genoemd.
- Te Sevilla in Spanje het lijden der H.H. Maagden Justa en Rufina. Zij werden door de landvoogd Diogenianus in hechtenis genomen en eerst op de pijnbank uiteengereten.
Daarna werden zij met de kerkerstraf, uithongering en allerlei kwellingen gefolterd.
Uiteindelijk heeft Justa in de kerker de geest gegeven;
Rufina echter heeft men om haar belijdenis van de Heer de hals gebroken


Zoals meestal is dit martelaarsboek karig met historische feiten en gedetailleerd in de folterbeschrijvingen.
Een legende uit de zesde eeuw meldt dat Justa en Rufina dochters waren van een pottenbakker in Sevilla.
Op een dag omstreeks het jaar 304 passeerde een processie ter ere van een heidense vruchtbaarheidsgod hun huis.
Processiegangers braken enkele potten.
Justa en Rufina vernielden hierop het beeld van de afgod.

Een andere variant weet te melden dat de beide zussen veel geld aan de armen gaven en hun vader hielpen bij de verkoop van het door hun vader gemaakte vaatwerk.
Toen enkele vrouwen in hun winkel kwamen om vaatwerk te kopen voor een offer aan de godin Venus, weigerden Justa en Rufina dit.
De koopsters vernielden daarop al het aardewerk.
Justa en Justina bleven niet achter en vernietigden op hun beurt het Venusbeeld.
Ze werden aangeklaagd bij de landvoogd wegens heiligschennis met het bekende gevolg (zie boven).
Francisco José De Goya y Lucientes (1746-1828)
Olieverf op canvas, 309 x 177 cm, 1817
Sevilla - Kathedraal, Sacristia de los Calices (Kapel van de Kelken)

Vruchtbaarheidsprocessies

Laat-antieke berichten spreken over vruchtbaarheidsprocessies die in Spanje gehouden werden ter ere van Adonis.
Hierbij droeg men aardewerken potten mee, waarin zaden gepoot waren die tijdens de processie ontkiemden.
We zouden hier kunnen denken aan pompoenzaden die razendsnel kunnen uitlopen.
Het godenbeeld werd in een put geworpen en er vervolgens weer uitgehaald ten teken van wederopleving.
Het is duidelijk dat de legende van Justa en Rufina hiermee raakvlakken vertoont.

De Giralda

Sinds de 'katholieke' koning Ferdinand III de Heilige rond 1240 een kerk en een klooster liet bouwen op de plek waar volgens de legende Justa en Rufina waren gemarteld, worden de gezusters vooreerst in Sevilla, later in Andalusië en uiteindelijk in heel Spanje tot Zuid-Frankrijk vereerd tot op de dag van vandaag.
Justa en Rufina zouden de bijna honderd meter hoge klokketoren in Sevilla, de Giralda (de weerhaan), een voormalige minaret, voor blikseminslagen en aardbevingen behoeden.
Terzijde: in 1355 werd de spits door een aardbeving wél verwoest, waarna de huidige opbouw werd gerealiseerd.

De verering van Justa en Rufina is opmerkelijk te noemen wanneer je bedenkt dat het op verschillende vroegchristelijke kerkvergaderingen verboden werd om door middel van provocatie het martelaarschap uit te lokken.

Murillo en Goya

In 1665 kreeg Murillo opdracht het retabel van het hoofdaltaar te schilderen van de kerk van het klooster van de Kapucijnen in Sevilla (zie reconstructie).
Het schilderij van Justa en Rufina was een van de acht panelen daarvan (nr. 6).
De zussen dragen de Giralda en een martelaarspalm in hun handen.
Het gezicht van de ene zus straalt uit dat de bewoners van Sevilla gerust kunnen zijn: de toren blijft gespaard.
De andere zus richt haar blik naar de hemel vanwaar de goddelijke bescherming afkomstig is.

Voor de kathedraal van Sevilla schilderde Goya ruim anderhalve eeuw later een meer dan levensgroot portret van Justa en Rufina, mogelijk geïnspireerd op het werk van Murillo.
De gezusters dragen ook hier elk hun martelaarspalm in de ene hand, maar in de andere een pottenbaksel dat bij Murillo op de grond ligt.
Op de achtergrond beeldde Goya de rivier Guadalquivir, de kathedraal en de Giralda af.
Door twee stralenbundels worden zij in goddelijk licht gezet.
Voor hun voeten ligt een gebroken afgodsbeeld.
Een leeuw likt de voeten van de zus rechts.
Deze leeuw speelt geen enkele rol in de legende van Justa en Rufina, maar verwijst naar het bijbelse verhaal van Daniël die in de leeuwenkuil gespaard bleef.
Een voetenlikkende leeuw werd later het symbool van de overwinning op de dood.

Reconstructie Murillo-retabel - Kapucijnenconvent Sevilla

1 - Maria Onbevlekte Ontvangenis "La Colosal"
2 - Antonius van Padua met Kind Jezus
3 - Felix van Cantalice met Kind Jezus
4 - Jozef met Kind Jezus
5 - Johannes de Doper in de woestijn
6 - Justa en Rufina
7 - Bonaventura van Lyon en Leander van Sevilla
8 - Madonna met Kind "La Servilleta"
Bronnen

- Margaret E. Tabor - De Heiligen in de kunst, hunne legenden, attributen en symbolen, Deventer / Amsterdam 1909, p. 111-112
- Paus Gregorius XIII - Het Roomsche Martelaarsboek, Helmond 1922, p. 213
- Louis Goosen - Van Afra tot de Zevenslapers, Heiligen in religie en kunsten, Nijmegen 1992, p. 220
- Stijn van der Linden - De Heiligen, Amsterdam / Antwerpen 1999, p. 497

2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen