Paul Verheijen

ABRAHAM BLOEMAERT

Abraham van Edessa

Spitse baard

De hier afgebeelde gravure wordt door het Centraal Museum Utrecht betiteld als Landschap met biddende kluizenaar. Omdat de kluizenaar is afgebeeld met een spitse vrij lange baard zou het Abraham van Edessa kunnen zijn.
Het levensverhaal van deze kluizenaar is gebaseerd op een legende uit de zesde eeuw. Zijn rijke familie in het Mesopotamische Edessa wilde hem graag getrouwd zien. Om aan hun wensen gehoor te geven koos hij een vrome maagd tot bruid, maar op de laatste dag van de vastenweek die aan de bruiloft voorafging, vluchtte Abraham de woestijn in. Toen zijn vrienden hem na zeventien dagen vonden en hem terug wilden halen, barricadeerde hij zijn kluizenaarscel op een manier dat alleen een heel klein raampje overbleef waardoor hij kreeg wat hij nodig had om te overleven. De erfenis van zijn ouders gaf hij weg aan de armen. Voor zichzelf behield hij een jas, een geitenhuid, een mat en een kom. Over dit kluizenaarschap zei hij dat het oneindig veel gemakkelijker was om zo'n levenswijze te beginnen dan om haar vol te houden. Zelf had hij daar blijkbaar minder moeite mee want de legende vertelt dat hij dit leven vijftig jaar in afzondering volhield.
Daarna vroeg de bisschop van Edessa hem de bewoners van Beth Kiduna te bekeren. Hij werd - tegen zijn wil - tot priester gewijd, bouwde een kerkje in Kiduna en vernielde de afgodsbeelden, wat tot gevolg had dat hij uit de stad werd verjaagd en bijna werd gestenigd. Met engelengeduld bleef hij echter preken en slikte hij alle mishandelingen en bedreigingen. Uiteindelijk gaven de inwoners van Edessa zich gewonnen. Abraham preekte en doopte nog een jaar, trok zich toen terug in zijn cel en overleed enkele jaren later rond het jaar 366. Bij het nieuws van zijn ziekbed stroomde bijna de gehele bevolking van stad en streek samen om zijn zegen te ontvangen. Toen hij overleden was, worstelde iedereen om een stukje van zijn kleren te bemachtigen. Vele zieken werden genezen, nadat ze zo'n kledingstukje hadden aangeraakt.

Maria Boetelinge

De legende vertelt ook dat Abraham na de dood van zijn broer diens dochter Maria onder zijn hoede nam. Hij bouwde een kluizenaarsonderkomen voor haar en gaf haar onderwijs. Misbruikt door een valse monnik ging Maria er op haar twintigste vandoor. Maria werd prostituee en Abraham begaf zich daarop verkleed als officier in haar hoerentent. Hij wist haar over te halen haar vroegere leven weer op te pakken. Terug in haar kluizenarscel deed ze vijftien jaar boete. Ze stierf vijf jaar na haar oom. Deze legende verklaart het enige patronaat van Abraham: dat van boetvaardige prostituees.

Onderschriften

De onderschriften op de gravure schrijven deze Latijnse teksten:
O! verè felix, fugiens qui gaudia mundi
In sylvis vitam degere solus amat;
Abraham, Bloemaert inven:


O! waarlijk gelukkig, hij die de geneugten van de wereld ontvlucht
Hij brengt zijn leven graag alleen door in het bos;
Abraham Bloemaert heeft het bedacht
Sic latitans solique Deo servire paratus
Continuis precibus regna superna petit,
Fred: Bloemaert Sculp: N: Visscher exc.


Zo verborgen en alleen klaar om God te dienen
Hij vraagt ​​om de hemelse koninkrijken met voortdurende gebeden,
Frederik Bloemaert heeft het gesneden, Nicolaes Visscher heeft het uitgevoerd.
Abraham Bloemaert (1564 of 1566 - 1651)
Landschap met biddende kluizenaar (1612)
Gravure op papier, 43 x 30 cm (incl. passe-partout)
Utrecht - Centraal Museum
2016 Paul Verheijen / Nijmegen