Paul Verheijen


Home

Menu

Expo

Mail

Info

Bestel

Zoek

MORETTO DA BRESCIA

Palla Rovellio


Opdrachtgever

Het altaarstuk tooide oorspronkelijk een van de zijaltaren van Santa Maria dei Miracoli in Brescia in de buurt waar de grammaticaleraar en vader van acht kinderen Galeazzo Rovellio woonde.
Volgens de inscriptie op de banderol rechtsonder

VIRGINI DEIPARAE
ET DIVO NICOLAO
GALEATIVS ROVELLIVS
AC DISCIPVLI D.D.
M.D. XXXIX

was Rovellio de opdrachtgever van het werk.
Door het doek aan het heiligdom te schenken, wilde hij zichzelf en zijn leerlingen onder de bescherming brengen van Maria en de heilige Nicolaas van Bari, die in het midden van het tafereel is afgebeeld.
Nicolaas, die traditioneel wordt aangeroepen als de patroonheilige van kinderen, is herkenbaar aan enkele attributen.
Het blonde jongetje uiterst rechts, dat naar de toeschouwer kijkt en trots zijn gift aanbiedt, draagt er een van: de mijter, die hem identificeert als de bisschop van Myra.

De arme buurman met zijn drie dochters

De jongen in het midden draagt drie gouden ballen die hij tegen zijn borst aandrukt.
Het gebaar is ook te verklaren doordat hij met moeite tegelijkertijd zijn schoolboekje vasthoudt.
De drie ballen zijn de picturale omzetting van de drie zakken goud waarmee de heilige vrijgevig de bruidsschat garandeerde van drie dochters van een in ongenade gevallen familie.

Volgens de Legenda Aurea van Jacopo de Voragine uit de dertiende eeuw, was de buurman van Nicolaas in Myra weduwnaar, zonder bezit, met drie huwbare dochters van rond de twaalf jaar jong, die geen kans maken op een echt¬genoot omdat zij geen bruidsschat hebben.
Er rest de dochters niets anders dan een smadelijk perspectief: het bordeel.
Nicolaas, geschrokken van dit zondige vooruitzicht, sluipt op een nacht naar het huis van de koopman en gooit daar door het venster, zonder dat iemand het merkt, een klomp goud naar binnen.
De volgende ochtend vindt de vader het goud, dankt God en organiseert van het geld een bruiloft voor zijn oudste dochter.
Niet lang daarna doet Nicolaas nog eens hetzelfde.
Als de arme man wederom het vele goud vindt, looft hij God met heel zijn hart en neemt zich voor voortaan op de loer te gaan liggen.
Hij wil wel eens weten wie die vriendelijke gever eigenlijk is.
Kort daarop werpt Nicolaas twee keer zoveel goud dan daarvoor in het huis.
De buurman herkent Nicolaas die hem verzoekt dit geschenk geheim te houden.

Een jood bedrogen

Bij de iconografie van de heilige hoort ook de met een knop bekroonde staf die is versierd met gouden munten en die te zien is op de achtergrond links.
Dit verwijst wederom naar de Legenda Aurea.
Iemand leent van een Jood geld en zweert bij Nicolaas, dat hij het teruggeeft zodra hij kan.
Maar de schuld staat lang uit en uiteindelijk vordert de Jood zijn geld terug van zijn schuldenaar, maar die beweert dat hij het al teruggegeven heeft.
De Jood brengt hem daarom voor het gerecht en de schuldenaar wordt opgelegd te zweren bij Nicolaas.
Hij neemt een holle stok, vult die met goudstukken en neemt die mee naar het gerecht, zogenaamd ter ondersteuning.
Op het moment dat hij moet zweren, laat hij de stok vasthouden door de Jood en zweert dat hij meer heeft teruggegeven dan dat hij verschuldigd was.
Nicolaas treedt niet op omdat het geld inderdaad letterlijk in handen van de Jood is.
Na het afleggen van de eed vordert de bedrieger de stok terug van de Jood.
Als hij naar huis gaat wordt hij dodelijk aangereden door paard en wagen.
De stok, waarin het goud zit breekt en het goud rolt eruit.
Wanneer de Jood dat verneemt wil hij het goud niet terug.
"Dat doe ik niet, stel dat hij door de genade van Nicolaas weer uit de dood opstaat."
Dat laatste gebeurt natuurlijk en de Jood laat zich in Christus' naam dopen.

Invloed van Titiaan

De indeling van het tafereel wordt bepaald door de ongebruikelijke plaats van de troon, die tegen de rechterrand op een verhoging staat.
De compositie draait om de diagonaal die perfect het hoofd verbindt van Maria met dat van Nicolaas.
Kunstcritici hebben aangegeven hoe het altaarstuk in zijn geheel — en in het bijzonder het levendige en rijke palet — de interesse van Moretto voor Titiaan vertegenwoordigt.
Haast alsof ze aan de controle van de kunstenaar ontsnapten komen er toch, tussen de regels door van deze hommage aan de Venetiaanse kunst, spoortjes naar boven van het realisme dat zo onderscheidend is voor de Lombardische schilderkunst:
- de vochtsporen op de marmeren boog
- de bundeltjes gras die het bouwwerk ontsieren
- drie wilde anjers
- de rafelige gouden rand van het kostbare doek dat de troon siert
- de mozaïektegels van de apsis.

En aan deze hang naar naturalisme, die het schilderij de aantrekkingskracht van een familietafereel geeft, is de warme omhelzing tussen het moeder en kind te danken en het beschermende gebaar waarmee Sint-Nicolaas — in wiens figuur wellicht meester Rovellio zelf is geportretteerd — de kinderen naar de troon duwt.
Herkennen we in de figuur van het kindje in het groen dat een boekje leest, een vroeg bewijs van de begaafde leerling?
Kunstwerk

Moretto da Brescia (Alessandro Bovicino) (circa 1498-1554)
De heilige Nicolaas van Bari presenteert Galeazzo Rovellio's leerlingen aan de tronende Maria met kind (Pala Rovellio) (1539)
Olieverf op doek, 245 x 192 cm
Brescia - Pinacoteca Tosio Martinengo
Bron

Bram de Klerck - In het hart van de Renaissance - Schilderkunst uit Noord-Italië, 1500-1600
Enschede / Zwolle 2017

IN HET HART VAN DE RENAISSANCE

NICOLAAS



2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen