Paul Verheijen


Home

Menu

Expo

Mail

Info

Bestel

Zoek

TINTORETTO

De vinding van Mozes





Ruw

'Mozes in het mandje' is een van de minder onbekende verhalen uit de bijbel en dan ook talloze malen in de kunstgeschiedenis uitgebeeld.
Jacopo Robusti (1518-1594), bijgenaamd Tintoretto, kon niet alleen heel ruw, maar ook razendsnel schilderen.
Hij schilderde zonder voorstudie direct op doek of paneel en voltooide zijn werken soms alla prima, in één keer.
Dit schilderij is een van zijn grofste werken en maakte deel uit van een serie van zeven olieverfschilderijen op doek.
Ze zijn gemaakt tussen circa 1552 en 1555 en te zien in het Prado in Madrid.
Het waren oorspronkelijk plafondschilderingen waar de dieptewerking op is afgestemd.
Er moest schuin van onderen naar gekeken worden (zie ook de overige zes afbeeldingen).

Het is alsof Bitja de toeschouwer uit het water haalt.
De regelmatige herhaling van kleine kalligrafische penseelstreken op de kleding en het haar, de golvende bladeren van de bomen, de haarkrullen en de haardracht van de vrouwen creëren een soort decoratief ritme dat in ander werk van Tintoretto niet is terug te vinden.

Karel van Mander bejubelt in zijn Schilderboek deze ruwe manier van schilderen door Tintoretto.
Wat zijn Italiaanse evenknie Giorgio Vasari slechts ‘lukraak’ schilderen van Tintoretto noemde, dat hij ‘zo ruw te werk ging, dat je de penseelstreken als klodders zag liggen’, wekte juist de bewondering van Van Mander.
Hij noemde het ‘stout en aerdich coloreren’.
Dit heette de Venetiaanse schilderstijl.

En zo blijft kunst de meningen verdelen.
In de Nijl

In de eerste twee hoofdstukken van het boek Exodus is een belangrijke rol weggelegd voor vrouwen.
Zo zijn er de Hebreeuwse vroedvrouwen Sifra en Pua die een bevel van de Egyptische farao aan hun laars lappen om bij een bevalling het kind te doden in geval het een jongetje is in het kader van het beleid van de farao het joodse slavenvolk 'klein' te houden.
Bij zijn volgende maatregel (alle pasgeboren joodse jongetjes moeten in de Nijl gegooid worden) is er opnieuw een vrouw die dit gebod op haar eigen wijze (niet) ten uitvoer brengt.
Na de geboorte van haar zoontje weet zij het kind drie maanden lang verborgen te houden.
Dan neemt ze een mandje van riet, strijkt het dicht met aardhars en pek, legt haar kindje daarin en zet het tussen het riet aan de oevers van de Nijl.
Haar oudste dochter houdt een oogje in het zeil.
Gebod opgevolgd: het jongetje is in de Nijl.

De dochter van de farao ging naar de Nijl om te baden, terwijl haar dienaressen op en neer bleven lopen langs de oevers van de rivier.
Ineens zag zij het mandje tussen het riet en stuurde haar slavin om het te halen.
Zij maakte het open, keek erin en daar lag een schreiend jongetje.
Vol medelijden riep zij: 'Dit is een Hebreeuws kind!'

(Exodus 2,5-6)

Het is een fragment uit een echt volksverhaal dat ontstaan is om de in duisternis gehulde jeugdjaren van beroemde figuren in overeenstemming te brengen met hun latere grootheid.
Je kunt daarbij denken aan de verhalen van Oedipus, Cyrus en Romulus & Remus.
Het verhaal van Mozes (hij is immers het uit het water gehaalde jongetje) vertoont vooral sterke overeenkomst met de geboortelegende van de Akkadische koning Sargon die verhaalt dat zijn moeder hem in het geheim ter wereld bracht, in een rieten mandje legde, dit dichtte met asfalt en in de rivier de Eufraat plaatste.
Hij wordt dan gevonden en gered door de waterdrager Akki en leeft als tuinman tot hij koning wordt.

Het verhaalfragment van Mozes roept nogal wat vragen op.
Is het wel verantwoord van de dochter van de farao in de Nijl te gaan baden met al die krokodillen?
Hoe weet farao's dochter dat het hier een Hebreeuws kind betreft?
En nu ze dat zo zeker weet, waarom gooit ze het dan niet onmiddellijk in de Nijl als krokodillenvoer om zo het bevel van haar vader ten uitvoer te brengen?
Heeft ze geconstateerd dat het jongetje besneden is?
Of vermoedt ze dat een joodse moeder op deze slimme manier het gebod van haar vader heeft omzeild?

De schrijver maakt het ons niet duidelijk.
Het verhaal van Mozes moet verder gaan.
Latere joodse tradities pakken het verhaal wél op en geven de dochter van de farao verschillende namen:
Bitja, Tarmoet of Merris.
Is zij dezelfde Bitja over wie in de bijbel vermeld wordt dat zij huwde met een van de zonen van Ezra? (1 Kronieken 4,17).
Zo ja, dan zou dat verklaren dat zij zich het slavenlot van het joodse volk heeft aangetrokken en daarom het gebod van haar vader negeert.

MOZES

De overige zes plafondstukken

Ester en Ahasverus

(Ester 5,1-8)

Zuivering van de maagden van Midjan

(Numeri 31,13-24)

Salomo en de koningin van Sheba

(1 Koningen 10,1-13)

Jozef en de vrouw van Potifar

(Genesis 39,11-23)

JOZEF

Judit en Holofernes

(Judit 13,6-8)

Susanna en de ouderlingen

(Daniël 13,15-27)


2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen