Paul Verheijen

IVETTA VAN HUY/HOEI

Vrouwelijke anachoreet

Zalig

Het leven van de zaligverklaarde Ivetta van Huy/Hoei (ook Jutta van Luik geheten) verloopt precies volgens het patroon van wat een heiligenleven diende te zijn, althans naar de opvatting van de tijd waarin haar leven werd opgetekend door een norbertijn van Floreffe: de late middeleeuwen. Geboren in 1157/58 stamde zij uit een voorname familie van Haspengouw. Haar vader was rentmeester van de goederen die hoorden bij het bisdom Luik en bij Hoei in de buurt. Op aandringen van haar vader huwde Ivetta op ongeveer 13-jarige leeftijd. Vijf jaar later was ze weduwe met drie kinderen.
Ze ging ondanks aandringen van diverse kanten geen tweede huwelijk aan, maar leefde verder in godsvrucht en deelde aan de armen zelfs haar eigen huismeubelen uit. Om die reden ontrok haar vader haar het beheer van haar goederen en ontnam haar ook haar kinderen, maar gaf die later weer terug. Het jongste kind stierf een wiegedood. Ze wijdde zich aan het verzorgen van melaatsen in een leproserie buiten de stadsmuren van Huy. De nachten bracht ze biddend in de kerk door. Later trok ze zich terug als kluizenares bij een kerk in Huy. Ze verrichtte vele wonderen en een aantal vrouwen sloot zich bij haar aan, onder wie de ook zaligverklaarde Christina Mirabilis (feestdag 24 juli).
Ze stierf op 13 januari 1227/28 en die dag werd ook haar feestdag vooral regionaal in en rond Luik.

Op de prent staat Ivetta van Luik (Latijn: Ivetta Leodiensis) bij een eenvoudige hut of kluis, in habijt, met een open boek. Dat verwijst naar haar leven van boete, gebed en afzondering.
Rechts zien we scènes van zieken- en melaatsenzorg: mannen en vrouwen die wonden verzorgen, wassen en helpen.
De achtergrond is een ideëel, bergachtig landschap met een burcht op een rots, typisch voor 16de- en 17de-eeuwse hagiografische prenten, die het verhaal in een verheven, bijna tijdloos decor plaatsen. Stijl en opbouw (landschap, meerdere verhalende scènes, Latijns onderschrift) sluiten aan bij Zuid-Nederlandse devotionele prentkunst.

De tekst onder de prent luidt vertaald:
Aan de zieken en aan de vrouw die weduwe was, nadat ze zich uit de wereld terugtrok, schonk Ivette haar handen om de melaatsen te verzorgen.
Zij sloot zich in een eenzame, wilde plaats op een eigen draagbed op; geheel vertrouwend op de Heer vond zij haar rust in God.
Thomas de Leu (1560-1612)
Ivetta Leodiensis
Gravure uit de reeks
Solitudo de vitae foeminarum anachoritarum (±1606)
'De eenzaamheid of levens van vrouwelijke kluizenaressen'
2016 Paul Verheijen / Nijmegen