Paul Verheijen

REMBRANDT

Verloochening

Aangekondigd en uitgevoerd

De verloochening of ontkenning van Petrus is een verhaal in het Tweede Testament dat in alle vier evangeliën op verschillende wijze wordt verteld.
De verhaallijnen zijn grosso modo hetzelfde, maar de vier verslagen spreken elkaar tegen met betrekking tot de proloog, de localisering, de personages, de handelingen en de chronologie.
Gecombineerd samengevat komt de scène hierop neer:

Christus heeft aangekondigd dat Petrus, zijn belangrijkste leerling die hem later zou opvolgen, hem driemaal zal verloochenen, dat wil zeggen: ontkennen dat hij wist wie Christus was of een volgeling van hem te zijn, vóór het kraaien van de haan.
Petrus verklaarde zich echter bereid samen met Christus te sterven.
Na de arrestatie van Christus volgde Petrus hem terwijl hij werd meegevoerd naar het huis van de hogepriester.
Terwijl Christus binnen door hem werd verhoord, bevond Petrus zich op de binnenplaats voor het huis bij een vuur.
Daar waren verschillende mensen die hem drie keer bevroegen dan wel hem ervan beschuldigden een volgeling van Christus te zijn.
Blijkbaar uit angst om ook te worden opgepakt, in weerwil van zijn eerdere bereidheid om samen met Christus te sterven, ontkende Petrus drie keer Christus te kennen dan wel een volgeling van Christus te zijn, hoorde toen een haan kraaien, herinnerde zich wat zijn meester had aangekondigd en moest huilen van spijt.
Aankondiging in:Matteüs 26, 31–35, Marcus 14, 27–31, Lucas 22, 31–34.39 en Johannes 13, 36–38
Verloochening in: Matteüs 26, 69–75, Marcus 14, 66–72, Lucas 22, 56–62 en Johannes 18, 15-18 en 25–27

Drie in één

Rembrandt maakte dit schilderij mogelijk met hulp van enkele leerlingen in zijn werkplaats.
De kwalificatie 'echte Rembrandt' staat hiermee ter discussie.
Hoe het ook zij: in dit schilderij concentreert Rembrandt zich op de kern van de bijbeltekst, kiest daaruit wat het meest relevant is voor wat hij wil uitdrukken en gebruikt zijn vaardigheid op het gebied van lichteffecten om zijn interpretatie zo goed mogelijk uit te laten komen.
Rembrandt maakt gebruik van twee lichtbronnen: de helm wordt verlicht door licht van een smeulend vuur rechtsonder, terwijl de afgeschermde en daardoor als lichtbron verborgen kaars die de dienstmaagd vasthoudt een 'ondervragend' licht werpt op Petrus.
De berichten van de vier evangelisten over de drie verloochening lopen uiteen, maar Rembrandt heeft ze hier alledrie samengevoegd tot één moment vol psychologische spanning.

De handeling is gesitueerd in een zwakverlichte zaal.
De dienstmaagd met de kaars staat voor de eerste verloochening en de aanwezigheid van de soldaten (omstanders) zinspeelt op de tweede.
Door middel van een doorkijkje rechtsboven naar een tweede interieur, laat Rembrandt zien dat Christus voor de hogepriester staat en zijn hoofd wendt naar Petrus.
Op deze wijze vestigt Rembrandt alle aandacht op de innerlijke worsteling van Petrus op het moment dat de ernst van zijn verloochening van zijn meester tot hem doordringt.
Door de manier waarop hij zijn compositie schildert en zijn interpretatie van de bijbeltekst gestalte geeft, laat Rembrandt letterlijk zijn licht schijnen op dit moment uit het leven van Christus en Petrus, een wanhopig ogenblik.
Rembrandt Harmanszoon van Rijn (1606-1669) (& atelier?)
De verloochening van Petrus (circa 1660)
Olieverf op doek, 154 x 169 cm
Amsterdam - Rijksmuseum