Rijke arme
Ondanks haar rijkdom als gravin van Gelder en Zutphen leefde de rond het jaar 1020 geboren Irmgard op 15-jarige leeftijd al als kluizenares, eerst in een eenvoudig kamertje in slot Aspel, vervolgens in Süchteln en ten slotte in Keulen. In Süchteln gaf ze haar grote bezit weg aan het klooster Mariagaard in Friesland en aan St-Pantaleon in Keulen. Vanaf hier maakte ze in 1070 een pelgrimage naar Rome. Volgens de overlevering zou de paus haar gevraagd hebben om een reliek van de elfduizend maagden van Ursula. Irmgard keerde naar Keulen terug, kreeg van de bisschop met bloed doordrenkte aarde van het graf van Ursula en nam dit bij haar volgende tocht naar Rome mee. Het zand had de handschoen van Irmgard bloedrood gekleurd. Toen zij voor de poorten van Rome kwam, begonnen alle kerkklokken uit eigen beweging te luiden.
Teruggekeerd in Keulen stichtte ze gasthuizen en leefde hier arm met de armen. Ze stierf ergens tussen 1082 en 1089 en haar sarcofaag is in de Dom van Keulen (Agneskapel). In 1319 werd ze heiligverklaard en kreeg ze haar liturgische gedachtenis op haar sterfdag, 4 september. In 1980 ontwierp Karl-Heinz Lubaswki een bronzen fontein, de Irmgardisbrunnen. In de loop der tijd zijn de zeshoekige fonteinbak en de waterelementen verwijderd. Wat er tegenwoordig nog van over is, is het losstaande, karakteristieke bronzen standbeeld van Irmgard. In haar rechterhand houdt ze een pelgrimsstaf vast en in haar linkerhand een schaal die haar gevende hand en haar rol als beschermvrouwe van de behoeftigen symboliseert. Of de schaal waarin de bloedaarde heeft gezeten? |
|
Karl-Heinz Lubawski
Irmgard von Süchteln (1980) Brons, ±175 cm hoog Süchteln - Lindenplatz/Markt |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |