Alfonso Maria di Liguori en zijn redemptoristenDe redemptoristen waren beroemde dan wel beruchte predikers die daarvoor ook vaak in parochies werden ingehuurd. Zij gingen volgens een vast patroon te werk: eerst werd de kerkgangers gezegd hoe zondig ze wel niet waren, waarna de preek milder van toon werd en ze uiteindelijk de hemel in werden geprezen.De congregatie werd gesticht door Alfonso Maria di Liguori (1696-1787; feestdag 2 augustus) onder de officiële naam Congregatio Sanctissimi Redemptoris (C.Ss.R.), Congregatie van de Allerheiligste Verlosser. De congregatie viert deze Christustitel op 20 juli. Zijn boek Le Glorie di Maria, de Heerlijkheden van Maria, is het meest invloedrijke dat over haar is geschreven. Hij wordt dan ook wel de 'apostel van de heilige maagd' genoemd. Samen met Maria Celesta Crostarossa (14 september - EW) en Tommaso Falcoja grondvestte hij ook een vrouwelijke tak. Drie andere redemptoristen op de heiligencanon:
|
VolksheiligeGerardus Majella wordt door het Roomse Martelaarsboek herdacht op 16 oktober:Te Muro in Zuid-Italië de heilige belijder Gerardus Majella, een geprofest lekebroeder uit de congregatie van de Allerheiligste Verlosser. Daar hij door wonderen uitscheen, heeft paus Pius X hem op de heiligenlijst geplaatst.Gerardo Maiella werd geboren in 1726 in Muro Lucano, ten zuiden van Napels. Zijn hagiografie staat zo bol van vele bizarre en vermakelijke bijzonderheden dat hij daarin zijn gelijke niet kent. Als jongste van vijf kinderen zou hij een zwakke baby zijn geweest, omdat hij geen moedermelk dronk. Als kind van vijf jaar bezocht hij geregeld een Mariakapelletje waar het Madonnabeeld dan haar stenen kindje levend uit haar armen liet glijden om met Gerardo te spelen. Hij kreeg dan van Jezus of Maria ook nog een stuk brood mee, omdat hij niet al te zeer zou versterven. Gerardus at namelijk alleen als zijn moeder het hem opdroeg. Toen hij nog te jong was voor de heilige communie wilde hij toch de communie ontvangen. De priester stuurde hem weg, waarop Gerardo hevig begon te huilen. Jezus werd hierdoor zo verteerd dat hij de aartsengel Michaël vele malen stuurde om de communie aan hem uit te reiken. Ook in zijn latere leven streefde Gerardo ernaar te delen in het lijden, de bespotting en de vernedering van Jezus. Dat lukte ruimschoots. Toen hij 12 jaar was, stierf zijn vader die kleermaker was en werd hij uitbesteed om dat vaak ook te leren, maar door zijn vroomheid en onhandigheid wekte hij de ergernis op van zijn meesterknecht die hem dan meedogenloos afranselde. Maar in plaats van te jammeren glimlachte Gerardo en moedigde aan nog meer te slaan. Toen hij huisknecht was bij de bisschop van Lacedogna, ontglipte hem eens een huissleutel die in een put viel. Gerardo haalde vlug een beeldje van het Kind Jezus uit de kerk en liet dat in de put zakken. Aan zijn stenen armpje kwam de sleutel weer naar boven. Later werkte hij ook vaak voor niets of verdeelde hij zijn geringe verdiensten onder de armen, hetgeen hem de spot en mishandelingen opleverde van zijn omgeving. Dat alles verdroeg hij steeds met een glimlach. Men sloot hem op in een gekkenhuis en ook daar werd hij mishandeld. Ontslagen daaruit liet hij zichzelf folteringen ondergaan. Vrienden vroeg hij hem op de kop aan een balk vast te binden en onder zijn hoofd natte lappen aan te steken. Van de kwelling van de rook raakte hij in extase. In 1749 verliet hij via aan elkaar geknoopte lakens het huis met achterlating van een briefje met de tekst dat hij vertrok om heilig te worden. Hij meldde zich aan als lekebroeder bij de door de paus net goedgekeurde redemptoristen. De kapucijnen hadden hem eerder als 'onnozele jongen' geweigerd. In het klooster pijnigde hij zichzelf met geseling en ijzeren punten op borst en lendenen. Met zijn tong trok hij 's morgens en 's avonds een kruisteken op de grond en at hij bittere kruiden. Door Alfonso van Liguori werd hij beschuldigd van oneerbare omgang met een jonge vrouw. Gerardus hield zijn mond, omdat de orderegel immers zegt dat de leden zich niet mogen verontschuldigen. Door dit alles ging er inmiddels een roep van heiligheid van hem uit. Op zijn tochten door de streek om voor het klooster te bedelen deden zich veel opzienbare bekeringen en wonderen voor. Gerardus had de gave van leviatie en bilocatie. Eens voorkwam hij dat een schip in de Golf van Napels in een storm zou vergaan. Hij snelde het water in en sleepte het schip met twee vingers naar de wal. Zelf stapt hij droogvoets en met droge kleren ook aan wal. In de winter van 1754-55 was er in Lucanië hongersnood. Honderden hongerige mensen verdrongen zich dagelijks voor de poort van het klooster, waar Gerardo portier was. Brood en macaroni die hij uitdeelde vermenigvuldigen zich onder zijn handen. Ook vond hij steeds geld om uit te delen in het sleutelgat van de poort. In de daaropvolgend hete zomer brachten zijn tochten naar het ongezonde moerasgebied bij Contursi. Doodziek kwam hij terug en bloedspuwingen kondigden zijn naderende dood aan. Via een brief werd hem opgedragen beter te worden en de volgende dag leken alle symptomen van zijn slopende ziekte bezweken te zijn, maar op 16 oktober 1755 gaf hij toch de geest en gelukkig voor hem onder hevige pijnen. Zijn graf in Caposele werd een bedevaartsoord. In 1893 werd hij zaligverklaard en in 1904 heilig. |
Muurgeschilderde cyclusIn 1925 kochten de redemptoristen een stuk grond in Nijmegen om daar te bouwen. Omdat die grond op een heuvel tegenover Heilig Landstichting ligt, werd zij de Nebo genoemd, naar de berg vanwaar Mozes het Heilige Land zag. Het complex bestond uit een klooster met kloosterkapel, een seminarie met seminariekapel, en daartussen een openbare kerk, gewijd aan Gerardus Majella. Klooster en seminarie werden in 1928 geopend, de kerk in 1930. Voor de decoratie van zowel de kerk als de kapellen vroeg men Piet Gerrits. Het werd een van zijn grootste opdrachten.De Gerardus Majella-kapel bestaat uit vijf zijden van een oktogoon, verlicht door een serie ramen en afgesloten met een gewelf. Onder de lichtbeuk bevindt zich over de volle breedte van de kapel een fries met schilderingen die in negentien taferelen het leven van Gerardus Majella in beeld brengen. De sluitsteen van het gewelf bevat een afbeelding van de heilige Geest. Tussen de ramen, boven het altaar, is een nis uitgespaard waarin het beeld staat van patroonheilige Gerardus. Aan weerszijden daarvan twee tondo's met de woorden 'Redder der zondaren' en rechts 'Helper der lijdenden'. Onder de schilderingen is een tekstbanderol aangebracht met de kernboodschap van de voorstelling: God die den H. Gerardus hebt willen gelijkvormig maken aan het beeld van uwen gekruisigten Zoon Geef dat wij zijn voorbeeld navolgend tot hetzelfde beeld mogen omgevormd worden ![]()
![]()
![]()
![]()
|
|
Piet Gerrits (1878-1957)
Scènes uit het leven van Gerardus Majella (1928-30) Muurschilderingen Nijmegen - Nebokloosterkerk (Gerardus Majellakapel) [Foto's muurschilderingen: 14-02-2026] |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |