Wild paardOdrada van Balen / Alem leefde in de 8e eeuw, maar haar leven wordt pas beschreven in de Vita S. Odradae virginis uit 1304 door een benedictijn van Sint-Truiden. Hij geeft daarin de muurschilderingen in de kerk van Alem en de mondelinge verhalen aan als bron. Omdat dit zo lang na haar leven is en haar verering in Balen zelf vooral vanaf de 17e eeuw opkomt, lijkt haar hagiografie compleet gefantaseerd te zijn. Er zitten sprookjeselementen in, zoals een boze stiefmoeder.Odrada wordt geboren in Scheps bij Balen in de Belgische Kempen. Haar christelijke ouders zijn van edele afkomst en bezitten veel grond. Zij wil maagd blijven en zich geheel aan God toewijden. Die ene parel waarvan Jezus in het evangelie spreekt, heeft zij gevonden en zij wil al het aardse daarvoor achterlaten. Dan sterft haar moeder en haar vader trouwt opnieuw. De stiefmoeder behandelt haar slecht, maar zij verdraagt het met geduld. Haar vader doet met de stiefmoeder mee en wanneer hij en zijn nieuwe vrouw te paard naar de kerkwijding van de kerk in Millegem rijden, vraagt Odrada of zij mee mag komen. Zij zeggen tegen haar dat ze maar een wild paard bij het bos moet vangen, zodat ze kan meerijden. Hoewel wilde paarden zich niet zomaar laten vangen en berijden, en je er gemakkelijk het leven bij kunt laten, vat Odrada moed. Door God gesterkt gaat zij naar de wilde paarden. Deze stormen op haar af, zij maakt een kruisteken en neemt een lindentak. Een schimmel komt dichter bij Odrada, knielt en zij kan erop klimmen. Dan rijdt ze naar Millegem. Op haar vader maakt dit zo grote indruk dat hij haar vergiffenis vraagt. In Millegem steekt ze de lindentak in de grond en uit deze tak groeit een grote lindeboom, die er in 1686 nog staat. Tijdens de plechtigheid krijgt ze een enorme dorst. Zij valt buiten plat ter aarde en bidt. Daar ontspringt plots een heldere bron. Daarna keert zij terug naar Balen, waar zij een leven van gebed, vasten en armoede leidt. Wanneer Odrada zwaar ziek wordt, zegt ze tegen haar ouders, die nu beiden tot inkeer gekomen zijn, dat ze haar lichaam na haar dood in een holle boom moeten leggen, door ossen moeten laten wegtrekken en begraven waar zij weer stil staan. De ossen trekken haar tot aan Alem boven Den Bosch. Daar wordt zij begraven. Er gebeuren veel wonderen op haar graf. Een zekere Otto, graaf van Duras, bouwt hier in de 11e eeuw een kerk voor haar. Tot zover de Vita. Alem is lang het centrum van de verering van Odrada. Haar feest werd in de 12e en 13e eeuw op 3 november gevierd en de dag erna Hubertus. Haar kerk stort in als de Maas verschillende keren buiten zijn oevers treedt. Na de heropbouw krijgt Hubertus het patronaat en wordt Odrada op 5 november gevierd. Haar relieken worden tijdens de Tachtigjarige Oorlog naar Antwerpen in veiligheid gebracht, maar men weet niet waar ze gebleven zijn. Enkel een reliek van de onderkaak van Odrada wordt in 1653 aan de Sint-Andrieskerk van Balen geschonken. Van deze kaakrelikwie worden kleine stukjes aan de kerken van Millegem en Macharen geschonken. Odrada wordt nu nog steeds gevierd in het bisdom Antwerpen. Een onderzoek in 2006 van deze kaakrelikwie bevestigd dat ze afkomstig is van een vrouw tussen de 20 en 40 jaar oud, die geleefd heeft tussen het jaar 680 en 760. Verschillende keren is er bij grote droogte een processie van Balen naar Millegem en van Millegem naar Balen en Scheps geweest om regen af te smeken. Nu trekt er ieder jaar op de derde zondag van juli een paardenprocessie van Balen naar Scheps ter ere van Odrada. |
Derrick & GeldensDe aardewerkfabriek Derrick & Geldens in Druten was actief van circa 1930 tot 1960. De fabriek was gespecialiseerd in religieuze keramiek: wandtableaus, devotietegels van heiligen, Mariabeelden, kruiswegstaties, klein religieus gebruiksgoed als wijwatervaatjes, beeldjes, decoratieve wandtegels voor kerken, scholen en kloosters.Opschriften werden vaak handmatig ingekerfd of meegegoten in reliëf. De voorstelling met Odrada en haar paard past perfect binnen het devotionele repertoire van Derrick & Geldens: lokale en regionale heiligen uit de Lage Landen werden vaak in serie geproduceerd voor parochies en kapellen. De tekstpanelen in hoofdletters zijn typisch voor de fabriek, goed leesbaar en met religieuze smeekbede 'Wees onze voorspraak bij God'. Het kleurgebruik (groen gras, blauwe mantel, oranje achtergrond) komt overeen met glazuurpaletten die D&G rond 1940–1950 toepaste. |
|
Carel Bernard Dericks (1873-1954)
Odrada temt wild paard (1940-50) Tableau 3 x 2 tegels Alem - Sint-Hubertuskerk buiten |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |