Paul Verheijen

JAN TOOROP

Kruiswegstaties

Gered door puin

Op 20 februari 1916 schreef Jan Toorop aan pastoor Vossenaar van de Oosterbeekse St-Bernulphuskerk het volgende:
Ik had u even willen mededeelen dat Mevrouw de Bruijn ‘uit Drijersheide’ mij gevraagd heeft of ik lust had Kruiswegstatiën voor uwe kerk te vervaardigen. Ik heb er over nagedacht en heb ’t nu maar geaccepteerd om dit uit te voeren. Ik zal er met groote liefde aan arbeiden.
Mevrouw P. (Paulina) J.M. de Bruijn-van Lede (1874-1969) was een mecenas en weduwe van een vermogende Rotterdamse ondernemer. Toorop ontving van haar 500 gulden per statie. In 2000 werden alle staties verzekerd voor 140.000 gulden wat neerkomt op 10.000 gulden per statie.
Weliswaar vlotte het werk aanvankelijk goed, maar in 1917 begon er een lijdensweg van alsmaar niet slagen. Ook de volgorde van statie 1 tot en met 14 werd niet gehandhaafd.

Toorop tekende de staties in vijf periodes:
  • statie 3, 4, 5 en 6 in Domburg, herfst 1916
  • statie 7, 8, 9 en 10 ook in Domburg januari - maart 1917
  • statie 2 in Oosterbeek zomer 1917
  • statie 1, 11 en 12 najaar 1917
  • statie 13 en 14 in Den Haag 1918-19
In mei 1919 werden de staties in het bijzijn van Toorop en vele belangstellenden ingewijd. Tot op de dag van vandaag zijn de veertien lijdenstaferelen te bezichtigen in de St-Bernulphuskerk, en nog altijd spreken het lijnenspel, de eenvoudige vormen en de kleursensaties tot de verbeelding van velen. In kunsthistorisch opzicht mogen de staties gerekend worden tot absolute meesterwerken en binnen de katholieke devotie nemen zij eveneens een bijzondere plaats in. Maar de staties spelen ook een belangrijke rol binnen de lokale historie doordat Toorop een aantal parochianen uit Oosterbeek heeft afgebeeld.

Dat de originele staties nog in de St-Bernulphuskerk hangen is een wonder op zich. In de zomer van 1944 hesloot het kerkbestuur om de staties in een kluis van een bank op te bergen. In september 1944 speelde ook in Oosterbeek de Slag om Arnhem af. Hierna werd het gehele gebied geëvacueerd. Vanuit de Betuwe werd het dorp steeds beschoten. Duitsers en Nederlanders roofden, vernielden en bevuilden de bezittingen in de huizen en gebouwen. Niets bleef gespaard. De kluis van de bank lag echter onder het puin.

Toorop was een weergaloze tekenaar, een verbluffende colorist, een alles durvende opbouwer van het grootse monumentale. Bij deze kruiswegstaties vallen op de artistieke, klare bouw van elk tafereel met zijn simpele, maar grootse lijnen, het kleurenstelsel en de fijne afwerking en detailbehandeling. Jeuzs domineert op elk tafereel. Op zijn heilig aangezicht ligt gewijde ernst, rust en waardigheid, de lichtschijn der Goddelijkheid.
Toorop wilde in de St-Bernulphuskerk nog een 15e statie maken met de Verrezen Jezus. Dat is er nooit van gekomen.

Veel kennissen van Jan Toorop en verschillende dorpelingen hebben model gestaan. Niet alle personages zijn meer te achterhalen, maar enkele zijn wel bekend.

De 14 staties

01
Jezus wordt tot de dood van 't kruis veroordeeld

Recht van voren zien we Jezus met droevige ogen, het goddelijke type van de onschuldig veroordeelde, die duldt en zwijgt. Pilatus zit rechts op zijn rechtersstoel. Achter al dat wit de groene lijfrok van de soldaat, het oranje kleed van de jonge man, de paarse slagschaduw van de arcaden. Het knaapje dat schenkt, is de leerling-tuinman bij de familie De Bruijn. De figuur in het wit links is burgemeester J.V.M. van Toulon van der Koog. Toorop kon er waarschijnlijk niet onderuit om hem als model te vragen, maar de burgemeester was niet katholiek. Een protestant op een katholiek schilderij in een katholieke kerk, kon in feite niet. Toorop bedacht de oplossing om hem dan maar als schriftgeleerde/farizeeër(?) af te beelden. Zo’n persoon hoorde er immers niet bij. Wij komen hem nogmaals tegen op statie 2. Het tafereel is verticaal van opbouw.

02
Jezus neemt het kruis op zijn schouders

Het tafereel is hier voller met figuren getekend. Het gelaat van Jezus is zelfs uiterst nauwkeurig tot in de fijn rankende doornenkroon toe. Verder de stoer gebouwde soldaat en een kleurige reeks van tinten. Vóór Jezus staan enkele personen die bij het project betrokken zijn. Uiterst links staat de toenmalige pastoor Vossenaar met bril. Een beetje buitentijds. Hij kijkt hier ook wat zuinig. De staties vlotten niet erg naar zijn wens. Ook rechts is de burgemeester weer te zien. Naast de pastoor staat ene mevrouw Borret-Kramer. Dit paneel is het zogenaamde donatricepaneel. De schenkster, Paulina De Bruijn, is hier zo onopvallend mogelijk afgebeeld als de kleine knielende figuur.

03
Jezus valt de eerste maal onder het kruis

We zien de gebogen lijn van de op zijn knieën kruipende Jezus en het tastend gebaar van de linker hand die steun zoekt bij de pijnlijke val. Verder de gespierde arm van de soldaat en toeschouwende personen in verticale lijn.

04
Jezus ontmoet zijn H. Moeder

De knielende Maria bevindt zich tegenover Jezus. Ze helt iets achterover, de knieën vooruit, het hoofd in de hals, de handen open gevouwen. Zij is bereid om mee te lijden met haar zoon. Er spreekt lijdensmoed uit, een kordate kracht om alles wat haar zoon lijdt mee te lijden. Zij geeft hem aan de wereld. Jezus weet dat zijn moeder hem begrepen heeft. Jezus ziet wazig van tranen uit de zwarte oogkassen, afgemat van smart. Alle Maria-figuren zijn afbeeldingen van mevrouw Annie van Schendel-de Boers (1885–1976), de echtgenote van de dichter Arthur van Schendel. De derde persoon van rechts is wederom mevrouw Borret-Kramer.

05
Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen

Jezus' gelaat is naar links gewend. Simon van Cyrene wordt gedwongen het kruis te dragen. Hij heeft zwart krullig haar, een gerimpeld tanig gelaat, gespierde hals en goede trouwe ogen. Wie heeft model gestaan voor hem? De bronnen geven daarover verschillende informatie.
  • Pieter Provoost (1848–1928)
    Een boer uit Domburg, met bijnaam Pier van Jille,
  • Engelbart Robben (1834-1917)
    Een DRU-ijzergieter uit Ulft.
Vrouwen als bijfiguren zien we in devote houding.

06
Veronica droogt het aangezicht van Jezus af

Veronica reikt de zweetdoek aan. Jezus gelaatsuitdrukking neemt in smart toe. Ook de vrouwen leven innig mee. Deze statie 6 is het eerst geschilderd. Tezamen met de staties 3, 4 en 5 vormen zij de eerste groep.

07
Tweede val van Jezus onder het kruis

De witte Jezusfiguur is over de hele breedte in een monumentaal opgebouwd tafereel. Middenin het gekromde profiel van de soldaat. Aan weerskanten staan drie figuren, die elk een symbool zijn van de aangenomen houdingen door de mensheid tegenover het lijdensdrama. Links voor Jezus de medelijdende, begrijpende Christenvrouw. Daarnaast de donkere kop van een farizeeër. Aan de rechter kant het angstige hoofd van een joodse man met grijze baard, de zoekende zwerver Ahasverus, die volgens de legende een zwervend bestaan moest leiden omdat hij Jezus op de weg naar Golgota, van zijn deur verjaagd zou hebben. Daarnaast een jonge vrouw met grote kinderlijke ogen die haar geloof in Jezus belijdt. Zij lijkt te vragen naar het waarom van dat nodeloos lijden. Geheel rechts bovenin heeft Toorop zichzelf een bescheiden plaatsje gegeven. Voor de vrouw rechts in stralend blauw heeft Mies Elout-Drabbe uit Domburg model gestaan. Zij was een leerlinge van Toorop.

08
Jezus troost de wenende vrouwen

Hier zijn enkele deemoedige vrouwen afgebeeld. Jezus zien we vol ernst en tederheid tegenover de stoere ongevoelige soldaat. Rechts mejuffrouw Beyvoet, een zeer sociaal bewogen vrouw uit de parochie.

09
Derde val van Jezus onder het kruis

Als getrapt ligt Jezus smartelijk op de puntige keigrond. Ogen bang en wijd geopend, handen als ontkracht, de hele houding duidt op vernietiging. Recht in het midden staat een vrouw in een zeer eerbiedige houding. Devoot kindje blikt met ontzag de honderdman aan, die de soldaat matiging beveelt. Kijk maar naar het porren met de lans. Voor het knaapje heeft de misdienaar Mies Kerkhof model gestaan, die als laatste overgeblevene in 1981 is overleden.

10
Jezus wordt van zijn klederen beroofd

Jezus weigert met een handgebaar de verdovende wijn in dit verticaal opgebouwde tafereel. De twee Romeinse soldaten zijn als geslagen door de Jezusgestalte in zijn ongenaakbare goddelijkheid tot in de fijnste trekjes verzorgd. Zijn klederen worden hem afgenomen en zij wierpen er het lot over. Twee kinderen zien naar Jezus, de linker jongen begrijpend en vol ontzag, de andere jongen vraagt zichzelf af waarom dit alles is. Hij is meer nieuwsgierig dan bewogen. De jongen, derde van rechts, is de misdienaar Harry Broerse. Deze statie hoort tot de 2e groep staties die bestaat uit de staties 7, 8, 9 en 10.

11
Jezus wordt aan het kruis genageld

Jezus' lichaam omvat het hele paneel met zijn scherpe, doordringende ogen. Maria met vragende ogen en Johannes met verschrikte blik staan in een sterk en strak profiel eronder. De soldaten staan op het punt te beginnen met het vastnagelen van de handen. Voor de Jezusfiguur is, alleen op deze statie, een afbeelding van de jezuiet Raaijmakers, biechtvader van Toorop, gemaakt.

12
Jezus sterft aan het kruis

Toorop bereikt het hoogste in zijn Jezus die sterft aan het kruis. Het dodenmasker, zo mogelijk nog dieper doorzield dan de gezichten van de levende Jezus. De nieuwe levensboom waarnaar alles wat leven zoekt, zich neerbuigt. Velen zijn om het kruis geschaard onder wie Maria, Johannes en Maria Magdalena, knielend met haar golvende gouden haren. De honderdman bekeert zich met de woorden 'Deze was waarlijk Gods Zoon'.

13
Jezus wordt van het kruis afgedaan

Het tot stand komen van de staties ging moeizaam, vooral waar de lijdende Jezus centraal staat. Bij elk van de drie groepen van vier panelen kan men spreken van een bepaald accent dat bij de gevoelsmens Toorop ook verband hield met zijn stemmingen en levensloop. Zij geven blijk van een duidelijke samenhang. De opzet van statie 13 en 14 is veel meer verwant aan die van talloze religieuze werken uit Toorops latere jaren. De lineaire werking van de hoofdlijnen en ook het sterk doortekende van de hoofden lijkt een graad sterker en strakker geworden. Ook is het alsof de kunstenaar zijn emotionaliteit wat meer naar voren brengt. Minder monumentaal-afstandelijk dan de twaalf eerdere staties wijzen deze twee op de rust en geestelijke zekerheid die Toorop in de laatste jaren heeft teruggevonden.
Maria is open en liefdevol. Het bleke stijve lichaam van Jezus glijdt neer in Maria's schoot. Josef van Arimatea (tweede rechts) geeft hem aan de moeder. Opvallend is Johannes met zijn kinderlijk grote ogen en fijn gezicht. Magdalena, een beetje overdreven tussen die ernstige mensen, maar niet uit de toon. Verder vrouwen en de hoofdman. Miek Jansen, de hechte vriendin van Jan Toorop, staat hier afgebeeld als Maria Magdalena. Voor Josef van Arimatea stond de Vlaamse priester-dichter Hugo Verriest (1840-1922) model, die daar zeer mee was vereerd.

14
Jezus wordt begraven

Bij de witte stilte van Jezus’ lichaam zijn zij nog eenmaal bij elkaar. De hoofdlijn is een boog, de grafpoort. De horizontale Jezusgestalte en de bijfiguren verbeelden de rust die Jezus is ingegaan. De glans van Jezus' lichaam verlicht de duisternis van het graf. We zien in het midden Maria, rechts een andere Maria, buigend in devote aandacht en Maria Magdalena, de ogen gericht op de doorboorde handen. Links Josef van Arimatea, die het dierbare hoofd nog eenmaal aan zijn hart drukt en Johannes die voor het laatst Jezus' lichaam aanraakt. Deze statie is een voorbeeld van de volledig ontplooide kunstenaar.

Jan Toorop (1858-1928)
Kruiswegstaties (1916-19)
Krijtekening op paneel, 64 x 76 cm elk
Oosterbeek - St-Bernulphuskerk
2016 Paul Verheijen / Nijmegen