Paul Verheijen

MARIA HEMELVAART


RUBENS

Maria in de bijbel

In de christelijke iconografie is een uiterst prominente plaats weggelegd voor Maria, de moeder van Jezus van Nazaret.
Gezien het aantal vermeldingen van haar naam in het Tweede Testament is dat opmerkelijk te noemen.
De naam Maria als moeder van Jezus komt in het Tweede Testament slechts voor in de geboorteverhalen zoals Matteüs en Lucas die hebben opgetekend en in de scène waarin verbaasde omstanders Jezus betitelen met de woorden dat is toch de zoon van de timmerman, zijn moeder heet toch Maria en Jakobus, Jozef, Simon en Juda zijn toch zijn broers.
Zijn zusters wonen toch allemaal bij ons?
(Mattheüs 13,55-56 // Marcus 6,3).
Verder is er nog één naamsvermelding te lezen in de Handelingen van de Apostelen 1,14.
In het Evangelie volgens Johannes, de brieven en de Apokalyps wordt haar naam nergens genoemd.

CABEZALERO

Kerkvaders

In de vierde eeuw schrijven kerkvaders steeds meer bijzonderheden over Maria die zoals gezegd in de bijbel niet te vinden zijn, bijvoorbeeld wat er met haar lichaam gebeurde na haar dood.
Opmerkelijk wat dat laatste betreft is het getuigenis van een priester uit Jeruzalem, die in diezelfde eeuw beweert dat Maria nooit is gestorven.
Het is in dit verband misschien vermeldenswaard dat er in de kerkgeschiedenis, zelfs in een tijd dat relieken een prominente rol vervulden, nooit een claim is gekomen van gelovigen die menen het lichaam van Maria te bezitten of ernaar hebben gezocht, een feit dat overigens ook goed kan dienen om aan te tonen dat de figuur van Maria fictief is.

Apokrief

Jacobus de Voragine beschrijft in de tweede helft van de 13e eeuw in zijn Legenda Aurea de assumtione beatae Mariae virginis, letterlijk: de aanneming van de gezegende maagd Maria.
Zijn beschrijving heeft hij naar eigen zeggen gehaald uit een apokrief geschrift dat geschreven zou zijn door Johannes de Evangelist.
Zelfs deze a priori goedgelovige pater dominicaan zet vraagtekens bij het waarheidsgehalte van sommige details van deze vertelling om deze vervolgens pagina's lang aan te vullen met wonderen die Maria na haar tenhemelopneming heeft verricht.

Maria krijgt haar dood aangekondigd door een engel die zijn naam aan haar niet prijsgeeft.
Bij haar baar moet een palmtak uit het paradijs gedragen worden.
Maria heeft slechts één wens: te sterven met de twaalf apostelen om haar heen.
Als eerste wordt Johannes op een witte donderende wolk uit Ephese weggevoerd waar hij aan het preken is.
Op zijn bede arriveren vervolgens ook de andere apostelen op een wolk vanuit de plaatsen waar zij aan het preken zijn.
's Nachts verschijnt tenslotte Jezus zelf met een hemelse engelenschaar.
Allen staan rond het bed van Maria en zingen haar toe, waarop de ziel van Maria haar lichaam verlaat en in de armen van haar zoon vliegt.
Jezus geeft de apostelen de opdracht het lichaam van Maria te begraven in een nieuw graf in het dal Josafat, waar volgens het laatste hoofdstuk van het boek Joël het laatste oordeel zal plaatsvinden.

Begrafenis

De apostelen begraven Maria.
Drie dagen daarna zal Jezus terugkeren.
Johannes en Petrus raken in discussie wie van hen tweeën de palmtak van het paradijs dient te dragen.
Die eer is uiteindelijk voor Johannes weggelegd.

De begrafenisstoet blijft niet onopgemerkt en de joden grijpen naar hun wapens om de apostelen te doden en het lichaam van Maria, de moeder van die bedrieger, te verbranden.
Hun hogepriester (in andere bronnen is er sprake van een zekere Jephonias) wil hoogstpersoonlijk de baar omverwerpen, maar zijn handen verdorren en blijven vastzitten aan de baar.
Hij bekeert zich echter tot Jezus Christus, kust de baar en zijn handen worden weer gezond.
Hij krijgt de palmtak van Johannes aangereikt om die aan zijn blinde volk te tonen, opdat zij weer zullen zien.

Hemelvaart

Nadat Maria in het graf is gelegd, blijven de apostelen er drie dagen bij waken.
Dan verschijnt Jezus zoals beloofd en vraagt zijn apostelen welke genade en eer hij zijn moeder moet geven.
Zij antwoorden dat ook Maria haar dood moet overwinnen, zoals ook Jezus zelf dat gedaan heeft.
De aartsengel Michaël brengt daarop Maria's ziel naar Jezus die ziel en lichaam van Maria weer verenigt, zodat haar lichaam niet zal bederven.
Maria staat tenslotte op uit haar graf en stijgt ten hemel, begeleid door een menigte engelen.

Alle apostelen zijn hierbij aanwezig, behalve Tomas.
Als die zich later aansluit bij hen, gelooft hij de apostelen niet.
Plotseling valt de gordel van Maria uit de hemel, waarop Tomas alsnog gelooft dat Maria lijfelijk ten hemel is gevaren.

De kleding van Maria bleef overigens in het graf achter om de gelovigen tot troost te dienen.

Onnodig te melden dat over deze kledingstukken weer diverse legenden in omloop raakten.

Relieken

De Mariaverering kwam mogelijk zo laat op gang juist door het ontbreken van haar lichaam.
Er moesten bijgevolg andere voorwerpen vereerd worden.
Naast haar mantel werden ook haar sluier, doodskleed, gordel, pantoffel en onderkleed geëerd.
Maar ook Maria's haar, moedermelk en zelfs nagelresten kwamen terecht in kostbare reliekhouders.
Ook indirecte relieken, zoals de kaars die bij de annunciatie bij Maria stond of de boom waaronder Maria tijdens de vlucht naar Egypte had gerust, werden relieken.

Het westerse en het oosterse christendom gingen elk op eigen wijze om met de dood en de hemelvaart van Maria.
Ingebed bovendien in zeer veel verschillende tradities, ophefmakende legendes, onsamenhangende wonderen en goedbedoelde maar tamelijk mislukte imitaties van Jezus' verrijzenis en hemelvaart, werd Maria Hemelvaart een letterlijk complex feest.

De Rooms Katholieke Kerk kent op dit moment circa 35 Mariafeesten.

Theologisch concept

Het concept van Maria's hemelvaart past binnen dat van haar onbevlekte ontvangenis en maagdelijkheid.
Van een lichaam dat gevrijwaard was van de erfzonde en maagdelijk is gebleven tijdens het leven, kan men moeilijk accepteren dat het in een graf aan bederf onderhevig zou zijn geweest.

Legendes

Over het overlijden en vervolgens het met lichaam en ziel opgenomen worden in de hemel van Maria kwamen verschillende verhalen in omloop.
Maria zou volgens een van die verhalen 24 jaar na de kruisdood van haar zoon op 72-jarige leeftijd zijn overleden, ofwel in Jeruzalem ofwel in Ephese.
Volgens een andere traditie zou dat 12 jaar na de kruisdood zijn geschied toen Maria 60 was.

Zeven

Traditioneel wordt de dood en hemelvaart van Maria verdeeld in zeven gebeurtenissen:
1. aankondiging dood door palmdragende engel (Michaël?)
2. afscheid van de apostelen
3. dood
4. tocht naar het graf
5. graflegging
6. hemelvaart
7. kroning en intronisatie.

Na het concilie van Efeze in 431, waar Maria de titel Moeder van God (Theotokos) kreeg toebedeeld, kende de Mariaverering een sterke opgang.
De oudste feesten waren nog vooral op Christus zelf gericht.
Later ontstonden feesten waarbij Maria als heilige werd geëerd.

Verschillende data

Aanvankelijk was Ontslaping de naam voor de herdenking van Maria's dood en was de datum 16 of 18 januari: Dormitio Mariae in het Latijn en Koimesis Theotokou in het Grieks.
In het westerse christendom werd, onder invloed van apocriefe teksten en volkslegenden, vanaf de achtste eeuw ook de Tenhemelopneming van Maria (Assumptio) gevierd.
Volgens een koptische traditie zouden er 206 dagen verlopen zijn tussen de dood en de hemelvaart van Maria.
Deze laatste gebeurtenis werd dus oorspronkelijk gevierd op 9 of 11 augustus.

De feestdag staat ook bekend als Maria Hemelvaart, een term die letterlijk genomen niet correct is, omdat Maria door God / Christus in de hemel wordt opgenomen oftewel wordt aangenomen en niet zelf het initiatief heeft.
Dit feest werd in 582 door keizer Mauritius officieel in Byzantium ingevoerd voor 15 augustus, omdat op die datum al de verjaardag van de kerkwijding van een aan Maria toegewijde basiliek op de weg tussen Betlehem en Jeruzalem werd gevierd.
Rome nam het feest van Maria-Tenhemelopneming over in de zevende eeuw onder paus Sergius I.
De oosters-orthodoxe kerken vieren het feest op 28 augustus.

Om dit verwarrende overzicht van data en namen af te sluiten: in het heilig jaar 1950 kondigde paus Pius XII tenslotte het dogma van haar tenhemelopneming af.
Waarvan akte.

2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen