ReliekenDe relieken van Caecilia worden na haar dood zo uitbundig verspreid dat hieruit makkelijk meer dan één Caecilia kan worden samengesteld. Het bekendst zijn de relieken die verblijven in de Santa Cecilia in Trastevere in Rome.Twee tamelijk dubieuze en elkaar tegensprekende bronnen meldden de vondst van haar lichaam in twee ruim uit elkaar liggende jaren. Paschalis I (paus van 817-824; feestdag 11 februari) Deze paus laat op de plaats van de Titulus Caecilianae een nieuwe kerk neerzetten. Een ding ontbreekt: het lichaam van de heilige. De traditie was ervan uitgegaan dat het lichaam door de Lombarden was meegenomen. Op een zondag, toen de paus de ochtenddienst bijwoonde, viel hij in slaap. In een droom vertelt Caecilia aan hem dat de Lomvbarden vergeefs naar haar lichaam hadden gezocht. Ze wijst hem de plaats aan waar haar lichaam dan wel te vinden is, namelijk in een catacombe. Op de aangegeven plaats wordt een sarcofaag opgegraven, waarin zich een lijkkist van cipressenhout bevindt. Dit hout heeft de eigenschap goed te conserveren en in de kist ligt dus het volledig intacte lichaam van Cecilia, met het gezicht naar de grond gekeerd, de armen langs de voorzijde uitgestrekt en gehuld in een kleed van goudbrokaat. Aan de voeten liggen enkele linnen doeken met bloed doordrenkt. Naast Caecilia vindt men het lijk van Valerianus. De paus brengt daarop in 821 beide lichamen over naar de kerk, evenals de lichamen van Tibutius en Maximus. Een variant van deze versie vertelt dat Paschalis bij een restauratie van de kerk het lichaam vond van een jonge vrouw, nog volkomen intact, liggend op haar rechterzij, gehuld in een lang gewaad met goudbrokaat. De hals vertoonde een diepe wond, de kleding bloedsporen. Ze stak drie vingers van haar rechterhand en één vinger van haar linkerhand uit, waarmee zij zou verwijzen naar haar geloof in de goddelijke Drie-eenheid. Het sprak voor zich dat deze vrouw Caecilia moest zijn. Clemens VIII Clemens VIII laat in 1599 de sarcofaag opnieuw openen. Voor de tweede keer ziet men Caecilia liggen in exact dezelfde houding als in de versie van Paschalis. Heel Rome loopt uit om het wonder te aanschouwen. Stefano Maderno wordt door titelkardinaal van de kerk Sfondrati gevraagd het lichaam te beeldhouwen. Hij is net op tijd met de tekeningen klaar, want het lichaam van Caecilia begint tot stof te vergaan. In overleg met Sfondrati maakt Maderno het beeld zoals hij haar zou hebben gezien: de zwaardslagen pijnlijk nauwkeurig gekerfd in de hals met druppels bloed en de houding van de drie vingers van haar rechterhand en de wijsvinger van haar linkerhand. Maderno gebruikte een twintigjarige vrouw als model, zodat het beeld er niet uitziet als een maagd van 15 jaar, maar als een jonge vrouw. Deze tweede (?) wonderbaarlijke vondst wordt verhaald in Historia passionis beatae Ceciliae door de oudheidkundige Antonio Bosio (1576-1629). De verering van Cecilia had sinds de vondst van haar nog intacte lichaam een hoge vlucht genomen en het boek van Bosio versterkte de populariteit van haar cultus nog eens. Een kopie van dit beeld bevindt zich in de catacomben van Calixtus. Nog een kopie uit 1910 ligt in een mergelgroeve in Valkenburg (Museum Romeinse Katakomben) waar deze catacomben zijn nagebootst. |
|
Stefano Maderno (1576-1636)
Santa Cecilia (1600) Marmeren beeld, 131 cm Rome - Santa Cecilia in Trastevere |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |