Drie Russische sleutelheiligenSergei Kirillovs triptiek Heilig Rusland is een visuele theologie van Rusland. Door drie sleutelheiligen en heilsgebeurtenissen naast elkaar te plaatsen, construeert Kirillov een heilige genealogie waarin doop, zegen en ascese de basis vormen van nationale continuïteit. De delen zijn respectievelijk gewijd aan Olga van Kiev, Sergius van Radonezj en Basilios de Gezegende, drie figuren die in de Russische herinneringscultuur sterk verbonden zijn met bekering, geestelijk gezag en profetische dwaasheid om Christus’ wil.De keuze voor Olga van Kiev / de Wijze (±890-±970; feestdag 11 juli) als eerste deel is betekenisvol, omdat haar doop traditioneel geldt als een vroeg moment van christelijke oriëntering van het oude Rus’. Kirillov maakt van die gebeurtenis geen louter dynastieke scène, maar een icoon van overgang: van heidense naar christelijke wereld, van politieke macht naar sacrale legitimatie. Daardoor krijgt de nationale oorsprong een religieuze kern, alsof Rusland pas werkelijk “Rus” wordt op het moment dat het zich laat dopen. Naar men zegt is de kerstening van de Slavische volken begonnen door toedoen van Olga. Haar familie was arm, maar omdat zij een mooie vrouw was, werd zij uitgehuwelijkt aan grootvorst Igor I van Kiev. Nadat deze in 945 was gesneuveld, regeerde Olga tot 962 als regentes van haar minderjarige zoon Svjatoslav. Op hun tochten vanuit Constantinopel deden Byzantijnse missionarissen ook Kiev aan. Olga ontving hun en raakte overtuigd van hun boodschap. In 955 werd ze katholiek en twee jaar later in Constantinopel gedoopt als Helena. Zij probeerde zonder aantoonbaar resultaat in Rusland het geloof te verbreiden. Haar eigen zoon Svjatoslav bijvoorbeeld werd nooit christen. De bekering van Rusland begon schoorvoetend. Pas onder haar kleinzoon Wolodimer (Vladimir I de Grote / de Heilige / de Apostelgelijke; feestdag 15 juli), die van 987 tot 1015 grootvorst van Kiev was en in 987 christen werd, is er sprake van een substantiële bekering van het Russische volk tot in Novgorod en de bovenloop van de Wolga en het ontstaan van de Russisch-orthodoxe kerk. Het tweede paneel met Sergius van Radonezj (1313-1392; feestdag 25 september) vormt vervolgens het spirituele middelpunt van de triptiek. Sergius is in de Russische orthodoxe traditie niet alleen monnik en abt, maar ook belichaming van nederigheid, gebed en nationale samenbinding. Juist daarom is hij zo vaak gebruikt als icoon van de Heilig-Rusland-gedachte. Kirillov accentueert in dit deel niet het spectaculaire, maar het zegenende gebaar: heiligheid werkt hier via geestelijk gezag, niet via geweld. Het derde paneel met Basilios de Zalige of Gezegende (1469-1552/7; feestdag 2 augustus) verschuift de focus van kloosterlijke orde naar profetische marginaliteit. Basilios staat in de Russische traditie voor de heilige dwaas die de waarheid zegt buiten de conventionele maatschappelijke orde om. In de context van de triptiek maakt hij duidelijk dat de heiligheid van Rusland niet alleen in staat of kerkelijke instellingen huist, maar ook in radicale armoede, ascese en ongewone heiligheid. Stilistisch sluit Kirillov aan bij de orthodoxe iconische beeldtaal, maar hij vertaalt die naar een moderne historiserende monumentaliteit. De panelen functioneren niet als strikte liturgische iconen, maar als visuele argumenten: Rusland wordt voorgesteld als een heilige geschiedenis die door bijzondere personen wordt gedragen. Daarmee ligt de nadruk minder op individuele psychologie dan op rol, type en geestelijke betekenis. |
|
Sergei Kirillov (1960)
Sviataja Rus (1992-94) Olieverf op drie panelen, 140 x 100 cm elk Bewaarplaats onbekend |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |