Paul Verheijen

EDWARD REGINALD FRAMPTON

Brandaan ontmoet Judas

Navigator
Merkwaardige voorvallen
Machutus van Wales
Berouwvolle Judas

Navigator

Brandaan van Clonfert, bijgenaamd de Navigator, was een Ierse monnik uit het graafschap Kerry en abt van Cluain-Ferta, die veel reisde en talloze kloosters stichtte. Hij stierf rond 580 met deze woorden:
Ik vrees dat ik in eenzaamheid zal reizen en dat de weg in duisternis zal zijn gehuld. Ik vrees het onbekende land, de aanwezigheid van mijn Koning en het oordeel van mijn rechters.
Brénaind moccu Altai (afstammeling van Alte), zo was zijn Ierse naam, werd vooral beroemd door een volledig legendarische 9e-eeuwse reisroman op zijn naam: Navigatio Sancti Brendani, en latere bewerkingen daarvan.
Sinds de missionering vanuit Rome had zich in Ierland op grond van speciale sociale verhoudingen een eigen kerktype ontwikkeld, dat gedomineerd werd door kloosters, centra van bestuur, cultuur en ascese. Een van de typische vormen van deze ascese was de peregrinatio, voor Ieren uiteraard over zee. Christelijke motieven, zoals Abraham die zijn land verliet, en aan Jezus die zelfs niets bezat om zijn hoofd op te leggen, zullen een rol hebben gespeeld, maar stellig ook de reis- en varenslust van eilandbewoners. Het laatste blijkt uit verhalen met zeereizen, de oudste al uit circa 700, met berichten over fantastische eilanden en hun bewoners, soms kluizenaars, vaak monsters.

Er zijn van het reisbericht van Sinte Brandaan drie groepen varianten die alle teruggaan op een verloren gegaan, van de Navigatio. In strekking zijn ze verschillend. Daartoe behoren ook twee Middelnederlandse gedichten: Van Sente Brandane en Boec van Sente Brandaen, beide uit de 12e eeuw. Het grote verschil is dit: in de 12e-eeuwse bewerking is Brandaans reis een straf voor zijn ongeloof in Gods werk in deze wereld, in de Navigatio is de reis juist een uiting van zijn geloof.

Brandaan verhoedt brand en beschermt ook alle ambachtslieden die met vuur te maken hebben, smeden, bakkers en bierbrouwers. Zijn feestdag is 16 mei, soms ook 21 mei.
In monasterio Enachduinensi, in Hibernia, transitus sancti Brendani, Presbyteri et Clonfertensis Abbatis.
[In het klooster van Annaghdown in Ierland het verscheiden van de heilige priester Brendanus, abt van Clonfert.]
(Roomse Martelaarsboek op 16 mei)
Brandaan werd ook afgebeeld samen met Nicolaas, als beschermers van schippers. Zijn verering en dus ook zijn afbeeldingen vindt men langs de noordelijke kusten. De naam van de vuurtoren 'Brandaris' op Terschelling is afgeleid van zijn naam.
De Navigatio werd in 1949 nagedicht door Bertus Aafjes.

Merkwaardige voorvallen

Het wonderlijke reisverhaal kan met recht een odyssee genoemd worden. Aangestoken door het verhaal van een zekere monnik Barrindus over een paradijselijk eiland, dat God beloofd heeft aan alle heiligen, ging Brandaan met een aantal monniken (14 tot 80?) scheep om het te zoeken. Een van die gezellen zou Machutus van Wales zijn geweest (zie onder).
Terwijl zij elk jaar op vier eilanden de grote kerkelijke feesten vierden, bereikten zij het na zeven jaar van letterlijk rondzwerven op zee. Daarbij beleefden zij wonderlijke avonturen, zoals de landing op een eiland dat een vis bleek te zijn of de ontmoeting met een zeemeermin. Van drie onvoorzien meegenomen varensgezellen stierf de eerste na een zonde, die vergeven werd, de tweede bereikte de zaligheid en de laatste kwam in de hel. Duivels bombardeerden het varende gezelschap met gloeiende steenbrokken. Ze troffen helse bergen van vuur aan. Ze ontmoetten gruwelijke monsters met varkenskoppen, een zeeslang, een kluizenaar op een drijvend eilandje en - wonder boven wonder - Judas.

Machutus van Wales

Machutus staat verwarrend bekend onder tientallen namen als Maclou, Macco-louo, Mach-Low, Machut, Machutes, Macliavus, Maclout, Maclovis, Maclovius, Maclovus, Maclow, Macou, Macout, Macut, Macutius, Macutus, Maleit, Maleu, Malo, Malon, Malou, March-low of Mulen van St-Malo, maar ook van Aleth. Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 15 november:
Te Saint Malo in de streek van Saintes de geboorte van de heilige Machutus, bisschop van Aleth in Frankrijk. Hij was in Engeland geboren en scheen van zijn vroegste jeugd af door wionderen uit.
Machutus was monnik in het klooster Llancarvan in Glamorganschire in Wales onder Brandaan. Hij stak met hem en andere missionarissen over naar Bretagne om zich te vestigen in Aleth (nu Saint-Servan-sur-Mer geheten) bij het later naar hem genoemde Saint-Malo. Vreemd genoeg noemt het Martelaarsboek hem bisschop terwijl hij dat nooit geweest schijnt te zijn.
Tijdelijk verbannen leefde hij als kluizenaar in Saintes.
Hij stierf vermoedelijk rond 540 (of een eeuw later?) en zijn relieken werden naar Bretagne gebracht, waar hij vereerd wordt als een van de Zeven heiligen van Bretagne met voor Nederlanders nogal onbekende namen. De andere zes zijn:
  • Brieuc van Bretagne (510; 1 mei)
  • Paternus van Vannes (±500; 15 april)
  • Samson van Dol (565; 28 juli)
  • Corentinus van Cornouaille (±490; 12 december)
    Was eerst kluizenaar in Plomodiern en werd later de eerste bisschop van Cornouaille, het huidige Quimper waar op zijn feestdag gewijde koekjes worden uitgedeeld. Hij hield volgens de legende een vis in een vijver waarvan hij elke dag een stukje afsneed om zich mee te voeden en daarna weer terugzette in de vijver. Een over deze gave jaloerse man haalde eens de vis uit het water en verminkte het dier deerlijk, maar Corentinus merkte het en liet de vis vrij in een rivier. De vis werd dan ook Corentinus' vaste attribuut.
  • Paulus Aurelianus (572; 12 maart)
  • Tugdualus van Tréguier (564; 30 november)
In Nederland kent Escharen sinds de 18e eeuw een bijzondere devotie voor Machutus. Er zijn in de loop van de afgelopen eeuwen tal van legendarische genezingen op voorspraak van hem gedocumenteerd. Tot op heden trekt de bedevaart naar de Lambertuskerk aldaar op Tweede Pinksterdag een groot aantal pelgrims. Op het beeld (zie inzet*) is Machutus afgebeeld als bisschop, met aan zijn voeten een klein kind met krukken dat om genezing smeekt.
* Petrus Verhoeven (1729–1816) - Machutus (Escharen - Lambertuskerk, lindehout, 97 cm hoog)

Berouwvolle Judas

Edward Reginald Frampton wordt als kunstenaar gerekend tot de prerafaëlieten. Hij heeft de ontmoeting van Brandaan met Judas in verf vereeuwigd. Judas richt vastgeketend in een groot ijsblok met de strop nog om zijn hals zijn blik ten hemel. Berouwvol slaat hij zich met twee ijsblokjes op de borst. Brandaan kijkt verwonderd toe. Frampton legt de aandacht alleen op deze twee, zijn meevarenden ontbreken. Veertien tot tachtig meevarenden was misschien ook wel iets te veel om te schilderen.
Willem Wilmink vertaalde deze scène:
Hoor, mensen! Hier kunt u leren
uit de reis van die wijze! –
dat er twee paradijzen
op de aarde waren.
Hij las van wonderbare
dingen in dat verband
en van menig groot eiland.
Ook heeft de wijze heer gelezen
dat er een wereld zou wezen
die onder deze aarde lag,
en werd het hier dag,
dan zou daar telkens het duister komen.
Van de drie hemelen heeft hij vernomen
en dat er een soort van vis bestond
waarop een bos op vaste grond
gegroeid was, boven op zijn rug.
Maar dit ontkende Brandaan stug,
omdat het zo ongeloofwaardig was.
Ook las hij nog hoe Judas
deel had aan Gods barmhartigheid
en hoe hem troost werd toebereid
op alle zaterdagnachten.
Brandaan, hij was niet bij machte
om zoiets ooit maar te geloven
als hij ’t niet zag met eigen ogen.
Uit woede verbrandde hij het boek
en hij heeft wie het schreef vervloekt.
Dat bekocht hij sindsdien duur!
Edward Reginald Frampton (1872-1923)
The Voyage of Saint-Brandan (1908)
Olieverf op doek, 137 x 182 cm
Madison - Chazen Museum of Art
2016 Paul Verheijen / Nijmegen