Titulus Equitii (Silvestri)Op de Oppius, een van de toppen van de Esquilinus, in Rome ontstond een wijk voor de beter gesitueerden. In het Liber Pontificalis staat dat Silvester een Titulus heeft ingericht in het landhuis van zijn priester Equitius. Het huis lag iuxta thermas, naast de thermen. In de synode van 499 was Titulus Equitii de officiële naam. In 509 werd op de huiskerk een basilica gebouwd, waarbij de bovenste verdieping waar de clerus woonde opging in de basilica. De kerk werd gewijd aan Martinus van Tours, de San Martino ai Monti.Intussen had legendevorming zich meester gemaakt van Silvester en was zijn heiligverklaring bijna verplicht. Dat gebeurde dan ook en op de synode van 595 heet de huiskerk Titulus Silvestri. Na enige tijd ging die weer over in Basilica Santi Silvestri et Martini. Net als zo ongeveer alle huiskerken heeft de basilica in de loop van de eeuwen daarop verbouwingen en restauraties ondergaan. De titelkardinaal van de basilica, de latere Sergius II (paus van 844-847), was daarin het meest rigoreus. Hij liet de basilica tot de grond toe afbreken en een geheel nieuwe optrekken, maar ook deze basilica onderging talrijke restauraties. |
Mozaïek![]() Zoals gezegd had het woonhuis van Equitius twee verdiepingen. Op de onderste bevond zich een grote aula van 16 bij 20 meter, door dikke pilaren in acht kleinere ruimtes verdeeld. Deze ruimte is nog te bezoeken. In een daarvan bevindt zich in een nis het hier afgebeelde goed bewaarde mozaïek. Deze Madonna met Silvester, een van de belangrijkste vroegchristelijke resten in de crypte van de basiliek, krijgt in de huidige ruimte extra gewicht doordat het niet als los kunstwerk functioneert, maar ingebed is in een nis die onderdeel is van een ondergrond vol relieken, herinneringen en latere herinrichtingen. De voorstelling toont Maria als een frontale, statische figuur, omgeven door een gouden achtergrond die haar verheft tot hemelse aanwezigheid. Veel kleiner afgebeeld staat of knielt Silvester, wat de band tussen mariale devotie en pauselijk gezag zichtbaar maakt. De compositie is sober maar krachtig. Er is weinig beweging, geen narratieve uitweiding. De nadruk ligt op hiëratische waardigheid. Juist die rust en monumentaliteit passen bij de vroege christelijke beeldtaal, waarin heiligen niet vooral als individuen worden getoond, maar als dragers van goddelijke en kerkelijke autoriteit. Het mozaïek past in de Titulus Silvestrii die zelf al vroeg werd ingezet als plek van pausinstituut, reliekenverering en herinnering aan de strijd om orthodoxie in de vroege kerk. Maria naast Silvester maakt die boodschap nog sterker, omdat het beeld de kerkelijke macht niet alleen als historisch, maar ook als theologisch gelegitimeerd presenteert. Stilistisch behoort het mozaïek tot de vroege monumentale kerkdecoratie van Rome, waarin gouden achtergrond, frontale houding en vereenvoudigde vormen centraal staan. Het werk is geen naturalistische voorstelling in latere, klassieke zin, maar eerder een symbolische afbeelding die présence en sacraliteit wil oproepen. Het mozaïek is tegelijk kunstwerk, devotiebeeld en historisch document van de vroegchristelijke beeldcultuur van Rome. |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |