Paul Verheijen

ANNUNCIATIE


Bijbeltekst

In de zesde maand werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria.
Hij trad bij haar binnen en sprak:
Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u!
Zij schrok van dat woord en vroeg zich af, wat die groet toch wel kon betekenen.
Maar de engel zei tot haar:
Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.
Maria echter sprak tot de engel:
Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?
Hierop gaf de engel haar ten antwoord:
De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet, dat zelfs Elisabet, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.
Nu zei Maria:
Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.
En de engel ging van haar heen.

(Lucas 1,26-38)



Ponte (1420-30)

Geliefd

In de christelijke iconografie verwijst het woord Annunciatie (Latijn annuntiatio = verkondiging) naar de voorstelling van de aartsengel Gabriël die - volgens de evangelist Lucas - Maria in haar huis te Nazaret een bezoek brengt en haar meldt dat God haar uitverkoren heeft om de moeder van zijn Zoon te worden.

Het thema was reeds in catacomben van Rome geliefd en daarna nog eeuwenlang ontelbare keren uitgebeeld.
In de Italiaanse schilderkunst van de veertiende en vijftiende eeuw is bijvoorbeeld geen kunstenaar te vinden die niet minstens één Annunciatie geschilderd heeft.
De iconografie van de voorstelling veranderde onder invloed van het theologische commentaren van kerkvaders, middeleeuwse theologen en exegeten en van de betekenis van Maria in de volksdevotie.
In de twaalfde, en vooral de dertiende eeuw nam de verering van Maria zodanige vormen aan, dat men gerust kan spreken van Mariaverafgoding.
Het grote probleem bij de uitbeelding van de Annunciatie was dat er zeer weinig concrete gegevens voorhanden waren.
De schaarse gegevens uit de bijbeltekst werden daarom uitgebreid met gegevens uit de apocriefe boeken.
De meeste voorstellingen van Maria in het algemeen en van de Annunciatie in het bijzonder, gaan terug op Byzantijnse voorbeelden.
De iconografie van de Byzantijnse Annunciaties was niet ontleend aan het Evangelie volgens Lucas, maar aan het apocriefe Evangelie van Jacobus.



Fra Angelico (1430-32)

Vijf loffelijke staten

Een abstract begrip als bijvoorbeeld maagdelijke geboorte, uitgedrukt in hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen, konden alleen door middel van analogieën, symbolen en metaforen voorstelbaar gemaakt worden.
Typologische vergelijkingen met personen, gebeurtenissen en beelden uit het Eerste Testament werden gevonden in de geschriften van kerkvaders en middeleeuwse theologen.
Het gewone volk raakte met deze (denk)beelden vertrouwd door de Marialyriek, de mysteriespelen die in en om de kerken werden opgevoerd, en de preken van met name dominicaner en franciscaner volkspredikers.
De volkspredikers ontleenden hun stof aan een van de eerste Europese bestsellers, de Legenda Aurea van de dominicaan Jacobus de Voragine.
De invloed van dit werk op de christelijke iconografie is buitengewoon groot geweest.
Het is dan ook onmisbaar om de beeldtaal van de middeleeuwen beter te kunnen duiden.
Met name de gedachten en gevoelens van Maria zouden in haar houding weerspiegeld worden.
Een zekere Fra Roberto Caracciolo da Lecce noemt in een preek vijf loffelijke staten van de allerheiligste Maagd.
Voor het gemak, als ezelsbruggetje of als emotionele uitdrukking noem ik die maar de vijf O(h)'s:
1. conturbatio, ontsteltenis
2. cogitatio, overdenking
3. interrogatio, ondervraging
4. humiliatio, onderwerping
5. meditatio, overpeinzing



Fra Angelico (circa 1440)

Da Vinci

Niet iedere schilder was genegen de eerste loffelijke staat van Maria, de opwinding, weer te geven.
Niemand minder dan Leonarda da Vinci waarschuwde hier zelfs voor:
Ik zag een schilderij van een engel die Maria uit haar kamer leek te verjagen, met bewegingen die eruitzagen alsof hij haar aanviel zoals men de gehate vijand aanvalt.
Maria leek zich vertwijfeld uit het raam te willen werpen.
Zorg ervoor dergelijke fouten niet te maken.

Welk schilderij Da Vinci hier bedoelt, is mij niet bekend.



Piero della Francesca (1452-66)

Symboliek

De typisch Italiaanse manier van voorstellen was dat Maria zich bevindt in een portico of loggia, duidelijk gescheiden van de engel door middel van een zuil of zuilenrij.
Dit verandert in de loop van de vijftiende eeuw onder invloed van met name de Vlaamse schilderkunst.
Maria bevindt zich op deze voorstellingen steeds vaker binnenshuis, waarbij het bed op de achtergrond en alledaagse gebruiksvoorwerpen ontleend zijn aan werken van schilders als Rogier van der Weyden.
De symboliek van de afgebeelde voorwerpen ontgaat ons vaak, laat staan dat wij die kunnen duiden.
Die voorwerpen zijn echter juist vanwege hun symbolische betekenis afgebeeld.



Botticelli (circa 1489)



Romano (1490-1500)



Fra Bartolomeo (1498-1509)



Grunewald (1510-15)



Moretto (1535-40)



Savoldo (circa 1538)



Heemskerck (1546)



Pourbus (1552)


2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen