Paul Verheijen

ADALARD VAN CORBIE

Heemskind?

Ros Beiaard

Deze beeldengroep verbeeldt een van de bekendste Middelnederlandse heldensagen en vertaalt deze epische stof in een krachtige, dramatische beeldtaal die kenmerkend is voor de laat-19de- en vroeg-20ste-eeuwse monumentale kunst. Het verhaal van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen – Ritsaert, Reinout, Adelaert en Writsaert – is diep verankerd in de Europese middeleeuwse verbeelding. De broers, zonen van ridder Aymon van Dordone, verzetten zich tegen het gezag van Karel de Grote en worden daarbij gedragen door het wonderpaard Ros Beiaard, dat hen allen tegelijk kan torsen. Het verhaal draait om trouw, broederband, verzet tegen onrechtvaardige macht en uiteindelijk ook om tragiek en opoffering.
Door dit onderwerp te kiezen, sluiten De Beule en Ingels aan bij een romantisch-nationalistische herwaardering van middeleeuwse sagen, die in België rond 1900 sterk leefde. De legende fungeert niet enkel als literair erfgoed, maar ook als drager van morele waarden en collectieve identiteit.

De twee liggende figuren op de grond, verwrongen en neergedrukt, zijn geen specifieke personages uit het verhaal, maar allegorieën van overwonnen krachten: vijanden, chaos, geweld en onderdrukking. Door hen letterlijk onder het paard en de ridders te plaatsen, wordt de morele hiërarchie van het monument ondubbelzinnig gemaakt. Deze liggende figuren versterken de symboliek van het geheel. Zij maken van de beeldengroep een moreel geladen triomfbeeld. Het Ros Beiaard wordt zo een drager van rechtvaardigheid en heroïsche kracht, terwijl de Heemskinderen staan voor trouw, moed en broederlijke solidariteit.
Deze beeldtaal sluit aan bij bredere Europese tradities van ruiterstandbeelden en triomfmonumenten, waarin overwonnen figuren vaak letterlijk aan de voet van het monument worden gelegd. Tegelijk blijft de middeleeuwse sfeer behouden door de nadruk op mythologische kracht in plaats van historische exactheid.
De beeldengroep werd gemaakt ter gelegenheid van de 19e universele wereldtentoonstelling in Gent in 1913.

Verwarring

Het derde Heemskind Adelaert wordt vanwege naamsverwantschap (adel = edel, (h)aert = sterk) soms verward met Adalard van Corbie die leefde van circa 751 tot 826. Hij was de kleinzoon van Karel Martel en een belangrijk adviseur van zijn neef Karel de Grote. Zijn opvoeding kreeg hij aan het hof van zijn oom Pippijn, de tweede zoon van Karel de Grote. Walgend over de huwelijksontrouw van Pippijn trok Adalard zich als benedictijn terug in het klooster Corbie aan de Somme in Picardië. Hij werd hier tuinman. Hierna vertrok hij rond 780 naar Montecassino en werd op verzoek van Karel de Grote abt van Corbie.
Een sierlijke lofrede werd geschreven door tijdgenoot Paschasius Radbertus (feestdag 26 april) en twee eeuwen later kwam er een Vita door Geraldus van Sauve-Majeure (feestdag 5 april). Die melden dat Adalard overleed aan koorts. Hiertegen kan hij bijgevolg worden aangeroepen. Zijn feestdag is op 2 januari en in Gent op 3 januari, maar zijn naam ontbreekt in het Roomse Martelaarsboek.
De plechtige bijzetting van zijn relieken in de abdij van Corbie werd in 1026 toegestaan door Johannes XIX, maar geschiedde pas in 1040. Zo'n bijzetting stond gelijk aan een heiligverklaring. Tijdens de Franse Revolutie werden ze opgeborgen door een particulier die ze in 1827 schonk aan de jezuïeten van Saint-Acheul.
Adalard wordt op dit gebrandschilderde raam uit circa 1860 in de Saint-Sulpice in Parijs afgebeeld, gekleed als benedictijner tuinman met spade. Op de grond ligt zijn afgelegde kroon en hij houdt een doornenkroon in zijn rechterhand.
Alois de Beule (1861-1935) & Domien Ingels (1881-1946)
Het Ros Beiaard en de vier Heemskinderen (1913)
Bronzen beeldengroep
Gent (B) - Paul de Smet de Naeyerplein
(Foto's: 02-12-2013 -links- en 26-01-2018)
2016 Paul Verheijen / Nijmegen