Paul Verheijen

KAREL DE GROTE

Carolus Magnus

Er wordt aangenomen dat het Karolingische vorstenhuis * gesticht werd door bisschop Arnulf van Metz (±582-±641, feestdag 18 juli, 28 juli en 19 augustus), die een grote macht had in de Merovingische koninkrijken. De meest bekende telg uit deze dynastie was Karel de Grote.
Volgens 12de-eeuwse legendes belegerde Karel de Grote in 778 het Spaanse Pamplona dat in Moorse handen was.
De apostel Jakobus liet door een wonder de muren instorten en zo konden christenen de stad veroveren.
In werkelijkheid was zijn tocht een mislukking waarbij zijn leger een zware nederlaag leed tegen de Basken.
Uit dankbaarheid liet Karel op verschillende plaatsen Jakobuskerken bouwen.
Vooral de bedevaarten naar het graf van Jakobus te Santiago de Compostela en de literatuur die daaromheen op het einde van de 11e eeuw verscheen, hebben invloed gehad op het ontstaan van de idee van Karel de Grote als christelijke held en werd hij onder zijn Latijnse naam Carolus Magnus heilig, wat hij naar evangelische en humane maatstaven zeker niet was.
Karels canonisatie, onder pressie van Frederik I Barbarossa's kanselier Rainald van Dassel op politieke gronden door tegenpaus Paschalis III in 1165 te Aken uitgesproken en na opheffing van het schisma niet erkend, was niettemin het begin van een cultus in vele, voornamelijk Duitse en Franse steden en gebieden.

Heiligverklaringen van vorsten waren op grond van de middeleeuwse konings- en keizersideologie als heilig ambt, gefundeerd op het koningschap van David en de traditie van het Romeinse Rijk, binnen een christenheid waarin kerk, rijk en maatschappij een eenheid vormden.
Uit deze tijd stammen de verheffing van Karels gebeente en andere relieken, zoals Karels talisman, kruis, en rijksinsignes, de invoering van feestdagen waarop de keizer gevierd werd (28 januari en 27 juli of 30 juli) en een uitgebreid beschermheerschap: hij werd een van de patronen van Duitsland en Frankrijk, van bisdommen en steden en van broederschappen.
Zijn feest en verering worden door de kerk stilzwijgend toegelaten.
Hildegardis, zijn derde echtgenote, werd zaligverklaard en kreeg een feestdag op 30 april. Zij wordt beschouwd als stichteres van de benedictijnenabdij van Kempten. Daarheen zou zij ook de relieken hebben laten overbrengen van de martelaren Gordianus en Epimachus (feestdag 10 mei), over wie het korte hoofdstuk 69 van de Legenda Aurea handelt.
* Afbeelding: Stamboom Karolingische huis (manuscript rond 1250 - Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek

Engelbertus van Saint-Riquier

Bertha van Frankrijk (779-826), ook bekend als Bertha van het Heilig Roomse Rijk, was een dochter van Karel de Grote. Zij werd samen met haar broers en zussen opgevoed aan het koninklijk hof, waar Karel de Grote al zijn kinderen liet onderwijzen door privéleraren. Net als haar zusters is Bertha nooit officieel gehuwd. Men speculeert dat Karel de Grote niet wilde dat zijn dochters huwden om strategische redenen. Hij vreesde politieke rivaliteit van hun potentiële echtgenoten.
Bertha had wel een langdurige relatie met Engelbertus (Angilbert) van Saint-Riquier, privésecretaris en persoonlijk adviseur van Karel de Grote die de bijnaam Homerus kreeg nadat hij een epos over Karel de Grote had geschreven. Als dank schonk Karel hem in 790 de benedictijner abdij van Centula (later: Saint-Riquier) bij Abbeville. Het leven van Engelbertus staat beschreven in de vier boeken tellende Kroniek van Centula, geschreven door Hariulfus, een monnik aldaar. Engelbertus' leven beslaat het gehele tweede boek. Bertha en Engelbertus kregen twee zonen.
Engelbertus wordt als heilige herdacht op 18 februari of 18 november. Zijn heiligheid dankt hij aan de manier waarop hij zijn laatste levensjaren sleet. Om zichzelf te straffen voor het wereldse leven dat hij had geleid, legde hij zichzelf zulke strenge boetedoeningen op dat in 814 van uitputting stierf.
2016 Paul Verheijen / Nijmegen