Paul Verheijen

BARMHARTIGE SAMARITAAN

Lucas 10,25-37

Jezus' karakteristieke manier van onderrichten was in gelijkenissen, ook parabels geheten.
Het uitleggen ervan is minder eenvoudig dan het lijkt.
Een parabel ziet er op het eerste gezicht uit als een toelichting op een prediking of een vraag.
Eeuwenlang hebben mensen aangenomen dat een parabel bedoeld was als allegorie.
Zo werd de man die wordt aangevallen als een personificatie van de mensheid gezien.
De rovers waren de duivel en diens trawanten, die de mens van zijn onsterfelijkheid beroofden, hem sloegen door hem tot zonde over te halen en hem daarna halfdood lieten liggen.
Anders dan de priester en de Leviet hielp de barmhartige Samaritaan (Jezus) het slachtoffer en bracht hem naar een herberg (de Kerk) onder de hoede van een waard (Paulus).
De 'overeenkomsten' doen nu kunstmatig aan.
Als antwoord hierop meende men vervolgens dat een parabel slechts één ding moest verduidelijken, maar dat is misschien een overreactie.
Als derde mogelijkheid nam men tenslotte aan dat een parabel een verhaal is met een moraal, waarin een voorbeeld van ideaal gedrag wordt gegeven.
Door cultuurverschillen heeft de parabel vaak aan oorspronkelijke zeggingskracht ingeboet.
Domenico Fetti (circa 1589-1623)
Olieverf op populierhout, 68 x 83 cm (circa 1618-22)
Dresden - Gemäldegalerie alte Meister
Domenico Fetti schilderde één scène uit deze parabel.
De Samaritaan helpt de gewonde man op zijn paard, terwijl links op de achtergrond de priester en de Leviet die hem hadden laten liggen, hun weg vervolgen.

Shockerend

Toen de priester en de Leviet weigerden een lichaam aan te raken dat eruitzag als een lijk, halfdood, kwamen ze in feite de reinheidsgeboden na.
Ze moesten zo rein mogelijk blijven om hun religieuze plichten te kunnen uitvoeren.
Rituele onreinheid zou hen geruime tijd van hun inkomsten hebben beroofd.
Ook realiseert men zich veelal niet dat Samaritanen en joden elkaars vijanden waren al sinds de terugkeer uit de Babylonische ballingschap.
Zij waren afkomstig van de Jozefstammen, maar naar joods besef te zeer vermengd met de in hun land geïmporteerde vreemdelingen, om als zodanig herkend te worden.
Nu het schokeffect van de parabel is verminderd, zijn de vorm en functie ervan niet meer zo duidelijk.
Een parabel was geen verhaal in onze moderne betekenis van het woord, laat staan een verhaal met een morele strekking.
Het Hebreeuwse woord masjal slaat op alle vormen van overdrachtelijke gezegden, spreuken, symbolen, vergelijkingen en allegorieën. Wat men meestal 'verhalen' noemt zijn in feite langere beeldspraken.
Al in het Eerste Testament blijkt dat parabels vaak bedoeld waren om mensen uit hun zelfvoldaanheid wakker te schudden.
Zo wordt koning David na zijn verwerpelijke gedrag inzake Batseba door de profeet Natan met een parabel over een rijke en een arme man om de oren geslagen (2 Samuël hoofdstukken 11-12).
Parabels waren shockerend voor mensen met vastgeroeste overtuigingen.
Ze riepen morele verontwaardiging op.
Rembrandt van Rijn (1606-1669)
Olieverf op eiken paneel, 46 x 66 cm (1638)
Krakau - Czartoryski Museum
De barmhartige Samaritaan is slechts klein en in het donker te zien.
Het landschap vertelt het verhaal.
De krachtige boom is het symbool van standvastigheid en de grillige wolken manen de nietige mens tot ontzag.
Zelfs de jagers, afwezig in de parabel, onderstrepen de assertiviteit van de Samaritaan.

Wie is mijn naaste?

Er zijn in de wereldliteratuur maar weinig teksten die psychologisch en stilistisch zo subtiel zijn opgebouwd als de schijnbaar zo eenvoudige parabel van de Barmhartige Samaritaan.
Jezus vertelt deze parabel aan een wetgeleerde, iemand die beroepshalve de Tora uitlegde.
De man stelt Jezus de vraag: Wie is mijn naaste?
Het is geen vraag waarop een nieuw, verhelderend antwoord verwacht wordt.
Voor gelovige joden staat het antwoord van tevoren al vast.
Het moet luiden: alleen een gelovige jood kan mijn naaste zijn.
De wetgeleerde vermoedt echter dat Jezus zijn leer niet alleen tot joden beperkt wil zien, maar dat hij iedere mens in nood als zijn naaste beschouwt.
Maar met zo'n antwoord zal Jezus tegen de Tora ingaan.
De vraag is dus een valstrik.
Jezus doorziet dat en antwoordt (daarom?) in de vorm van een parabel.
Een knap verteller, deze Jezus!
Het begin van de parabel is al meteen vol actie.
De handeling verloopt in een snel, staccatoachtig ritme, dat pas tot rust komt met het verschijnen van de Samaritaan.
Vanaf dat moment verloopt alles langzamer door de opzettelijke invoeging van vijf vertragende elementen die de hoorder op de beslissende, opmerkelijke daad van de Samaritaan voorbereiden.
Wij horen dat de Samaritaan:
1) op reis is; 2) langs de halfdode komt; 3) de halfdode ziet; 4) ten diepste met de halfdode begaan is; 5) naar de halfdode toegaat; en dan pas komt de mededeling dat hij olie en wijn op zijn wonden giet - in die dagen een probaat middel omdat het bloeden erdoor werd gestelpt en de wond werd gedesinfecteerd - en hij de wonden verbindt.
Eugène Delacroix (1698-1863)
(1849)
Particuliere collectie
Eugène Delacroix beeldde de barmhartige Samaritaan met zijn gewonde uit in de lijn van Peter Paul Rubens: gespierd en kleurrijk.
Zijn eigen, grove penseelstreek is evenwel goed te herkennen.
De priester is bij hem al uit beeld, maar de weglopende Leviet is rechts nog te zien.

Barmhartigheid

Ook de subtiele psychologie van de parabel is overtuigend.
Want nadat Jezus de parabel heeft verteld vraagt hij niet: Wie was de naaste?, maar vraagt hij: Wie van die drie is naar uw mening de naaste geweest van de man die in handen van de rovers was gevallen?
Daarmee dwingt hij zijn gesprekspartner de eigenlijke vraag van de parabel vanuit het juiste perspectief te beantwoorden, namelijk voor wie ben ik de naaste?
De wetgeleerde moet tandenknarsend toegeven dat de naaste van de beroofde reiziger diegene was die hem barmhartigheid heeft bewezen.
Hij krijgt zelfs de naam Samaritaan blijkbaar al niet over zijn lippen.
Vincent van Gogh (1853-1890)
Olieverf op doek, 73 x 60 cm (1890)
Otterlo - Kröller-Müller Museum
Vincent van Gogh verbleef in een inrichting toen hij zijn versie schilderde.
Hij maakte een gespiegelde kopie van het werk van Delacroix, naar wiens voorbeeld Van Gogh ook nog een Piëta schilderde.
In tegenstelling tot het donker en het ondoorzichtige van Delacroix zijn door de spreiding van het licht hier zowel de priester als de Leviet beter waar te nemen.

Helpende vijand

Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat Jezus bij deze parabel gedacht heeft aan een bijbelse illustratie van de weldaad die mensen uit Samaria aan Judeeėrs hadden bewezen.
In de dagen van de Judese koning Achaz werd diens leger verslagen door dat van de koning van Samaria (2 Kronieken hoofdstuk 28).
Op bevel van de profeet Oded werden toen de krijgsgevangen Judeeėrs gekleed, van schoeisel, eten en drinken voorzien en gezalfd.
Degenen die niet meer konden lopen werden op ezels naar Jericho vervoerd.
Ook daar hielp de vijand de jood.
Jezus vertelt geen nieuw verhaal.