Handen afgehaktHet Roomse Martelaarsboek herdenkt op 30 december een groep heiligen met deze woorden:Te Spoleto de geboorte van de heilige martelaren Sabinus, bisschop van Assisi, de diakens Exsuperantius en Marcellus en de landvoogd Venustianus met zijn vrouw en kinderen, onder keizer Maximianus. Marcellus en Exsuperantius werden eerst in de pijnbank uitgerekt; vervolgens met stokken geslagen; daarna met haken verscheurd, gebraden door de verbranding van hun zijden en zo stierven zij de marteldood. Venustianus werd niet lang daarna met zijn vrouw en zijn kinderen met het zwaard omgebracht. De heilige Sabinus echter werden de handen afgekapt; daarna werd hij lange tijd in de kerker uitgemergeld en dan dood gegeseld. Ofschoon hun martelingen op verschillende tijden plaatsgrepen, worden zij toch op een en dezelfde dag herdacht.Hoewel hier wordt beweerd dat Sabinus bisschop van Assisi was, claimen zowel Spoleto, Faenza en Chiusi ook dat hij bisschop was van hun stad. Naast deze Sabinus staat er nog een aantal heiligen met die naam in de canon vermeld:
De belangrijkste verschillen tussen de versies van de Sabinus‑legende betreffen plaats en omstandigheden van de executie, de rol van Rome versus Spoleto, en enkele details rond data, functies en bijfiguren. De kernstructuur (weigering van afgoderij, afhakken van de handen, marteling van de diakens, bekering van Venustianus) blijft in alle versies in wezen gelijk. Dat alles zou rond het jaar 303 hebben plaatsgevonden. De hele groep martelaren werd zeer vereerd in het vroege christendom. De relieken van Sabinus werden in 1197 overgebracht naar de kloosterkerk van Windsberg bij het Beierse Straubing. Hoewel niemand weet waarom dit is gebeurd, wordt deze translatie herdacht op 7 december. |
De schilderCarlo Antonio Cogrossi, een tamelijk onbekende schilder afkomstig uit Lombardije, was vooral actief in Ivrea, in de regio Canavese en in de Aostavallei, waar hij in 1786 de koepel van de parochiekerk van Donnas en de parochiekerk van Gesù Risorto in Quincinetto schilderde. Zijn culturele opleiding ontwikkelde zich in een hoogwaardig milieu, wellicht binnen een academie, aangezien hij op de hoogte was van de belangrijkste vernieuwingen in de Venetiaanse decoratieve smaak, de regels van de klassieke schilderkunst en de belangrijkste Europese artistieke stromingen, met name de Vlaamse kunst. De schilder was bovenal een religieus kunstenaar. Hij begon zijn carrière in Ivrea in 1780, waar hij de kathedraal van Ivrea met veel werken versierde, onder andere het hier afgebeelde fresco bestemd voor de Sacramentskapel. De levendigheid en karakterisering van de personages erop doen denken aan de reeks portretten van de bisschoppen in de bisschopszaal van Aosta, zijn laatste werk, waaraan hij ongeveer zes maanden werkte vanaf juli 1788, maar dat hij helaas niet kon voltooien, aangezien hij op 40-jarige leeftijd in 1789 overleed.Achter Sabinus staan zijn twee geketende diakens, terwijl Venustianus aanwijst wat er met de linkerhand van de geblinddoekte Sabinus, wiens bisschopsstaf en -mijter naast hem liggen, moet gebeuren. Twee cherubijntjes houden de martelaarspalm en -krans al boven hem in gereedheid. |
|
Carlo Antonio Cogrossi (1749-1789)
Martirio di San Savino (1780-87) Fresco Ivrea - Cattedrale di Santa Maria Assunta |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |