Onaanzienlijk
Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken.
Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij.
Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.
Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.
(Matteüs 25:35-36.40)
|