Paul Verheijen

WINNOC

Van Sint Winoksbergen

Molenaar

De afkomst van Winocius of Winnoc is door legendes ingekleed wat tamelijk gewoon is bij Merovingische heiligen. Hij was de zoon van de Bretonse heiligverklaarde koning Judicaël (17 december). Begin 7e eeuw stierf zijn vader en zijn twee oudste zoons weigerden hem op te volgen, maar ook Winnoc voelde daar niets voor ondanks dat hem een schone bruid werd beloofd. Dat vertoornde zijn onderdanen. Zij namen hem gevangen, bonden hem aan handen en voeten, brachten hem met een schip naar de hoge zee waar zij hem in het water wierpen. Door Gods macht openden zich de golven en Winnoc wandelde op de bodem van de zee als op een pad met bloemen overdekt. Een schip kwam daar langs waarvan de matrozen een biddende stem hoorden. Zij vonden Winnoc en brachten hem in een veilige haven. Een grote school vissen volgde het schip. De vissen werden door de inwoners van de havenstad gevangen en bewaard als aandenken van dit wonder. Zijn onderdanen toonden berouw voor hun misdaad, maar Winnoc bleef volharden in de weigering van het koningschap. Dit deelde hij alleen aan drie vooraanstaanden uit het rijk mee.
Winnoc werd vervolgens een van de talrijke monniken die vanuit Engeland overstaken om op het vasteland te missioneren. Met de drie vooraanstaanden landde hij in het huidige Frans-Vlaanderen. Daar werd hij kloosterling in de abdij Sithiu onder Bertinus (5 september) in Saint-Omer. Later stichtte hij, geholpen door de edelmoedigheid van edelman Heremarus Wormhout, zijn eigen benedictijnenklooster in Wormhout, waar hij abt werd en werkte als molenaar.
Oud geworden kon Winnoc de graanmolen niet meer bedienen, maar een engel van God nam dit werk over tot verwondering van de monniken die niet begrepen dat een oude uitgeteerde man nog zoveel zwaar werk kon verrichten. Toen een van de monniken Winnoc bespiedde door een spleet in de molen, zag hij dat de molen overvloedig meel gaf zonder hulp van de abt. Maar op dat ogenblik bleef de molen staan en de spion-monnik werd met blindheid geslagen. Winnoc vergaf hem echter en gaf hem na gebed zijn gezichtsvermogen terug.
Het klooster in Wormhout werd te klein en Winnoc stichtte een nieuwe abdij in Bergues.
Winnoc stierf in 716 en werd met grote eer begraven. Bij een brand in het klooster bereikte het vuur ook de graftombe, maar doofde daar onmiddellijk, tot grote vreugde van allen. De monniken van Wormhout wilden de relieken naar hun eigen abdij vervoeren, maar het lukte niet die te verplaatsen. De burgers van Bergues beloofden in hun stad een nieuwe abdij te stichten en de relieken konden daarheen zonder problemen vervoerd worden.
Toen weer later een abt van het klooster een nieuw graf wilde aanleggen, kon een arbeider de kist niet openen, omdat zelfs de sterkste werktuigen afbraken. Een kluizenaar ontving een visioen van Winnoc die hem vertelde dat hij graag begraven wilde worden achter het hoogaltaar, waar zijn eerste bidplaats was geweest. Aldus geschiedde en bij deze graftombe vonden veel wonderen plaats. Ieder jaar werden de relieken in een grootse processie naar Wormhout gedragen dat voortaan Sint-Winoksbergen werd genoemd.
Officieel schijnt Winnoc nooit heiligverklaard te zijn, maar daar heeft de volksdevotie geen boodschap aan.
Hij is uiteraard patroon van molenaars en het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 6 november:
Te Vinoxbergen in Vlaanderen het overlijden van de heilige abt Winocus. Hij scheen uit door deugden en wonderen en heeft ook de broeders, die onder hem gesteld waren, lange tijd ten dienste gestaan.
Anoniem
Saint-Winnoc (18e eeuw)
Deurbordje kloostermolen Pforzner
Kaufbeuren - Stadtmuseum
2016 Paul Verheijen / Nijmegen