Paul Verheijen

BERTALAN SZÉKELY

Preek van Gerardus Csanád

Italiaan in Hongarije

De vooral in Hongarije vereerde Gerardus werd geboren in Venetië in 980. In Italië heet hij Gerardo Sagredo. Na zijn studie in Bologna en Chartres werd hij benedictijn en abt van San Giorgio Maggiore in Venetië. Onderweg op pelgrimage naar het Heilig Land raakte hij verzeild in Hongarije waar de christelijke koning Stephanus I hem met succes overhaalde in Hongarije het christendom verder te verspreiden. Gerardus werd in 1030 de eerste bisschop van Csanád. Samen met benedictijnen begon hij aan de missionering van Hongarije. Hij stichtte kerken en een school en schreef een aantal boeken. Hij kleedde zich met een boetekleed van geitenhaar en hoewel hij kon paardrijden reisde hij in een wagen, want dan kon hij lezen en studeren.
Na de dood van de koning in 1038 ontstond een heidense opleving. Stephanus' opvolger, zijn neef Peter, verklaarde dat het zijn taak was Gerardus te vervolgen, maar Peter werd door zijn onderdanen in 1042 verbannen. Abas werd op de troon geplaatst en verzocht Gerardus de kroon ceremonieel op zijn hoofd te plaatsen. Gerardus weigerde. Dezelfde mensen die Abas op de troon hadden gebracht keerden zich tegen hem en onthoofdden hem. Peter werd teruggehaald uit ballingschap, maar twee jaar later voor de tweede keer verbannen. Toen werd de kroon gegeven aan een andere neef van Stephanus genaamd Andreas op voorwaarde dat hij het christendom uit zou bannen. Gerardus hoorde dat Andreas op weg was naar zijn residentie Stuhlweissenburg. In 1046 reisde hij de koning tegemoet om hem op andere gedachten te brengen. Onderweg stuitte hij op soldaten van hertog Vata, groot aanhanger van de oude godenverering. Gerardus vond de dood op 24 september 1046.
Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op die dag als volgt:
In Hongarije de heilige martelaar Gerardus, bisschop van de zetel van Csanad, die de 'apostel van de Hongaren' wordt genoemd en van Venetiaanse adel was. Toen hij zich vanuit de stad Csanád naar Stuhlweissenburg begaf, werd hij bij de rivier de Donau door ongelovigen aangevallen, gestenigd en met een lans doorstoken. Zo stierf hij en werd hij de eerste, die door de adeldom van het martelaarschap zijn vaderland eerde.
Bronnen vermelden verschillende varianten rond zijn dood.
  • Met stenen bekogeld die hem niet raakten, omdat hij zijn kruis ophief naar de belagers, vervolgens doorboord met een lans en vanaf de Blocksberg-klif in de Donau gegooid.
  • Op een kar met twee wielen werd geplaatst, naar de heuveltop gesleept en van een heuvel van Boeda, nu Gellert-heuvel genoemd, en zijn schedel vervolgens beneden verbrijzeld.
  • In een met spijkers bezaaid vat gestopt en van de heuvel gerold tijdens de massale zogenaamde Vata-opstand.
De 'apostel van Hongarije' werd in 1083 heiligverklaard. Zijn relieken werden in 1333 teruggebracht naar Venetië.

Het hier afgebeelde frersco van Bertalan Székely, een van de belangrijkste Hongaarse historisch-romantische schilders van de 19e eeuw, maakt deel uit van een monumentale cyclus van muurschilderingen die Székely samen met Károly Lotz in de kathedraal van Pécs vervaardigde.
We zien Gerardus, gezeten op een bisschopszetel (of ervoor staand?), preken tot de gelovigen met benedictijnen rond hem.
Bertalan Székely (1835-1910)
Szent Gellért (1909-10)
Fresco, 700 cm hoog
Pecs - Petrus en Pauluskathedraal (Pécsi székesegyház)
2016 Paul Verheijen / Nijmegen