Paul Verheijen

CASPAR DE CRAYER

Guido van Anderlecht

Wonderboom

Guido, in de Vlaamse volksmond Sint Wije of 'de arme van Anderlecht', werd midden tiende eeuw in Brabant geboren in een boerengezin. Als hij bad tijdens het werk leidden engelen de door paarden getrokken ploeg in goede banen. Een dergelijk wonder wordt ook verhaald over Isidorus van Madrid. Hij werd koster van de O.L.Vrouwekerk in Laken bij Brussel en probeerde geld bij elkaar te brengen om aan de armen te kunnen geven. Een Brusselse koopman haalde hem over in zijn handel, want dan kon hij over veel geld beschikken. Diens boot gevuld met koopwaar liep vast op een zandbank in de Senne. Guido schoot te hulp, maar de hefboom die hij gebruikte bleef kleven aan zijn handen. Pas na boete en gebed ging de hefboom los, wat Guido als een teken Gods beschouwde dat de handel niet voor hem was bestemd. Berouwvol keerde hij terug naar de kerk in Laken.

Hij ondernam een zeven jaar durende pelgrimstocht naar Rome en Jeruzalem. Zijn baard en hoofdhaar waren zo lang geworden dat niemand hem nog herkende. Bovendien was zijn lichaam door honger en vasten uitgemergeld. Uitgeput en lijdend aan de pest keerde hij terug in Anderlecht waar hij op 12 september 1012 overleed. Een lichtende duif verscheen boven hem en de hele woning werd met dat licht gevuld. Een stem zei: 'Onze welbeminde komt de kroon der eeuwige vreugden ontvangen, want groot was steeds zijn geloof.'
Die dag werd zijn liturgische gedenkdag als belijder in het Roomse Martelaarsboek. Op zijn graf gebeurden talloze wonderen. Gelovigen staken zijn pelgrimsstaf in de grond. Die schoot wortel tot een boom. Deze legende wordt ook verteld van Gommarus van Lier en Johannes de Korte. Pas in 1633 werd de boom wegens ouderdom gerooid. Een paard dat zijn graf vernielde viel dood neer.
Toen zijn relieken in 1112 werden overgebracht naar de domkerk van Anderlecht werd hij tevens heiligverklaard.

Alledaags

Het imposante schilderij van Caspar de Crayer plaatst Guido van Anderlecht centraal in een klassieke barokke spanningslijn tussen hemel en aarde. De voorstelling richt zich op een nederige, pelgrim die biddend opkijkt naar een hemelse schare van engelen en putti. De scène drukt zowel devotie als het wonder dat engelen de paarden van de ploeg begeleiden.
De compositie is sterk verticaal gericht. Het oog stijgt van de aarde met de ploeg, kettingen, paarden en de wonderboom, naar de hoopvolle blik van Guido en verder naar het heldere, doorbrekende licht in de wolken waar de engelen verschijnen. Een van de twee cherubijnen daalt neer met een takje van de wonderboom en met de 'kroon der eeuwige vreugden'. De lichte stralen (verwijzing naar de lichtende duif?) boven contrasteren met de zwaardere, donkerdere aardse kleuren onder, waardoor een theatrale, barokke dynamiek ontstaat. De beweging van de figuren, zowel de opgerichte, aanbiddende houding van Guido als de neerdalende gebaren van de engelen, versterkt deze psychologisch geladen verbinding tussen mens en hemel.
De Crayer werkte veel voor kerken en kloosters in de Spaanse Nederlanden. Zijn werken moesten trouw, herkenbaar en overtuigend zijn voor een breed kerkelijk publiek. De verbeelding van lokale of regionale heiligen zoals Guido van Anderlecht speelde een belangrijke rol in de religieuze praxis. Zulke beelden fungeerden als voorbeelden van deugd, verleners van bescherming en als middelen om de band tussen gewone arbeid en goddelijke genade te benadrukken.
Het werk is een voorbeeld van hoe de Vlaamse barok devotie combineert met dramatische beeldkracht. De voorstelling van Guido van Anderlecht door De Crayer verheft het eenvoudige boeren- of pelgrimsleven tot het spirituele toneel waar nederigheid, arbeid en goddelijke beloning elkaar ontmoeten. Is het een visueel pleidooi voor het idee dat heiligheid ook in het alledaagse bestaan gevonden wordt?
Gaspar de Crayer (1584-1669)
Heilige Guido van Anderlecht (1633-34)
Olieverf op doek, 340 x 230 cm
Brussel (Anderlecht) - Collegiale Sint-Pieter-en-Sint-Guido
2016 Paul Verheijen / Nijmegen