Spirituele blikDit schilderij van Rembrandt toont de evangelist Johannes die nadenkt over de visioenen die hij ontving op het eiland Patmos. Johannes kijkt kalm in de verte, zowel naar binnen als naar buiten gericht, zijn geest schijnbaar gevuld met openbaringen maar tegelijkertijd in vrede. Met licht neergeslagen ogen laat hij zijn ineengevlochten handen rusten op een boek waarin hij deze profetieën beschrijft zoals nu opgenomen in het laatste boek van de Bijbel. In het boek Openbaring legt Johannes uit dat een engel van God hem deze visioenen toonde toen hij ‘in de Geest was op de dag des Heren’ tijdens zijn ballingschap op Patmos, omdat hij ‘het woord van God en het getuigenis van Jezus’ predikte. Volgens Johannes gaf de engel hem, sprekend met een luide stem als een trompet, de opdracht om 'op te schrijven wat je ziet in een boek' en dat te verspreiden onder zeven gemeenten in Azië. Trouw aan deze opdracht beschrijft Johannes in Openbaring op levendige wijze de apocalyptische visioenen die hij ontving.Rembrandt identificeerde de jonge, peinzende geportretteerde aan de hand van zijn attribuut, de adelaar, waarvan de kop in profiel naar de linkerarm van de evangelist kijkt, helaas nauwelijks tot niet te zien. De adelaar, een van de vier beschermers van de hemeltroon die Johannes in zijn visioenen zag, symboliseert zijn goddelijke openbaringen. Achter Johannes' linkerarm in deze grotendeels monochrome, vrij geschilderde compositie zijn suggesties te zien van een verafgelegen, heuvelachtig landschap en een grote palmboom - ook moeilijk te zien -, die de setting identificeren als het Griekse eiland Patmos. Het ingetogen roodbruine kleurenpalet van het schilderij, dat in de loop der tijd waarschijnlijk meer monochroom is geworden, versterkt het gevoel van Johannes' spirituele aard. Hij draagt een loszittend bruin gewaad, kenmerkend voor een geleerde, over een wit hemd, met een open roodachtige mantel die zijn schouders bedekt. Lang, golvend bruin haar met kastanjebruine accenten omlijst zijn gezicht, dat van linksboven wordt verlicht. Krachtige, gelaagde penseelstreken in verschillende huidtinten modelleren zijn door de zon beschenen voorhoofd, neus, jukbeenderen, mond en kin. Rembrandt riep het innerlijke leven van de evangelist op door het krachtige ritme van zijn penseelstreken op het voorhoofd van de heilige, waarbij hij deze impasto's in wervelende patronen aanbracht, alsof hij de stroom van visioenen die door Johannes' geest raasden wilde vastleggen. In plaats van het gelaat van de heilige nauwkeurig weer te geven, was Rembrandt meer geïnteresseerd in het vastleggen van de lichteffecten. Vandaar dat zijn penseelstreken niet altijd de contouren van Johannes' gelaatstrekken volgen. Hij liet de imprimaturalaag op veel plaatsen zichtbaar, met name rond de ogen, op de neusbrug en links van en onder de mond. Deze donkere, bruingrijze gebieden helpen de vorm van het gezicht te bepalen en vergroten tegelijkertijd het scala aan huidtinten. Rembrandt schilderde de handen van Johannes op een enigszins andere manier dan het gezicht. Op de rug van de handen en vingers gebruikte hij lichte accenten in oranje, oker en paars, die een meer structurele uitstraling gaven. De dun geschilderde gedeelten van de witte blouse suggereren daarentegen nauwelijks vorm. Deze witte accenten trekken de blik van de kijker juist naar de kern van het schilderij: de spirituele blik van Johannes. Rembrandts subtiele compositie van Johannes' stille en peinzende houding versterkt ook het gevoel van de reactie van de evangelist op zijn ontmoeting met de engel. Zijn lichaam is licht naar rechts gedraaid, maar zijn hoofd is naar links gericht, naar het licht, de bron van zijn visioenen. |
Van onbekend naar bekend onderwerpDe vroegst bekende vermelding van Johannes op Patmos dateert uit 1760, toen het schilderij verscheen in de postume verkoop van de collectie van Gerard Hoet II (1698-1760). De verkoopcatalogus beschrijft het schilderij als een prachtig Rembrandt-portret van een jongeman die zijn handen op een gesloten boek laat rusten. De Leipzigse verzamelaar Gottfried Winckler II (1731-1795) verwierf het schilderij vervolgens. Wincklers collectiecatalogus uit 1768 vermeldt het lange, golvende haar van de jongeman en zijn fijn gemodelleerde handen, die worden beschreven als in een biddende houding. De beschrijving luidt ook dat het schilderij aan de bovenkant afgerond is, informatie die niet in de verkoopcatalogus van Hoet voorkomt. Een reeks verkoopcatalogi uit het begin van de twintigste eeuw levert bewijs voor verdere veranderingen in het uiterlijk van het schilderij, en zelfs de toeschrijving ervan, na Wincklers dood in 1795. Zijn drie zonen, die de collectie erfden, verspreidden de schilderijen van hun vader al snel over verschillende Europese kunsthandelaren. Het Rembrandt-schilderij van 'De Biddende Man' kwam terecht bij een Engelse handelaar of verzamelaar, die het werk grondig liet restaureren. Mogelijk vanwege deze restauratie werd het schilderij later toegeschreven aan Carel Fabritius (1622-1654), de naam waaronder het voorkwam in de collectie van de Amerikaanse kunsthandelaar Theron J. Blakeslee (1853-1914). In zijn verkoopcatalogus uit 1904 geeft Blakeslee aan dat zijn zogenaamde Fabritius-schilderij, nu getiteld 'De Advocaat', afkomstig was uit de collectie van Humphry Ward (1845-1926), een schrijver, journalist en kunstcriticus voor de London Times. Opvallend is dat Blakeslee de achtergrond beschrijft als een eenvoudige, zachte donkergroene tint, een duidelijke aanwijzing dat grote delen van het schilderij in de negentiende eeuw zijn overgeschilderd.Weer later kwam het schilderij in verschillende handen. De vaststelling dat het schilderij Johannes op Patmos voorstelt, werd mogelijk gemaakt door grondig technisch onderzoek en zorgvuldige conserveringsbehandelingen die voorafgaand aan een Sotheby's-veiling in december 2025 werden uitgevoerd en die de aanwezigheid van de palmboom en de adelaar op de achtergrond van het schilderij aan het licht brachten. Deze motieven gaven aan dat het schilderij een van Rembrandts apostelen en evangelisten afbeeldde, in plaats van simpelweg een portret van zijn zoon Titus te zijn, zoals ook was aangenomen. Titus, het enige kind van Rembrandt en zijn vrouw Saskia dat de kinderjaren overleefde, werd geboren in 1641, een jaar voor Saskia's dood. Haar overlijden trof Rembrandt diep. De diepte van zijn genegenheid voor zijn enige overlevende kind blijkt uit de vele tekeningen, prenten en schilderijen die hij van Titus maakte, vanaf de babytijd van zijn zoon tot 1668, het jaar van Titus' dood. Tegen het midden tot eind van de jaren 1650, inmiddels een jonge volwassene, raakte Titus meer betrokken bij de artistieke en commerciële activiteiten van zijn vader. Titus was actief in Rembrandts atelier, waar hij leerde tekenen en schilderen, en ook model staan. Rembrandt maakte verschillende schilderijen van zijn zoon die studeert en leest, afbeeldingen die Titus' bedachtzame persoonlijkheid en blijvende belang in het leven van de meester vastleggen. Rembrandt portretteert Titus aan zijn bureau als een melancholische denker, die peinzend nadenkt over artistieke creatie. Zie ook Rembrandts schilderij Titus in een monnikspij dat eveneens de spirituele dimensie weerspiegelt die Rembrandt vanaf Titus' geboorte met zijn zoon lijkt te hebben geassocieerd. Uitvoerige informatie over dit werk is te vinden op The Leiden Collection. |
|
Rembrandt van Rijn (1606-1669)
Johannes op Patmos (±1660)
Olieverf op doek, 81 x 63 cm The Leiden Collection |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |