Paul Verheijen

HUISKERKEN

Domus ecclesia

In Kafarnaüm stond het huis van Petrus. In de tweede helft van de eerste eeuw kwamen christenen hier al bijeen. Nadat zij in de vierde eeuw godsdienstvrijheid hadden gekregen, plaatsten ze een 112 meter lange muur om het huis, waardoor het huis van Petrus het centrale punt werd in een vierkant gebied. Het huis van Petrus werd hiermee een domus ecclesia of ecclesiae domesticae, een 'huiskerk'.
Ook in Rome kwamen de eerste christenen in de eerste eeuw bij elkaar aan huis om liturgie te vieren. Ze waren immers nog niet zo talrijk en ze zullen zich naarmate de groep groter werd verspreid hebben over meerdere huizen in de stad. Vanaf eind tweede eeuw en in de derde eeuw groeide het aantal christenen en steeg de vraag naar grotere en ook meer permanente liturgieruimten. Rijke families stelden hun riante woonhuizen - vaak met verdiepingen - hiervoor ter beschikking. De titulus, het naambordje, van de eigenaar op het huis werd niet verwijderd, want hij bleef verantwoordelijk voor alles wat er in zijn huis gebeurde. Dergelijke titelkerken ontstonden in de eeuwen dat het christendom een door de Romeinen verboden godsdienst was. Veel later kreeg het begrip 'titelkerk' ook een andere invulling (zie onder).

In Rome bestaan er nu nog 24 van dergelijke oude huiskerken, waarop - toen het christendom niet meer verboden was - in de loop der eeuwen meestal een 'echte' kerk werd gebouwd. Een alfabetische selectie van tien eruit:

Titulaire kerk

Een titelkerk heet vanaf de 7e-eeuw ook een kerk in het bisdom Rome die 'titulair' wordt toegekend aan kardinaal-priesters en kardinaal-diakens (in die gevallen wordt ook wel gesproken van een titeldiaconie). Diakens en priesters die vast verbonden waren aan bepaalde kerken (incardinato, 'vastgemaakt') kregen een rol in de kerkelijke organisatie en verzorgden bij toerbeurt de liturgie in de pauselijke basilieken.
Toen kardinalen in de 11e eeuw het alleenrecht hadden de paus te kiezen, kreeg de titelkerk een andere rol. In plaats van dat de diaken c.q. priester van een bepaalde kerk betrokken werd in de liturgie in de pauselijke basiliek, kregen tot kardinaal benoemde personen een kerk toegewezen. De titelkerk functioneerde als de eigen parochiekerk van de betreffende kardinaal.
Tot het eind van de 15e-eeuw betekende een titelkerk vaak ook een residentie en bezaten veel titelkerken onroerend goed, al dan niet rondom de kerk, en dat kon voor kardinalen die niet uit Rome kwamen gebruikt worden als woonvertrekken in de periode dat zij in Rome verbleven. Door de toename van het aantal kardinalen in de loop van de zestiende eeuw bleek het noodzakelijk om aan de traditionele titelkerken van de huiskerken nieuwe kerken toe te voegen.
Hoewel het sinds de 19e-eeuw gaat om een titulaire functie, dragen de meeste kardinalen wanneer ze in Rome zijn in hun titelkerk de heilige mis op. Tegenwoordig is aan alle titelkerken het wapen van de titelhoudende kardinaal aan de voorgevel bevestigd.

Aartsbisschop en kardinaal Wim Eijk (1953) is sinds 2012 titularis van de San Callisto. Of hij daar blij mee is, is gezien de deplorabele staat van de voorgevel de vraag (zie de foto gemaakt op 23 maart 2026). Ontbreekt om die reden zijn wapenschild Noli recusare laborem? 'Weiger het werk niet' was een uitspraak van Martinus van Tours, patroon van het aartsbisdom Utrecht.
2016 Paul Verheijen / Nijmegen