VerleidsterDat het in de hier afgebeelde vijf werken van Jan Steen gaat om de bijbelse Batseba wordt duidelijk uit het briefje dat zij of de bij haar afgebeelde vrouw in de hand houdt. De (gedeeltelijke) aanhef is steeds te lezen. Weliswaar wordt die brief in het bijbelverhaal niet genoemd - David zond boden om Batseba te halen - maar dit briefmotief is al sinds de vroege 16de eeuw aanwezig in uitbeeldingen van dit verhaal.Ook de vrouw die bij Batseba staan, komt niet in de bijbeltekst voor. Gaat het om een koppelaarster die regelmatig door Jan Steen is uitgebeeld, vaak in scènes waarin het draait om liefde en verleiding? Heeft zij Davids brief persoonlijk overhandigd aan Batseba? Koning David staat op D en E als nauwelijks te zien klein figuurtje op de achtergrond op het balkon van zijn paleis toe te kijken. Omdat Jan Steen het verhaal meer dan eens schilderde, had het blijkbaar een speciale betekenis voor hem. |
DetailsAfbeelding AHet meest 'verhuld' heeft Jan Steen haar gekleed in contemporaine jurk en met een koppelaarster in een 17de eeuws, Hollands interieur. Batseba kijkt de toeschouwer recht aan terwijl zij Davids brief ophoudt. De aanhef is te lezen: alder / Schonte / Bersabé / omdat Afbeelding B Hier lijkt het of we kijken naar een bordeelscène, waarin Batseba ons achteroverliggend met een glas wijn in de hand met een dronken blik direct aankijkt. De koppelaarster bij de deur rekent af met een klant. Linksachter staat een bed en aan de wand hangt een schilderij waarop de Verloren Zoon uit de herberg wordt gejaagd. Ook hier lezen we Batseba's naam in de aanhef van de brief: Berse. Afbeelding C Jan Steen heeft Batseba in deze versie uitgebeeld als verleidster: blote borst en benen, uitdagende blik. Voor Jan Steens doen is zij opmerkelijk naakt. De 'koppelaarster' heeft een hoofddoek en een wandelstok. Vertrouwelijk heeft zij haar hand gelegd op de schouder van Batseba. Haar kromme houding en oude gezicht contrasteren met de jeugdige schoonheid van Batseba. Ontspannen laat Batseba haar voet verzorgen (knippen?) door een meisje dat met een schaartje volledig in haar taak opgaat. Batseba zit op een terras met tegelvloer en links een stenen rondboog. Boven haar hoofd is een doek gedrapeerd die met een punt is bevestigd aan de boom die rechts in de tuin achter de balustrade staat. De fontein links, waarin water stroomt uit een gebeeldhouwde vis met putto, verwijst naar het bad dat Batseba zojuist heeft genomen. De achtergrond is donker waardoor Batseba's blauw met witte jurk helder afsteekt. De houding van de over elkaar geslagen benen van Batseba suggereert een inkijkje. Het hondje aan haar voeten lijkt dit ook te beseffen. Het uitgetrokken muiltje dat rechts voor het toiletgerei staat, benadrukt de erotiek van de scène. Afbeelding D Ook in deze versie is op de brief een gedeeltelijk leesbare aanhef te zien waarin Batseba met naam wordt aangesproken. Zoals gezegd is juist die brief de sleutel is tot de interpretatie van het werk. Door het venster zien we rechtsachter heel klein geschilderd David op zijn paleis. Als model voor Batseba stond Steens tweede echtgenote, Maria van Egmond. Hij schilderde zijn eigen gezinsleden vaker als model om kosten te besparen. Volgens overlevering was Maria van Egmond niet gediend van de verleidelijke pose. In oude archieven klaagde ze dat haar man haar te veel als een snol had afgebeeld. Afbeelding E Door het raam linksboven zien we ook hier koning David op een terras, die toekijkt hoe de oude vrouw zijn liefdesbrief overhandigt. De brief begint met Liefe minne…. Het theatrale leidmotief, evenals het verhaal over de menselijke natuur en misvattingen, is altijd aanwezig in Steens schilderijen. Zijn werken lijken nonchalant gecomponeerd, maar hun zorgvuldige structuur is ontworpen om het oog door het verhaal te leiden. Hier leidt de hoek van Batseba's hand en wijzende vinger in een rechte lijn langs de balkonmuur van David naar de linkerbovenhoek van de compositie, en benadrukt dat ze niet naar de brief kijkt, maar naar de afzender ervan. |
|
Jan Steen (1626-1679)
Batseba Olieverf op paneel A - 42 x 33 cm (1660-61) Particuliere collectie B - 62 x 46 cm (±1668) Boedapest - Museum voor Schone Kunsten (Szépmüvészti Muzeum) C - 58 x 45 cm (1670-75) Los Angeles - J.Paul Getty Museum D - (±1673) Particuliere collectie E - 38 x 31 cm (>1660) Pasadena - Norton Simon Museum |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |