Paul Verheijen

SEBASTIEN BOURDON

Exorcisme in Gerasa

Ergerlijk

Dit schilderij van Sebastien Bourdon beeldt het langste wonderverhaal uit het Tweede Testament uit.
Het wordt verteld door de drie synoptici, maar de evangelist Johannes schrijft er niets over.

Gezien de lengte en de inhoud - schokkend, absurd, schandalig? - zal het voor zowel de schrijvers als hun lezers een uitzonderlijk verhaal zijn geweest.
Het verhaal is twee millennia lang op verschillende manieren uitgelegd en heeft kunstenaars geïnspireerd.
De vele vragen die het oproept - ook vanwege de onderlinge verschillen bij de synoptici - wijzen gewoonlijk op een complexe ontstaansgeschiedenis.

Onder de knop zijn de drie versies te lezen.

Matteüs Marcus Lucas
Toen Hij aan de overkant in het gebied van de Gadarenen kwam, liepen Hem vanuit de grafspelonken twee bezetenen tegemoet. Ze waren zo gevaarlijk dat niemand daarlangs kon gaan. Ze begonnen te schreeuwen en te roepen: ‘Wat hebben wij met Jou te maken, Zoon van God? Ben Je hier gekomen om ons pijn te doen nog voordat de tijd daarvoor is aangebroken?’ Een eind verderop werd een grote kudde varkens gehoed. De demonen smeekten Hem: ‘Als Je ons uitdrijft, stuur ons dan naar die kudde varkens.’ Hij antwoordde hun: ‘Vooruit!’ Ze verlieten de twee mannen en trokken in de varkens. Toen stormde de hele kudde van de steile helling af het meer in, en de dieren kwamen om in de golven. De varkenshoeders sloegen op de vlucht, en toen ze in de stad kwamen vertelden ze alles, ook wat er met de bezetenen gebeurd was. Nu trok de hele stad uit, Jezus tegemoet. En toen ze Hem zagen, verzochten ze Hem dringend hun gebied te verlaten.
(Mt 8,28-34)
Ze kwamen aan de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen. Toen Hij uit de boot gestapt was, kwam Hem meteen vanuit de grafspelonken een man tegemoet die door een onreine geest bezeten was en in de spelonken woonde. Niemand kon hem meer vastbinden, zelfs niet met kettingen. Hij was al dikwijls aan handen en voeten geketend geweest, maar dan trok hij de kettingen los en sloeg hij de boeien stuk, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen. En altijd, dag en nacht, liep hij schreeuwend tussen de rotsgraven en door de bergen en sloeg hij zichzelf met stenen. Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op Hem af en wierp zich voor Hem neer, en luid schreeuwend zei hij: ‘Wat heb ik met Jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer Je bij God: doe me geen pijn!’ Want Hij had tegen hem gezegd: ‘Onreine geest, ga weg uit die man.’ Jezus vroeg hem: ‘Wat is je naam?’ En hij antwoordde: ‘Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.’ Hij smeekte Hem dringend om hen niet uit deze streek te verjagen. Nu werd er op de berghelling een grote kudde varkens gehoed. De onreine geesten smeekten Hem: ‘Stuur ons naar die varkens, dan kunnen we bij ze intrekken.’ Hij stond hun dat toe. Toen de onreine geesten de man verlaten hadden, trokken ze in de varkens, en de kudde van wel tweeduizend stuks stormde de steile helling af, het meer in, en verdronk in het water. De varkenshoeders sloegen op de vlucht en vertelden in de stad en in de dorpen wat ze hadden meegemaakt, en de mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en zagen de bezetene daar zitten, gekleed en bij zijn volle verstand, dezelfde man die altijd bezeten was geweest door het legioen, en ze werden door schrik bevangen. Degenen die alles gezien hadden, legden uit wat er met de bezetene en met de varkens was gebeurd. Daarop drongen de mensen er bij Jezus op aan om hun gebied te verlaten. Toen Hij in de boot stapte, smeekte de man die bezeten was geweest om bij Hem te mogen blijven. Dat stond Hij hem niet toe, maar Hij zei tegen hem: ‘Ga naar huis, naar uw eigen mensen, en vertel hun wat de Heer allemaal voor u heeft gedaan en hoe Hij zich over u heeft ontfermd.’ De man ging weg en begon in de Dekapolis rond te vertellen wat Jezus voor hem had gedaan, en iedereen stond verbaasd.
(Mc 5,1-20)
Ze voeren verder naar het gebied van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. Toen Hij aan land stapte, kwam Hem een man uit de stad tegemoet die door demonen bezeten was. Deze man droeg al geruime tijd geen kleren meer en woonde niet in een huis, maar in de rotsgraven. Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: ‘Wat heb ik met Jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik smeek Je, doe me geen pijn!’ Jezus had namelijk de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Want die had hem al heel lang in zijn macht, en gewoonlijk werd de man voor de veiligheid aan handen en voeten geboeid, maar telkens trok hij de boeien kapot en werd hij door de demon naar eenzame plaatsen gedreven. Jezus vroeg hem: ‘Wat is je naam?’ Hij antwoordde: ‘Legioen’ – er woonden namelijk veel demonen in hem. Ze smeekten Hem hun niet te bevelen naar de onderwereld te gaan. Nu werd er op de berghelling een grote kudde varkens gehoed, en de demonen smeekten Jezus om hun toe te staan hun intrek in de varkens te nemen. Hij stond hun dat toe. Toen ze uit de man waren weggegaan, trokken ze in de varkens, waarop de kudde de steile helling afstormde, het meer in, en verdronk. Toen de varkenshoeders dat zagen, sloegen ze op de vlucht en ze vertelden in de stad en in de dorpen wat er was gebeurd. Vele mensen gingen op weg om met eigen ogen te zien wat er was voorgevallen. Toen ze bij Jezus kwamen, troffen ze daar de man aan uit wie de demonen waren weggegaan. Hij zat aan Jezus’ voeten, gekleed en bij zijn volle verstand, en toen ze dat zagen, werden ze door schrik bevangen. Degenen die alles gezien hadden, vertelden hun hoe de bezetene was gered. En de hele mensenmenigte uit het gebied van de Gerasenen verzocht Jezus hen te verlaten, want angst en ontzetting hadden hen aangegrepen. Hij stapte in de boot om terug te gaan. De man bij wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem met aandrang bij Hem te mogen blijven. Maar Hij stuurde hem weg met de woorden: ‘Ga terug naar huis en vertel alles wat God voor u heeft gedaan.’ Hij ging weg en maakte overal in de stad bekend wat Jezus voor hem gedaan had.
(Lc 8,26-39)

Geografie

Het exorcisme vindt plaats in een gebied dat in de Griekse grondtekst - plus tekstvarianten - wordt aangeduid met drie verschillende namen, waarmee het eerste probleem al is geschapen.
  • Gerasênos, het gebied rond Gerasa (het huidige Jerash) dat ligt in het oosten van Jordanië zo'n 55 km ten zuidoosten van het Meer van Galilea.
  • Gadarênos, het gebied rond Gadara (het huidige Umm-Qais) dat ligt circa 10 km van dat Meer verwijderd.
  • Gergesênos het gebied rond Gergesa (het huidige El-Koursi) dat aan het Meer ligt.
Omdat in het verhaal de varkens zich in het meer storten vanaf de steile oevers, lijkt de derde optie het meest voor de hand te liggen, maar de handschriften die deze naam schrijven, zijn minder gezaghebbend.
Hoe het ook zij: alle drie plaatsen liggen in het Hellenistische gebied dat men als Dekapolis aangaf.

Joods en Hellenistische

De benaming 'onreine geest' voor een duivel is een specifiek joodse uitdrukking, waarbij een grote samenhang verondersteld wordt tussen de duivel en zijn verblijfplaats.
Bepaalde mensen (niet-joden, bv. Grieken en Romeinen), dieren (bv. zwijnen) en plaatsen (bv. grafspelonken) maken cultisch onrein.
Een duivel die daar verblijft is per definitie dan een 'onreine' geest.
Wie ermee in aanraking komt, is van bepaalde vormen van eredienst uitgesloten totdat hij door een bepaalde rite weer 'rein' is geworden.
In het exorcismeverhaal is er zowel sprake van heidenen, zwijnen als grafspelonken; onreiner in joodse ogen kan bijna niet.
De opbouw van het verhaal is echter geheel in overeenstemming met hellenistische verhalen van duiveluitdrijvingen die we kennen uit de klassieke oudheid.

Varkens

Varkens werden bij de voorisraëlitische bevolking als huisdier gehouden en hadden een cultische betekenis.
Bij de oude Grieken en Romeinen was het varken een dier dat veel als offerdier werd gebruikt, een cultus die ook was verspreid naar Palestina.
Bij de Kleine Mysteriën moesten de deelnemers een big offeren aan de geschaakte godin Persephone en haar moeder Demeter.
Wanneer je tijdens deze 'kleine' rituelen ingewijd was, mocht je deelnemen aan de Grote Mysteriën.
De deelnemers reinigden zichzelf en hun offerdieren in de zee.
De dagen die volgden werden voornamelijk besteed aan het offeren van vee aan Persephone, Demeter en Dionysos.
Eenzelfde soort rituelen kenden de Romeinen voor hun tegenhangster Ceres.

Pas later werden varkens bij de Semitische volkeren onrein en dus niet gegeten of geofferd.
Een verklaring voor deze omslag is nog niet eensluidend gegeven.
Kreeg men zoals de profeet Jesaja een afkeer van de heidense offercultus?
Die zegt over zijn opstandige volk:
Ze zitten in graven en slapen op geheime plaatsen, ze eten vlees van zwijnen, hun vaatwerk is gevuld met onrein vleesnat.
Zij die zich wijden en reinigen om zich naar de tuinen te begeven, iemand uit de kring achterna, en zij die vlees van zwijnen en muizen of ander onrein gedierte eten, samen zullen zij ten onder gaan - spreekt JHWH

(Jesaja 65,4 en 66,17)

Legioen

De joden gebruikten 'varken' als scheldwoord voor heidenen, bijvoorbeeld voor de Romeinen van wie het tiende legioen veel plaatsen, verspreid over Galilea en Judea hadden veroverd.
Bij de belegering van Jeruzalem maakte het legioen naam met zijn oorlogsmachines en na de val van Jeruzalem rekende het af met de nog overgebleven verzetshaarden, bijvoorbeeld op Masada.
Het maakte gebruik van verschillende symbolen waaronder een zwijn.

In het licht van dit gegeven is het niet verwonderlijk dat in het exorcismeverhaal zoals Marcus en Lucas het optekenden de bezetene zich bekendmaakt als 'Legioen' en zijn onreine geest in een kudde varkens overgaat.
Volgens Marcus bestond de kudde uit 2000 varkens, een aantal dat ongeveer een derde is van een Romeins legioen soldaten.

Het vernietigen van de varkens is makkelijk op te vatten als ofwel regelrechte kritiek op de Romeinse bezetter, ofwel als overwinning van het jodendom op heidense cultuspraktijken, of allebei.

In de kunst


Sebastien Bourdon staat met zijn afbeelding van dit exorcismeverhaal in een lange traditie.
Reeds in oude miniaturen werd het afgebeeld zoals op dit voorbeeld is te zien.
De duivel verlaat de bezetene op plastische wijze uit zijn mond.
Daaronder zien we vier duivels gezeten op varkens (of wat daarvoor moet doorgaan) zich naar beneden in het meer storten.
Wat dat betreft zijn de varkens als zodanig bij Bourdon beter te herkennen.



Een voorbeeld uit veel later tijd is de hier afgebeelde lithografie van James Ensor uit 1921.
Ook bij hem verlaat de duivel de bezetene via de mond.
Zie: James Ensor - 'Scènes de la vie du Christ'
Sebastien Bourdon (1616-1671)
Exorcisme van de Geraseense bezetene (1653)
[Techniek + afmetingen onbekend]
[Verblijfplaats onbekend]

Bernulphuscodex (11e - 15e eeuw)
Perkament, eikenhout, zilver, goud, chalcedoon, onyx, glas, agaat, opaal, 32 x 24 cm
Utrecht - Museum Catharijneconvent
2016 Paul Verheijen / Nijmegen