Twee heilige koningen EdwardDe naam Edward is populair binnen het Britse koningshuis. Twee Britse koningen brachten het namelijk tot heilige.Edward II (±962-978), bijgenaamd 'de Martelaar', was de eerste. Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 18 maart als volgt: In Britannia sancti Eduardi Regis, qui, dolis novercae necatus, multis miraculis claruit.Drie jaar na zijn kroning, op 18 maart 978, werd Edward tijdens de jacht vermoord, op aanstichten van zijn jaloerse stiefmoeder Elfrieda. Zij en haar zoon Aethelred hadden beiden een oogje op de troon. In de ware zin van het woord was Edward dus geen martelaar, want hij werd niet vermoord vanwege zijn geloof. Aanvankelijk werd Edward begraven in Wareham waar zich op het graf wonderen voordeden. Een grote toeloop van pelgrims en verering van de vermoorde koning als heilige waren het gevolg. De relieken zijn later verdwenen, maar in 1931 weer teruggevonden. Edward III (±1003-1066) kreeg de bijnaam 'de Belijder'. Deze koning van Engeland werd vanwege het gevaar van de opdringende Denen vanaf 1013 in Normandië opgevoed en in 1042 koning. Zijn faam dankt Edward, niet opgewassen als hij was tegen de voortdurende twisten tussen de Angelsaksen en de Noormannen, minder aan zijn daadkracht als bestuurder dan aan zijn goede bedoelingen en bijzondere gaven, zoals zijn helderziendheid en zijn vermogen om scrofulose (ziekte van klieren in de hals; King's Evil) te genezen. Hij was het die, graag bezig met kerkelijke zaken, de herbouw van de door de Denen verwoeste Westminster Abbey begon. Edward werd na zijn dood spoedig geïdealiseerd, omdat zijn 'noblesse' afstak tegen de ruwe en vooral minder gewetensvolle Noormannen-vorsten. Van 'de vader van wezen en armen' gaat het verhaal dat hij bij de wijding van een kerk te Havering (Essex) zijn ring aan een bedelaar schonk. Jaren later ontmoetten Engelse pelgrims in Palestina dezelfde bedelaar, die vertelde dat hij de evangelist Johannes was en hun vroeg de ring aan Edward terug te geven en hem te melden dat hij binnen het jaar zou sterven en Johannes in de hemel zou ontmoeten op 5 januari 1066. Het kinderloze huwelijk met Eadgith (Edith) droeg bij tot zijn faam geheel in kuisheid met haar te leven. Hij werd in 1166 door paus Alexander III, die hem de erenaam 'Confessor', de belijder schonk, gecanoniseerd. Op afbeeldingen is zijn gewaad dat van een koning en zijn attribuut werd de legendarische ring. Het Roomse Martelaarsboek herdenkt Edward op twee dagen. 5 januari: In Engeland de geboorte van de heilige belijder Eduardus, koning van Engeland. Hij was beroemd om de deugd van zuiverheid en de gave van wonderen. Volgens besluit van paus Innocentius XI wordt zijn feest vooral gevierd op de dertiende oktober, op welke dag zijn heilig lichaam is overgevoerd.En op 13 oktober bijgevolg: De heilige belijder Eduardus, koning van Engeland. Ofschoon hij de vijfde januari stierf, vereert men hem toch vooral op deze dag, wegens het overbrengen van zijn lichaam. |
OpgravingenDoor de eeuwen heen werd het lichaam van Edward een aantal keren opgegraven.
|
Het tapijtHet tapijt van Bayeux is feitelijk geen tapijt maar een borduurwerk. Het maakt deel uit van de geschiedenis die het zelf vertelt. Op 70 meter lengte staat de slag bij Hastings in 1066 uitgebeeld, waarmee de Normandische bezetting van Engeland begon. Willem de Veroveraar (koning van Normandië) versloeg daar de Engelse koning Harold, de Fransen namen bezit van Engeland en zouden er 88 jaar blijven. In die periode borduurden vermoedelijk nonnen uit Canterbury in opdracht van waarschijnlijk bisschop Odo van Bayeux, op het gigantische doek 58 scènes, 626 personen, 202 paarden en zelfs de komeet van Halley, die wordt gezien als een voorteken van de uitkomst van de slag.Het kleed laat zich lezen als een soort stripverhaal avant la lettre: in een groot aantal scènes worden de voorgeschiedenis, inscheping, landing, en de slag bij Hastings zelf behandeld. Er staat ook een beknopte Latijnse uitleg bij. Aan de onderzijde van het tapijt is over de hele lengte een rand met versieringen aangebracht. Daarin zijn behalve allerlei mythische dieren, schepen en soldaten, ook subtiele verwijzingen naar de voortplanting te zien. Onder de scène waar koning Harold aan Willem de Veroveraar wordt overgedragen, zie je een naakte man en vrouw naar elkaar toe lopen. De man vertoont een duidelijke erectie. Verderop staat een mannetje met een indrukwekkend klokkenspel. Zouden de nonnen deze taferelen met de nodige (binnen)pret hebben geborduurd? Op dit tapijt is Edward enkele malen afgebeeld. De eerste afbeelding heeft de inscriptie EDWARD REX, koning Edward, en toont hem gezeten op zijn troon, terwijl hij zich ernstig richt tot Harold (waarschijnlijk de langste van de twee mannen). Onduidelijk is wat Harold hier bij de koning doet. Toen Edward op 5 januari 1066 stierf, beweerde Harold dat Edward hem op zijn sterfbed als opvolger had aangewezen. Stelt Edward hem hier aan als zijn opvolger? Verder op het tapijt verschijnt hij met de tekst ET VENIT AD EDWARDUM REGEM. HIC PORTATUR CORPUS EADWARDI REGIS AD ECCLESIAM S[ancti] PETRI AP[osto]LI. HIC EADWARDUS REX IN LECTO ALLOQUIT[ur] FIDELES. ET HIC DEFUNCTUS EST. 'En hij (=Harold) komt naar koning Edward (1). Hier wordt het lichaam van koning Edward gebracht naar de kerk van Sint Petrus de apostel (4). Hier richt koning Edward zich in bed tot zijn getrouwen (2). En hier is hij overleden (3).' De volgorde van de scènes is hier duidelijk gewijzigd. Scène 2 speelt zich af in een bovenkamer met mogelijk een aartsbisschop aan het voeteneind van Edwards bed en Harold aan het hoofdeinde. Koningin Edith huilt aan zijn voeten. In de ruimte daaronder in scène 3 wordt het lichaam van Edward klaargemaakt voor de begrafenis die in scène 4 plaatsvindt. Op een open lijkbaar wordt Edwards lichaam geëscorteerd door priesters met boeken, terwijl ernaast bellen worden gerinkeld. Op grote schaal zien we op het tapijt de eerste Westminster Abbey, waarvan een deel van de fundamenten vandaag de dag nog kan worden getraceerd. Dat de Abbey nog gloednieuw is wordt aangegeven door de man die naar boven klimt om de weerhaan op zijn plek te zetten. Het sacrale van de kerk wordt gesymboliseerd door de hand van God vanuit de hemel. |
In EngelandHet Tapijt van Bayeux is na voltooiing naar Frankrijk gebracht en daar altijd gebleven. De langste periode was het tentoongesteld in de kathedraal van Bayeux, soms was het een tijdje kwijt, in WO II lag het opgeslagen in het Louvre. Sinds 1985 hangt het onaangeroerd achter glas in het Musée Bayeux. Het British Museum in Londen heeft jarenlang geprobeerd het doek naar Engeland te halen, omdat het net zo goed met de Britse geschiedenis is verbonden. Dat gaat nu, zij het tijdelijk, lukken. Van 10 september 2026 tot 11 juli 2027 wordt het tentoongesteld in het British Museum.Een ander Engels museum in Reading, gevestigd in het stadhuis van de stad, bevat een kopie van het Tapijt van Bayeux. Tijdens een reis over het vasteland waar ze haar textielwaren probeerde te verkopen, deed Elizabeth Wardle (1834-1902) Bayeux aan. Dat bracht haar op het idee om met een borduurgenootschap een Engelse versie te maken van het tapijt, gebaseerd op foto's ervan. Bij elke scène staat de naam geborduurd van een van de 35 vrouwen die dat deel heeft gemaakt. Aanstootgevende geslachtsdelen waren op die foto's gekuist. Het werk nam een jaar in beslag. Het 70 meter lange borduurwerk, gemaakt van hetzelfde materiaal als het origineel, maakte een tour door Engeland, en zou ook in Duitsland en de Verenigde Staten worden tentoongesteld. In 1895 arriveerde het in het stadhuis van Reading. Het tapijt was inmiddels te koop en wethouder Arthur Hill kocht het aan, om het meteen aan de stad te geven. Deze victoriaanse weldoener wilde voorkomen dat het in privéhanden zou vallen. |
|
Slag bij Hastings (1068?)
Borduurwerk, 7000 x 50 cm Bayeux - Musée La Tapisserie Reading - Museum (kopie) |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |