Paul Verheijen

JAN STEEN

Bespotting van Simson

Minder bekend

Jan Steen is altijd geïnteresseerd geweest in episoden van een verhaal die niet of minder vaak waren uitgebeeld.
Zo heeft hij op twee schilderijen de bespotting van Simson door de Filistijnen weergegeven, een episode die voor zover bekend nooit eerder in beeld was gebracht.
De komische mogelijkheden van deze scène zullen Steen waarschijnlijk hebben aangesproken, want hij heeft een bont gezelschap humoristische figuren ten tonele gevoerd.
Vanwege het opgebonden rode gordijn krijgt de voorstelling een toneelmatig karakter.
We zien grimassende soldaten met hellebaarden, exotische oosterlingen, lachende kinderen, trompetspelers, een vaandeldrager, een grijzende dwerg en een blaffend hondje.
Hij heeft in deze scène de chronologie van het bijbelverhaal naar zijn eigen hand gezet.
In het bijbelverhaal vindt de bespotting plaats nadat de ogen van Simson zijn uitgestoken en gebeurt dat in de Dagon-tempel van de Filistijnen.
Het uitsteken van de ogen moet bij Steen nog gebeuren: achter hem houdt een negroïde man een mes omhoog en wijst op zijn ogen.
Doordat Simsons nog niet blind is, wordt de confrontatie tussen hem en Delila des te pijnlijker en lijkt het centrale motief van dit werk te zijn ontzetting en genadeloosheid.

Weerloos

Centraal is Simson op zijn knieën gedwongen en wordt hij bespot door een menigte treiteraars.
Na het afknippen van zijn haren is hij volkomen weerloos geworden.
Dit wordt benadrukt doordat kleine kinderen hem met touwen in bedwang kunnen houden.
Simsons zijn op zijn rug geketend, terwijl een grijnzende nar daaraan trekt en een zotskap boven Simsons kortgeknipte hoofd houdt.
Vol ontzetting kijkt Simson naar zijn verraadster Delila die haar boezem door een man achter haar laat betasten.
Met duim en wijsvinger van haar linkerhand beeldt ze het vrouwelijk geslachtsdeel uit en gebaart daarmee naar Simson.
Op de tafel waaraan zij zit wordt het geld geteld door een oude vrouw en een louche uitziende man.
Bijna achteloos schuift Delila de munten van tafel in een grote pot.
Jan Steen beeldt Delila hier ontegenzeggelijk uit als een verderfelijke hoer.

Zelfportret

Linksboven is een gezette man weergegeven achter een balustrade die ons aankijkt.
Met uitgestrekte hand vraagt hij aandacht voor wat zich hier afspeelt.
Zo'n houding met een arm leunend op de balustrade is vaak een pose bij een zelfportret.
Het gezicht van deze man vertoont trekken van dat van Jan Steen zelf.
De vraag is of Steen hier een zelfportret heeft gemaakt: de schilder als commentator en intermediair tussen schilderij en toeschouwer.
Jan Steen (1626-1679)
De bespotting van Simson (circa 1675-76)
Olieverf op doek, 65 x 82 cm
Antwerpen - KMSK