GlimlachToen de hoogrenaissance overging in het maniërisme schilderde Da Vinci deze 'Johannes de Doper'.Aangenomen wordt dat dit zijn laatste schilderij was. Het schilderij beeldt Johannes de Doper in eenzaamheid af. Hij is gekleed in dierenvellen, heeft krullend haar, en lacht op een raadselachtige wijze die onmiddellijk doet denken aan de veelzeggende, niets verradende glimlach van Da Vinci's Mona Lisa en de Anna op zijn Anna-te-drieën. In zijn linkerhand houdt hij een rieten kruis vast terwijl zijn rechterhand naar de hemel wijst. Kunstkenners denken dat het kruis en de huiden later zijn toegevoegd door een andere schilder. Zij voeren bovendien aan dat de verschijning van Johannes androgyn of hermafrodiet is, een theorie die schijnt te worden ondersteund door een schets van Da Vinci. Het wijzende gebaar van Johannes naar de hemel stelt het belang van verlossing door middel van de doop die Johannes de Doper vertegenwoordigt. De opname van een soortgelijk gebaar van Johannes zou de betekenis van een werk met een religieuze duiding vergroten. Het werk werd inspiratiebron voor latere schilders, met name die in de late renaissance en het maniërisme. |
ModelGian Giacomo Caprotti da Oreno, beter bekend onder zijn bijnaam Salaì (kleine duivel), was de beroemdste leerling, assistent en vermoedelijke minnaar van Leonardo da Vinci. Hij trad in 1490 op tienjarige leeftijd in dienst bij de bottega (het atelier) van de renaissancemeester en bleef bijna dertig jaar aan zijn zijde. Door zijn androgene schoonheid en opvallende krullen stond Salaì model voor diverse beroemde werken. Hij is onder andere het gezicht achter Johannes de Doper, Bacchus (zie onder) en vermoedelijk de Salvator Mundi. Sommige kunsthistorici speculeren zelfs dat zijn gelaatstrekken verwerkt zijn in de Mona Lisa. In het atelier leerde hij schilderen onder de naam Andrea Salaì. Zijn eigen kunststijl leunt zo dicht aan tegen die van Leonardo dat hun werken destijds vaak werden verward. Hij maakte onder andere een naakte variant van de Mona Lisa, bekend als de Monna Vanna. Leonardo omschreef hem in zijn notitieboeken als een 'dief, leugenaar, koppig en een vreetzak', omdat hij regelmatig geld en spullen stal. Ondanks dit rebelse gedrag bleef de band onvoorwaardelijk. Salaì reisde met Leonardo mee door heel Italië en Frankrijk. Bij het overlijden van Leonardo da Vinci in 1519 erfde Salaì, samen met die andere topassistent Francesco Melzi, de helft van Leonardo's persoonlijke wijngaard in Milaan. |
Bacchus?
Johannes de Doper / Bacchus (1513-19?) Olieverf op hout, overgebracht op canvas, 177 x 115 cm Parijs - Louvre
|
|
Leonardo da Vinci (1452-1519)
Giovanni Battista (1513-16) Olieverf op paneel, 69 x 57 cm Parijs - Louvre |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |