Paul Verheijen

VISITATIE (MAGNIFICAT)

'Tante' Elisabet

Maria Visitatie is de Latijnse benaming voor de bijbelse scène dat Maria een bezoek brengt aan Elisabet.
De evangelist Lucas is de enige die hierover schrijft.
Elisabet was de vrouw van de priester Zacharias.
Als afstammelingen van Aäron behoorde het kinderloze echtpaar op leeftijd tot een priesterlijke familie.
Zacharias krijgt te horen dat Elisabet moeder zal worden van Johannes (de Doper).
In de zesde maand van Elisabets zwangerschap krijgt ook Maria te horen dat ze zwanger is.
Maria besluit dan op bezoek te gaan bij Elisabet, want zij is sungenis van haar, zoals de Griekse term luidt die Lucas gebruikt.
Letterlijk betekent het 'samen geboren'.
Bedoeld kan niet zijn dat Maria ('een meisje' Lucas 1,27) op dezelfde dag geboren is als Elisabet ('op leeftijd' Lucas 1,7).
Het ‘samen’ zal waarschijnlijk op bloedverwantschap slaan, maar dan is de vraag welke bloedverwantschap bedoeld is.
Behoren Elisabet en Maria tot hetzelfde geslacht en zijn zij bijvoorbeeld zussen of nichten?
Mogelijk is ook dat Lucas bedoelt dat ze volksgenoten zijn.
De traditie heeft geen moeite met de Griekse term want Elisabet en Maria staan nu bekend als tante en nicht, maar zoals gezegd is dat bij Lucas niet onmiddellijk duidelijk.

Het bezoek heeft ook een plaats gekregen op de kerkelijke kalender.
Maria-Visitatie werd oorspronkelijk gevierd op 2 juli, maar omdat deze dag dicht na de feestdag van de Geboorte van Johannes de Doper (24 juni) viel, heeft men de feestdag in 1969 verplaatst naar 31 mei, omdat dit beter overeenkomt met de evangelietekst.
Sinds de 19e eeuw wordt ook in de oosters orthodoxe kerk Maria-Visitatie gevierd en wel op 30 maart.

Tijdens het bezoek wordt het Magnificat uitgesproken.

Wie spreekt het Magnificat uit?

De bekende en magnifieke lofzang Magnificat is de langste uitspraak van Maria in heel het Tweede Testament.
Gewoonlijk wordt zij neergezet als tamelijk zwijgzame vrouw.
Omdat Lucas de enige van de vier evangelisten in het Tweede Testament is die dit verhaal in zijn Evangelie opneemt, is het vermoeden uitgesproken, dat deze episode geen oorspronkelijke vroegchristelijke overlevering kan zijn geweest, maar pas door Lucas aan het christelijke geloof zou zijn toegevoegd.
Het is in die opvatting derhalve een zuiver literair werk.

Inhoudelijk gezien past het Magnificat beter in de mond van Elisabet dan van Maria, want God heeft juist bij haar de vernedering van onvruchtbaarheid weggenomen.
Om die reden is het begrijpelijk dat twee oude Latijnse vertalingen en enkele kerkvaders die hieruit citeren vers 46 laten beginnen met En Elisabet sprak.
Dat het Magnificat wordt uitgesproken door Elisabet past eveneens binnen de hypothese die stelt dat het geboorteverhaal in het Evangelie volgens Lucas oorspronkelijk alleen over Johannes de Doper verhaalde en door diens aanhang is opgetekend.
Het Magnificat bevat feitelijk geen enkel christelijk element.
Pas later zouden aanhangers van Jezus van Nazaret diens geboorteverhaal hebben ingevoegd.
Wanneer we in hoofdstuk 1 de verzen 26-45 weglaten, sluit het Magnificat naadloos aan bij de woorden van Elisabet: De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken. Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten.
De vreemde wending direct na het Magnificat in vers 56 is in deze hypothese daarmee ook verklaard.
In de veronderstelling dat Maria in het Magnificat aan het woord is, zou dit vers moeten luiden: 'Zij bleef ongeveer drie maanden bij Elisabet'.
In de hypothese dat Elisabet aan het woord zou zijn klopt dit vers zoals het nu in het Evangelie volgens Lucas staat beter: Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar en ging toen terug naar huis.
Hoe het ook zij: alle gezaghebbende handschriften schrijven dat Maria aan het woord is en veel termen zijn goed op haar toepasbaar.
De wisseling Maria / Elisabet maakt overigens duidelijk dat de woorden van het Magnificat de persoon die ze uitspreekt overstijgen en dat deze hymne letterlijk subjectief is.