Paul Verheijen

AIDAN VAN LINDISFARNE

Holy Island

Holy Island

Het leven van Aidan wordt beschreven in de Historia ecclesiastica gentis Anglorum van Beda Venerabilis. Aidan was een Ierse monnik van Iona die in 635 op verzoek van koning Oswald van Northumbrië een tweede poging deed met de kerstening van dit koninkrijk, nadat eerder een andere Ierse monnik had gefaald vanwege een te harde aanpak van de heidenen. Oswald schonk Aidan het eiland Lindisfarne (nu Holy Island) die daar een klooster stichtte. Hij was volgens Beda bijzonder vroom en nederig. Hij verlangde niet naar aardse goede dingen. De geschenken die hij van Oswald kreeg of andere rijken, gaf hij aan de armen of gebruikte ze om gevangenen vrij te kopen. Zo kreeg hij eens een zeer kostbaar paard van Oswald als geschenk om te kunnen reizen, omdat hij altijd te voet ging om gemakkelijker een gesprek te kunnen aanknopen. Iemand vroeg Aidan om een aalmoes en hij gaf hem het paard. Oswald verwonderde zich daarover en vroeg of hij niet beter een minder kostbaar paard had kunnen weggeven. Oswald antwoordde: 'Wat zegt ge koning? Is dat jong van een merrie u méér waard dan dit kind van God?' Nederig ontdeed Oswald zich van zijn zwaard en stortte zich neer voor Aidans voeten met de woorden 'nooit zal ik er voortaan iets meer van zeggen of er over oordelen wat of hoeveel gij van ons geld aan de kinderen van God uitdeelt.' Deze nederigheid van Oswald bracht Aidan aan het huilen, een droefenis die ook kwam doordat Aidan voorzag dat Oswald niet lang meer zou leven.
Aidan wilde zelden plaatsnemen aan 's konings dis. Hij nam dan altijd twee van zijn geestelijken mee, at snel en haastte zich naar de kerk of zijn kloostercel om te bidden en in de bijbel te lezen. Op woensdag, vrijdag en zaterdag vastte hij tot 's middags drie uur, behalve in de paastijd.

Lindisfarne Priory werd een belangrijk cultureel en religieus centrum dat tot grote bloei kwam. Van hieruit werden zo ongeveer alle kerken en kloosters in Northumbrië gesticht en Aidan regeerde hierover.

Relieken

Aidan stierf in 651 in Bamburgh. Zijn lichaam werd overgebracht naar Lindisfarne en begraven op het kloosterkerkhof. Later werd hij herbegraven aan de rechterkant van het altaar in de nieuwe houten Sint-Petruskerk. In 664 nam de Ierse bisschop Colmanus, na een theologisch conflict, een deel van Aidans botten met zich mee terug naar Ierland. In 793 verscheen een bescheiden vloot Vikingen (vermoedelijk vanuit Denemarken) voor het Holy Island en in luttele ogenblikken werd de abdij leeggeroofd. Deze ongekende en ongehoord brutale aanval op een weerloze kloostergemeenschap veroorzaakte een schok in Europa. Het klooster werd nog verschillende keren aangevallen in de 9e eeuw. Ondertussen sidderde heel Europa voor de schrik van de Noormannen. In 875 vluchtten de monniken met medeneming van het lichaam van Cuthbertus naar het vasteland, waar ze het huidige Durham stichtten. In 1082 werd met het resterende materiaal van het klooster een benedictijnenabdij gebouwd, waarvan nu nog resten te zien zijn.
Na de bloedige Vikingaanval brachten monniken een groot deel van de achtergebleven relieken van Aidan in veiligheid. In de 10e of 11e eeuw kwamen deze terecht in Glastonbury Abbey in het zuidwesten van Engeland, waar ze eeuwenlang een belangrijk pelgrimsoord vormden.
Toen de monniken Lindisfarne in 875 definitief ontvluchtten voor de Noormannen, droegen zij de belangrijkste resten van hun heiligen met zich mee. Na een zwerftocht van een eeuw kwamen deze (samen met het lichaam van Cuthbertus) terecht in de Durham Cathedral. Middeleeuwse inventarissen uit Durham maken expliciet melding van botten van Aidan en een met edelstenen versierde reliekhouder waarin zijn hoofd werd bewaard. In de St Aidan's Church in Bamburgh bevindt zich nog een belangrijk contactreliek: een houten balk (onderdeel van het plafond) waartegen Aidan volgens de overlevering leunde toen hij stierf.

Kathleen Parbury heeft Aidan afgebeeld in monnikskleding met een brandende fakkel in zijn opgeheven linkerhand als symbool voor het brengen van het christelijke licht, en een bronzen staf in zijn rechterhand. Achter zijn rug is een Keltisch kruis verwerkt.

Lindisfarne-heiligen

Met Lindisfarne zijn de namen verbonden van twaalf heiligen:
  • Aidan (651; 31 augustus)
  • Ceddus (664; 7 januari)
  • Chad (Ceadda) (672; 2 maart)
  • Colmanus (676; 18 februari)
  • Cuthbertus (687; 4 september)
  • Eadfrith (698; 4 juni)
  • Eata (685; 26 oktober)
  • Edbertus (698; 6 mei)
  • Ethelwold (740; 12 februari)
  • Finan (661; 17 februari)
  • Iwigus (Ywi) (±690; 8 oktober)
  • Oswald (642; 5 augustus)

Van deze heiligen worden er vijf in het het Roomse Martelaarsboek met weinig woorden herdacht.
Voor 2 maart:
Te Litchfield in Engeleand de heilige Ceadda, bisschop van Mercië en Lindisfarne, van wiens voortreffelijke deugden de heilige Beda 'de Eerbiedwaardige' melding maakt.
Voor 20 maart:
In Engeland het overlijden van de heilige Cuthbertus, bisschop van Lindesfarne. Van zijn jeugd af tot aan zijn dood scheen hij uit door zijn heilig leven en door wonderen.
Voor 6 mei:
In Engeland de heilige Edbertus, bisschop van Lindisfarne. Hij muntte uit in kennis en godsvrucht.
Voor 5 augustus:
In Engeland de heilige koning Oswald, wiens daden de heilige Bede 'de Eerbiedwaardige' verhaalt.
Voor 31 augustus:
In Engeland de heilige Aidanus, bisschop van Lindisfarne. De heilige Cuthbertus, die op 20 maart herdacht wordt en die toen nog schaapherder was, zag zijn ziel ten hemel opgaan. Hij verliet toen zijn schapen en werd monnik.
Kathleen Parbury (1901-1986)
Aidan van Lindisfarne (1958)
Rood beton, levensgroot
Holy Island / Lindisfarne - St. Mary's Church, tuin
2016 Paul Verheijen / Nijmegen