Paul Verheijen

JOHANNES DE EVANGELIST

Welke Johannes? - Apostel / Evangelist - Levenseinde - Westen & Oosten

Welke Johannes?

De naam Johannes wordt in het Tweede Testament van de Bijbel gegeven aan vijf verschillende personen:
  • Johannes de Doper
  • Johannes de zoon van Zebedeüs
  • Johannes de vader van Petrus (Johannes 1,42 en 21,15-17)
  • Johannes Marcus (Handelingen 12 - 15)
  • Johannes hogepriester (Handelingen 4,6)
Op deze webpagina gaat het over de zoon van Zebedeüs.

Apostel / Evangelist

Het auteurschap van het vierde evangelie uit het Tweede Testament wordt toegedicht aan Johannes.
Wie was deze Johannes?
Is hij degene die in het evangelie het verhaal vertelt, de spreker, de auteur, of wellicht de eindredacteur?
Vanaf het eind van de tweede eeuw luidt het traditionele antwoord dat Johannes een van de twaalf apostelen van Jezus was, die aan het eind van zijn lange leven dit vierde evangelie uit de Bijbel heeft geschreven.
Hij wordt vaak vereenzelvigd met de door Jezus anonieme mysterieuze 'beminde leerling' (vaak ook weer gezien als 'de andere leerling' of de ooggetuige bij de kruisdood) die we in dit geschrift tegenkomen.
Zijn werk is in dat geval het verhaal van een ooggetuige.
Dit laatste is iconografisch van belang geweest, want Johannes wordt vaak aan de voet van Jezus' kruis afgebeeld.

Verder staan nog drie brieven in de Bijbel op zijn naam en de Apokalyps, het laatste boek van de Bijbel, dat hij schreef tijdens zijn verbanning op het eiland Patmos (Openbaring 1,9).
De moderne exegese is minder stellig in deze opvatting en gaat er vanuit dat deze geschriften zeker niet geschreven zullen zijn door een ooggetuige, maar door christenen uit een latere generatie die we verder niet kennen en die Jezus persoonlijk niet gekend hebben.
Als argumenten hiervoor worden onder andere aangevoerd dat de Tabor-scène en de Getsemane-scène (waarbij Johannes een van de slechts drie ooggetuigen is) ontbreken in het Evangelie en dat Johannes een ongeletterd mens’ was (Handelingen 4,13) wat moeilijk valt te rijmen met het auteurschap van deze in goed Grieks geschreven geschriften.
Zijn geschriften zijn het resultaat van theologisch nadenken achteraf over de betekenis van Jezus’ optreden, dood en verrijzenis.
Om die werken gezag te verlenen werden ze toegeschreven aan Johannes.
Zoiets zou in onze tijd een doodzonde zijn, in die tijd echter niet ongebruikelijk.
Over een ding zijn beide richtingen het eens.
Johannes schreef in de jaren 90 van de eerste eeuw.
Van alle evangeliën is dat volgens Johannes het meest uitvoerig als het gaat om het aanvoeren van ‘bewijsmateriaal’ van een ooggetuige.

Volgens de Legenda Aurea overleefde hij bij de Latijnse Poort in Rome een onderdompeling in een ketel met kokende olie.
Na zijn terugkeer van het eiland Patmos vestigde hij zich in Efeze en vonden er nog veel wonderen plaats.
Zo wekte hij zijn overleden vriendin Drusiana tot leven, kwam hij in conflict met de afgodenpriester Aristodemus waarbij hij het drinken van een gifbeker overleefde.

Levenseinde

Over zijn levenseinde vertelt de Legenda Aurea:
Toen hij 99 jaar oud was, volgens Isidorus in het 67e jaar na het lijden van de Heer, onder Trajanus, verscheen de Heer hem met zijn leerlingen en zei: 'Kom bij mij, mijn beminde, want de tijd is gekomen om met je broeders aan mijn tafel te eten.' Johannes stond op en ging op weg, maar de Heer zei tegen hem: 'Op de dag des Heren zul je bij Mij komen.' Toen de dag des Heren aanbrak, kwam het hele volk samen in de kerk die ter ere van hem gebouwd was. Hij preekte vanaf het eerste hanengekraai voor hen en spoorde hen aan standvastig te zijn in het geloof en vol ijver in de geboden van God. Daarna liet hij naast het altaar een rechthoekige kuil graven en de aarde buiten de kerk werpen. Hij daalde af in de kuil, strekte zijn handen uit naar God en zei: 'Ik ben uitgenodigd aan uw gastmaal, Heer Jezus. Zie, ik kom en ik breng U dank dat U mij hebt willen uitnodigen aan uw feestmaal. U weet dat ik met heel mijn hart naar U heb verlangd. Uw geur heeft verlangens naar de eeuwigheid gewekt. Nu, Heer, vertrouw ik u mijn kinderen toe. Neem mij op bij mijn broeders en laat de vorst van de duisternis niet op mijn weg komen.' Toen hij zijn gebed had beěindigd, straalde er zo'n groot licht op hem dat niemand naar hem kon kijken. Toen het licht verdween, vond men de kuil vol manna. Dit ontstaat daar tot op de huidige dag en men ziet het opwellen als fijn zand op de bodem van de kuil, zoals water in een bron.
(Legenda Aurea 9,139-151)
Johannes behoort door dit 'manna-wonder' tot de groep heiligen die myrobliet worden genoemd.
Verder wordt hij ook gerekend tot de zogenaamde reisheiligen.

Westen & Oosten

Johannes heeft in de westerse kerk en de oosters-orthodoxe kerk twee verschillende feestdagen op de liturgische kalender: Op 26 juni viert de kerk de heiligen Johannes en Paulus.
Het is niet uitgesloten dat het hier ook gaat om de apostel Johannes.

Johannes behoort tot de categorie heiligen die zeer vaak worden afgebeeld.
Ook hier is er een verschil tussen de kerken van het westen en het oosten.
In het westen zien we hem meestal als jongeman met feminiene trekken, dus zonder baard.
Zijn bekendste attributen zijn een adelaar, een boek en een kelk (de gifbeker, zie boven).
Bij de oosters-orthodoxe kerken is hij vaak oud en kaal met een witgrijze baard.