In de putDe legende vertelt dat Calixtus een slaaf was die van zijn meester een grote som geld gekregen had om te investeren. Maar Calixtus verloor het geld en werd tot de tredmolen veroordeeld. Hoewel enkele andere schuldeisers erin slaagden hem vrij te krijgen, werd hij weer gearresteerd en naar Sardinië gestuurd om er in de mijnen te werken. Uiteindelijk kwam hij vrij en keerde hij terug naar Rome, waar hij toetrad tot de geestelijkheid. In 217 werd hij gekozen als 15e opvolger van Petrus. Hij deed zijn best de lichamen van martelaren op te sporen. Zijn bekwaamheid en menselijkheid ten aanzien van christenen die uit angst voor de Romeinse vervolgingen weer waren teruggevallen op hun oude geloof. Calixtus geloofde voor hen in Gods genade, wat in schril contrast was met de strenge leer in die tijd. Mede daardoor raakte hij bij conflict betrokken. Hij bestreed het sabellianisme die de Drie-eenheid ontkenden en stelde volgens de legende de quatertemperdagen in wat niet aannemelijk is omdat Leo de Grote dit deed. Hij droeg in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling van de kerkelijke kunst door het beschilderen van kerken te bevorderen om de ongeletterde gelovigen het evangelie te onderwijzen. Verder stond hij toe dat vrouwen van hogere stand in het huwelijk traden met mannen van lagere afkomst, wat in strijd was met de Romeinse wetgeving.De legende van zijn marteldood is te lezen in hoofdstuk 150 van de Legenda Aurea. Samengevat schrijft De Voragine dat een door God veroorzaakte brand de gouden linkerhand van een Jupiterbeeld had laten smelten. Toen er zoenoffers aan Jupiter werden gebracht, werden vier afgodenpriesters door een goddelijke bliksem getroffen, het Jupiteraltaar verwoest en de zon verduisterd, waarop de Romeinen buiten de muren vluchtten. De christenen kregen van dit alles de schuld. Consul Palmatius trok de Tiber over om de daar wonende christenen te verdelgen, maar zijn soldaten werden onmiddellijk met blindheid geslagen. Keizer Alexander gaf opdracht dat het volk offers aan Mercurius moest brengen. Tijdens die ceremonie werd Juliana, een tempelmaagd, door een demon gegrepen onder luid uitroepen dat de god van Calixtus de ware en enige God is. Toen Palmatius dat hoorde, liet hij zich met zijn vrouw en zijn huishouden dopen. Iemand zegde Palmatius toe ook christen te worden als zijn verlamde vrouw werd genezen. Dat gebeurde en ook zij werden gedoopt. Toen dit de keizer ter ore kwam, liet hij alle gedoopten onthoofden. Calixtus liet hij nog vijf dagen zonder eten en drinken in leven. Maar toen hij zag dat Calixtus alleen maar sterker werd, liet hij hem elke dag met knuppels bewerken en daarna uit een raam naar beneden gooien en vastgebonden aan een blok steen in een put werpen. Een priester haalde zijn lichaam uit de put en begroef het. Giovanni Biliveri schildert deze marteldood op de hier getoonde afbeelding. De pauselijke tiara is van zijn hoofd op de grond gevallen. Dit hoofddeksel is een mooi voorbeeld van een anachronisme want de paus kreeg pas een tiara op zijn hoofd in de 9e eeuw. De relieken van Calixtus liggen in de basiliek Santa Maria in Trastevere in Rome die hij had laten bouwen. Keizer Alexander was blijkbaar toch ooit minder wreed geweest dan De Voragine hem beschrijft. Waarschijnlijk zijn de catacomben van Calixtus later naar hem genoemd omdat hij voor zijn pausschap bestuurder was van deze begraafplaats die pas in 1849 werd ontdekt. Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 14 oktober met verwijzing naar zijn marteldood in de put. |
|
Giovanni Bilivert (1585-1644)
San Callisto gettato nel pozzo (1604-10) Olieverf op doek Rome - San Callisto a Trastevere |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |