Geleende legendenZita van Lombardo (±1218-1272) werd geboren in Montesagrati, een dorp bij Lucca, en opgevoed door haar arme moeder die daarbij als vermaning alleen zei 'dit is wat God het meest behaagt', of 'dit is de goddelijke wil', of 'dat zou God ontstemmen'. De zoetheid van Zita bekoorde iedereen. Ze sprak weinig en deed ijverig en al biddend haar werk. Vanaf haar twaalfde jaar tot haar dood was Zita een getrouwe huishoudster bij de rijke familie van Pagano di Fatinelli in Lucca. Het huis in de wijk San Frediano bestaat nog. Ze bleef al die tijd maagd. Ze werd door het overige personeel regelmatig getreiterd en onzedelijk betast. Ze sliep op de harde grond of op een kale plank, vastte het hele jaar door en at alleen brood dat ze wegspoelde met water. Zita gaf haar eigen voedsel kleding aan de armen. Ze werd gestraft omdat ze ook voedsel en kleding van de familie weggaf, maar later won ze het vertrouwen van de familie.Rond haar ontstonden talrijke legenden die voornamelijk 'geleend' zijn van andere heiligenlegenden:
|
||
Het schilderijHet hier afgebeelde schilderij van Bernardo Strozzi komen devotie en naturalisme samen. Zita is in de iconografie onlosmakelijk verbonden met daden van barmhartigheid. Zita wordt door haar strenge broodheer betrapt terwijl zij brood onder haar schort verbergt om uit te delen aan armen. Wanneer hij haar dwingt haar schort te openen die hij met zijn bril nauwkeurig inspecteert, verandert het brood op wonderbaarlijke wijze in bloemen, wat haar onschuld en goddelijke goedkeuring bewijst.Strozzi, een Genuese schilder en kapucijn (daarom ook wel 'il Cappuccino' genoemd), staat in zijn werk bekend om zijn rijke coloriet en een dramatisch gebruik van licht en schaduw (chiaroscuro). In zijn weergave van heiligenlevens verlegt hij de focus vaak naar de menselijkheid van het moment. Waar vroege renaissance-voorstellingen vaak statisch zijn, brengt Strozzi beweging en psychologische diepgang in zijn figuren. De eenvoudige kleding van Zita en de alledaagse setting onderstrepen haar nederige afkomst, wat in schril contrast staat met het goddelijke wonder dat zich voltrekt. Hoewel Zita's wortels in Lucca liggen werd Strozzi's versie in Genua gecreëerd. De populariteit van haar verhalen in die tijd valt samen met de contrareformatorische beweging, die de nadruk legde op heiligenlevens als toonbeelden van deugden zoals naastenliefde en nederigheid. Het schilderij dient dus niet enkel als esthetisch object, maar als een krachtig visueel instrument voor spirituele educatie en morele inspiratie. |
||
DanteHet stadsbestuur van Lucca koos Zita tot patrones van de stad. Vijanden van Lucca vonden dit een teken van valse nederigheid. Het stadsbestuur van Lucca stond bekend als uiterst corrupt. Dat bracht Dante ertoe een niet met name genoemd lid in de hel te wensen:
Het anonieme personage wordt gedefinieerd op basis van zijn ambt. De anzian, 'oude', behoorde tot de tien magistraten die Lucca - hier verhullend 'Santa Zita' genoemd hoewel Zita destijds nog niet heiligverklaard was - bestuurden. Het is niet bekend wie hij precies was, hoewel Dante enkele aanwijzingen achterliet die sommige commentatoren hebben herleid tot de naam van Martino Bottario (of Martino Bottaio). Het was namelijk voldoende om te kijken of er onder de leden van de raad van oudsten van Lucca iemand was die stierf rond de datum van Dante 's denkbeeldige reis die plaatsvond in de Goede Week van 1300. Bottario stierf namelijk op 9 april 1300, precies op het moment dat Dante en Vergilius zich in de hel bevinden. Zijn naam is wellicht verborgen gehouden omdat tijdgenoten goed wisten wie de betreffende anzian was. Of misschien wilde Dante hem neerzetten als pars pro toto van de bourgeoisie van Lucca en haar magistraten, die massaal veroordeeld werden als verduisteraars, dat wil zeggen als corrupte politici die illegaal winst maakten uit hun publieke ambt. Martino Bottario was een kuiper, vandaar de achternaam, die wordt vermeld in documenten uit Lucca uit 1293 en 1295 . De episode in de achtste cirkel van de hel is een van de meest komische in het gedicht, waarin Dante zich overgeeft aan een sarcastische stijl die kan worden beschouwd als een voorbeeld van de levendige veelzijdigheid van zijn poëzie. De duivel zegt dat in Lucca iedereen een oplichter is, behalve Bonturo. Alleen al deze uitspraak moet zijn tijdgenoten hebben doen glimlachen, aangezien Bonturo Dati bekendstond als de nummer één onder de corrupte figuren. Niemand kreeg een ambt zonder hem te betalen. Hij blijft in de hel nu zo goed ondergedompeld in het pek dat duivels zijn gezicht aanzien voor het Santo Volto van Lucca. Ook hier ironie: het veelvereerde houten kruisbeeld is zwart, zoals het gezicht van de verdoemde dat uit het pek oprijst. |
||
|
Bernardo Strozzi (1581-1644)
Il Miracolo di Santa Zita (1620-35) Olieverf op doek, 88 x 123 cm Genua - Particuliere collectie |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |