Paul Verheijen

ALBRECHT DÜRER

Madonna met de peer

De peer

In de christelijke iconografie staat de peer (en in afgeleide vorm een stukje daarvan) symbool voor de zoetheid van de liefde van Christus en de vrucht van het eeuwige leven. Door haar zoete smaak wordt de peer in de westerse christelijke kunst vaak geassocieerd met de vrucht van de Boom des Levens uit het aards paradijs. Waar de appel in de traditionele iconografie de val van de mensheid en de kennis van goed en kwaad vertegenwoordigt, staat de peer juist voor de belofte van verlossing en eeuwig leven in Christus.
Geïnspireerd door theologische traktaten en preken, zoals die van Bernardus van Clairvaux over het Hooglied, staat de zoete smaak van vruchten symbool voor de innerlijke zoetheid van het hart en de gaven van de wijsheid.

In de peer gehapt (linkerafbeelding)

Dürer toont hier een busteportret van de Maagd Maria tegen een zwarte achtergrond, die met een teder neergeslagen blik het Kind Jezus op een doek presenteert. Het zachte Madonna-type en het Kind dat op zijn zij ligt, komen overeen met laatgotische voorbeelden, terwijl de bleke kleuren en zachte modellering meer van Italiaanse oorsprong zijn.

In zijn linkerhand houdt het Kind een stukje peer vast. Dat de peer door Christus wordt vastgehouden maakt duidelijk dat Dürer zinspeelt op Christus' latere offer en de zoetheid van zijn genade. Het symboliseert de liefde van Christus voor de mensheid. Dürer benadrukt tevens de tederheid en de zachte familiariteit tussen moeder en kind.
Wat dit werk uniek maakt, is dat er twee kleine tandjes in het peerschijfje staan. Waar de hap uit de appel door Adam en Eva de erfzonde en de dood bracht, symboliseert de hap van Jezus uit de zoete peer dat Hij vrijwillig de menselijke natuur aanneemt om die zonde juist te overwinnen en de belofte van het eeuwige leven (de Boom des Levens) in te lossen.

Kweepeer (rechterafbeelding)

Veertien jaar later schildert Albrecht Dürer het thema wederom. Nu heeft Maria de peer in haar hand terwijl het Kind Jezus een anjerbloesem vasthoudt. Sommige kunsthistorici zien in de vrucht een kweepeer. In de christelijke symboliek heeft de kweepeer een bijzondere, vaak gelaagde betekenis. In de middeleeuwse en renaissancistische christelijke kunst speelde de kweepeer een grote rol.
In veel middeleeuwse christelijke tradities en theologische discussies werd vermoed dat de kweepeer – en niet de appel – de werkelijke verboden vrucht was uit de Boom van de kennis van goed en kwaad in het Paradijs. Omdat de kweepeer nauw verwant is aan de appel en goudgeel van kleur is, dacht men dat dit de vrucht was waarmee Eva werd verleid. Omdat kweeperen destijds vaak onder dezelfde noemer als appels werden geschaard, schoof men de kweepeer naar voren als de paradijsvrucht.
In het verlengde van het paradijsverhaal kreeg de kweepeer in de christelijke kunst een positieve betekenis wanneer deze samen met het Christuskind of de Maagd Maria werd afgebeeld. De kweepeer symboliseert dan de overwinning op de erfzonde en de redding van de mensheid. Jezus neemt symbolisch de bittere/zure vrucht van de zondeval over om deze om te zetten in het eeuwige heil.
Albrecht Dürer (1471-1528)
Maria mit der Birnenschnitte (1512)
Olieverf op paneel, 49 x 37 cm (linkerafbeelding)
Wenen - Kunsthistorisches Museum

Madonna mit Kind und der Birne (1526)
Olieverf op paneel, 43 x 31 cm (rechterafbeelding)
Florence - Uffizi
2016 Paul Verheijen / Nijmegen