Paul Verheijen

MAGRITTE HERBRUIKT

In der Schwebe

To be in limbo

René Magritte (1898-1967)
Le Chateau des Pyrénées (1959)
Olieverf op doek, 200 x 140 cm
Jeruzalem - Israël Museum
Voor het verkeren in een onzekere, onbesliste of wachtende situatie, vaak tussen twee fasen in, kent het Duits en het Engels respectievelijk de uitdrukking 'In der Schwebe' en 'To be in Limbo'. Het is een toestand van vergetelheid, onzekerheid of onmacht, waarbij geen vooruitgang wordt geboekt en de toekomst onduidelijk is. In het Nederlands zou je de uitdrukking 'tussen wal en schip' daarvoor kunnen gebruiken.

Een enorme kei lijkt in een kerk te zweven. De kei komt uit een surrealistisch schilderij van René Magritte. Wat nu als 'fotoshoppen' zou worden beschouwd, wordt in een kerkruimte daadwerkelijk overgebracht in de vorm van een driedimensionaal object.

Beeldhouwer Christoph Steinbrener (1960), fotograaf en typograaf Rainer Dempf (1961) en architect Martin Huber (1967) vormen een Oostenrijkse kunstenaarsgroep. In diverse werken van dit trio was een centraal element het vertalen van utopisch ogende beelden naar de realiteit, waardoor de kijkers verrast, geïrriteerd raakten, dan wel werden geprovoceerd en uiteindelijk tot reflectie werden aangezet.

Het project 'In der Schwebe / To be in Limbo' verweeft het ongelooflijke met het spirituele. De titel verwijst zowel naar het theologie‑begrip limbus als naar de fysieke toestand van zweven in de kerkruimte. Het uitgangspunt in deze context is het motief van het zweven: in de Griekse beeldhouwkunst vanaf de 6e eeuw VGJ werd het afbeelden van zwevende Nikes de moeilijkste en tegelijkertijd meest eervolle taak. In de Bibliotheek van Alexandrië bevonden zich bijvoorbeeld figuren die in een magnetisch veld zweefden. Door de eeuwen heen is levitatie uitgegroeid tot het toonbeeld van het bovennatuurlijke. Een kerk zonder zwevende 'figuren' is, althans vanuit Oostenrijks perspectief, nauwelijks voorstelbaar. In de kunstgeschiedenis tot aan de 20e eeuw werden afbeeldingen van levitatie gebruikt om aan te tonen dat men op behendige wijze zware materialen zoals steen en metaal kon hanteren, waardoor het leek alsof de natuurwetten werden opgeheven.

De ongeveer 500 kilo wegende ruimtelijke installatie imponeert door het samenspel van lichtheid en zwaarte. De ruwe steen, als gebruikelijk uitgangsmateriaal voor een sculptuur, staat in spanning met het voltooide, grote beeldhouwwerk en alle bijbehorende constructieve en statische problemen en oplossingen. De rots als onderwerp biedt talrijke aanknopingspunten met de christelijke wereld en taal. Al deze redenen verklaren waarom de betekenis en de kracht van het beeldhouwerk beter tot hun recht komen in een kerkelijke omgeving dan in een kunstgalerie.

In 2014-15 werd de sculptuur in de Jezuïetenkerk / Universiteitskerk in Wenen tentoongesteld. Later is de rots, die bestaat uit zes delen, in de Katharinenkirche in Hamburg als tijdelijk project opgehangen als een zwaar, dreigend element in het schip, als commentaar op religieuze en maatschappelijke spanningen.
Het werk is een mooi voorbeeld van de relatie tussen kunst en religie.
Steinbrener/Dempf & Huber
In der Schwebe (2014)
Kunststof, 800 x 500 cm
Hamburg - Katharinenkirche (tijdens de Hamburger Architektursommer mei-juli 2015)
(Foto's: 21 mei 2015)
2016 Paul Verheijen / Nijmegen