Paul Verheijen

REMBRANDT

Treurnis om brandende stad

Oude mannen

Roodkrijtstudie, 23 x 16 cm
Berlijn
Kupferstichkabinett der Staatlichen Museen
Omstreeks 1630 maakte Rembrandt een aantal zeer doorwerkte roodkrijtstudies en etsen naar levend model: een oude man, die hij in peinzende houding in een leunstoel in het atelier liet poseren.

In de achtergrond is met enkele lijnen een architectuur aangegeven.
Dit wijst erop dat Rembrandt, toen hij deze modellen tekende, al van plan was ze te gebruiken in interieurstukken met mediterende oude mannen, hetzij als 'geleerden-portret', hetzij als bijbelse figuur.

Leiden

In zijn vroege tijd signeerde Rembrandt vaak met zijn initialen in monogram, zo ook op dit paneeltje: RHL 1630, Rembrandt Harmansz Leidensis.
Hij was dus 24 jaar toen hij dit werkstuk schilderde, een van zijn gaafste uit zijn late Leidse jaren.
Hij maakte in die tijd veelvuldig gebruik van impasto, een techniek waarbij met een schildersmes of met het botte eind van het penseel gekerfd en gekrast wordt in de verf.
De vrij kleine eenzame grijsaard maakt een monumentale indruk en is neergezet in dekkende verf.
Nog vetter is het fijnbewerkte gouden vaatwerk geschilderd dat flonkert in het zonlicht.
Langs de linker contour van het lichaam hangt een dunne grijze nevel die overvloeit in de luchtig en transparant gepenseelde ruïneachtige entourage van de brandende stad.
De houding van de hand die het hoofd ondersteunt, is in de beeldende kunst een traditionele pose die op melancholie duidt.
Zijn elleboog rust op een boek waar Bibel op staat.
Op een steen naast hem liggen een gouden schaal, een kan en boeken.
De man is vervuld van zwaarmoedige gedachten.
De brandende stad is kennelijk de oorzaak van zijn verslagenheid.
Mogelijk heeft Rembrandt zijn vader Harman, die in datzelfde jaar stierf, model laten zitten voor de oude man.

Bijbelse scène?

Omdat men vermoedde dat het woord Bibel in latere tijd op het boek is geschilderd, is de voorstelling in de loop der tijd ook niet-bijbels opgevat:
  • Anchises en het brandende Troje
  • Een anonieme filosoof in een grot
En als bijbelse voorstelling kwam in aanmerking:
  • Lot en de brandende stad Sodom
  • Jeremia en de brandende stad Jeruzalem
Deze laatste interpretatie is nu algemeen aanvaard.

De vraag blijft in hoeverre dit werk is beïnvloed door De Joodse Geschiedenis van de joodse historicus Flavius Josephus, waarvan Rembrandt een Duitse vertaling in zijn bezit had, of het drama Ierusalems verwoestingh, door Nabuchodonosor van Guilliam van Nieuwelandt uit circa 1628/29, danwel afbeeldingen die Rembrandt mogelijk bekend waren, zoals de titelprent van het boek Klaagliederen in Den Bibel, gedrukt in 1532 door Willem Vorsterman (zie afbeelding).

De verwoesting van Jeruzalem

In het negende regeringsjaar van koning Sedekia van Juda, in de tiende maand, kwam koning Nebukadnessar van Babylonië met heel zijn leger bij Jeruzalem aan en sloeg het beleg voor de stad; en op de negende dag van de vierde maand van het elfde regeringsjaar van Sedekia werd er een bres in de stadsmuur geslagen, namen de aanvoerders van de koning van Babylonië plaats in de Middenpoort: Nergal-Sareser, de simmagir, Nebusarsechim, de rabsaris,330 Nergal-Sareser, de rabmag, en de overige aanvoerders van de koning van Babylonië. Toen koning Sedekia van Juda en de soldaten hen zagen, vluchtten zij. Ze verlieten ’s nachts de stad via de koninklijke tuin en de poort tussen de beide stadsmuren. De koning vluchtte in de richting van de Jordaanvallei, maar het Chaldese leger zette de achtervolging in en haalde hem in op de vlakte van Jericho. Ze namen hem gevangen, brachten hem naar Ribla in het gebied van Hamat, naar koning Nebukadnessar van Babylonië, en die berechtte hem. De koning van Babylonië liet daar zijn zonen en alle vooraanstaande burgers van Juda voor Sedekia’s ogen afslachten, waarna hij hem de ogen liet uitsteken. Vervolgens werd Sedekia geboeid met bronzen ketenen, om naar Babel te worden weggevoerd. De Chaldeeën staken het koninklijk paleis en de huizen van de bevolking in brand, en ze haalden de muren van Jeruzalem neer. De mensen die nog in de stad waren overgebleven, werden door Nebuzaradan, de commandant van de lijfwacht, als ballingen naar Babylonië gevoerd, evenals degenen die waren overgelopen, kortom iedereen die nog over was. Slechts de allerarmsten van het volk, die niets bezaten, liet Nebuzaradan in Juda achter. Aan hen gaf hij de wijngaarden en de akkers.
(Jeremia 39:1-10 zie ook Jeremia 52:1-11)

Sedekia

Aan de linkerkant zien we de soldaten van Nebukadnessar de brandende stad bestormen. Bij de trappen is, heel klein geschilderd, een man te zien die met zijn handen naar zijn ogen grijpt: het is de verblinde koning Sedekia (zie de kleurbewerkte detailafbeelding). Boven de stad zweeft een engel met een fakkel in de hand.
De val van Jeruzalem is volgens het bijbelverhaal veroorzaakt door deze koning Sedekia. Als straf voor zijn daden moest hij eerst nog toezien hoe zijn jonge zonen werden gedood. Daarna werden hem de ogen uitgestoken en werd hij geketend afgevoerd naar Babylon, waar hij als blinde balling overleed.
Rembrandt bracht dus een wijziging aan, want Sedekia bevond zich volgens het verhaal niet in Jeruzalem toen hem de ogen werden uitgestoken.
Rembrandt Harmanszoon van Rijn (1606-1669)
Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem (1630)
Olieverf op paneel, 58 x 46 cm
Amsterdam - Rijksmuseum
2016 Paul Verheijen / Nijmegen