Paul Verheijen

GECENSUREERD

Daniele 'il braghettone' da Volterra


VÓÓR



Marcello Venusti

NA



Daniele da Volterra

Laatste Oordeel

Michelangelo schilderde tussen 1536 en 1541 Het Laatste Oordeel op de altaarwand van de Sixtijnse Kapel in Rome.
Na driekwart van dit werk voltooid te hebben kreeg Michelangelo volgens Vasari al stevige kritiek op het vele naakt wat er te zien was.

De pauselijke ceremoniemeester, Biagio da Cesena, vond het geen werk voor een kapel, maar da stufe e d'osterie, voor kachels (van badhuizen?) en voor kroegen.
Michelangelo kaatste de bal terug door de ceremoniemeester in de rechterbenedenhoek van het schilderij af te beelden als Minos, de rechter van de Onderwereld, wiens penis verzwolgen wordt door een slang.
In het Concilie van Trente (1545-1563) werd beslist dat naaktheid in religieuze afbeeldingen niet aanvaardbaar was.

Daniele da Volterra, een leerling van Michelangelo, kreeg daarom de pauselijke opdracht de geslachtsdelen van zo'n veertig figuren met windsels te bedekken.
Da Volterra ging hierna de geschiedenis in als Il Braghettone, de broekenmaker.
Hij kon zijn werk niet voltooien doordat Paus Pius IV overleed en de kapel nodig was voor de pausverkiezing, waarbij de steiger werd verwijderd.

Kopie

In het Museo di Capodimonte in Napels hangt een kopie die Marcello Venusti zo'n acht jaar na voltooiing door Michelangelo van Het Laatste Oordeel maakte.
De beruchte windsels zijn hier niet aanwezig.
Bij de laatste restauratie van het Laatste Oordeel tussen 1990-1994 konden slechts enkele windsels worden verwijderd, omdat onder de meeste windsels niets meer bleek te zitten.

De opvallendste censuur onderging Catharina van Alexandrië die met het gebroken wagenwiel door Michelangelo in het rechter hemelgedeelte werd geportretteerd tussen de heiligen Blasius en Sebastianus.
Op de kopie van Venusti is zij volledig naakt en lijkt Blasius verlekkerd toe te kijken.
Hedendaagse bezoekers van de Sixtijnse Kapel zullen dit niet zien.
Catharina is hier volledig gekleed en het geslacht van Sebastianus met zijn pijlen werd van een schaamlap voorzien.

Blasius

Blasius kijkt keurig gecensureerd nu kuis van Catharina weg, hoewel zij nu gekleed is.
Deze heilige Blasius, wiens liturgische gedenkdag valt op 3 februari, is in katholieke kringen vooral bekend geworden door de zogenoemde Blasiuszegen, waarbij twee al dan niet brandende kaarsen gekruist om de keel van een gelovige werden gehouden om zodoende bescherming te bieden tegen alle mogelijke keelziekten.

Het Roomse Martelaarsboek brengt hem als volgt in herinnering:
Te Sebaste in Armenië het lijden van de heilige bisschop Blasius, martelaar. Hij verrichtte vele wonderen en werd onder de landvoogd Agricolaus eerst lange tijd gegeseld en aan een houten paal opgehangen, waarbij zijn vlees met ijzeren kammen werd vaneen gereten. Dan wierp men hem in een vunzige kerker en werd hij in een put gedompeld, waar hij echter ongedeerd uitkwam. Ten laatste is hij op bevel van dezelfde rechter tegelijk met twee knapen onthoofd. Doordat zeven vrouwen de bloeddruppels opvingen, die tijdens de foltering uit het lichaam vloeiden van deze martelaar, werden zij erkend als christin en zijn daarom na wrede martelingen, nog vóór hem met het zwaard omgebracht.

Volgens de Legenda Aurea bracht een vrouw haar zoon die dreigde te stikken in een visgraat naar Blasius die de zoon redde door gebed en handoplegging.
Een andere vrouw bezocht Blasius in de gevangenis, gearresteerd vanwege zijn geloof, en gaf hem een kaars.
Blasius droeg de vrouw op in elke kerk die aan hem gewijd is elk jaar een kaars te offeren om voor haar een zegen te zijn en voor allen die dit ook doen.
De vrouw deed wat Blasius haar had opgedragen en het bracht haar geluk en zegen.

De keelgenezing en de kaars werden in de traditie bij de Blasiuszegen met elkaar verbonden.
Michelangelo heeft Blasius met de ijzeren kammen herkenbaar afgebeeld.
2016-2020 Paul Verheijen / Nijmegen