Devotie
Dit niet gesigneerde en gedateerde paneel van Albrecht Dürer, dat als devotieafbeelding is opgevat, mogelijk als helft van een diptiek. Het toont Christus ten halven lijve, staand in een graf, terwijl hij de tekenen van zijn lijden en kruisiging toont. Hij draagt de doornenkroon en is bedekt met bloedende wonden. Ook zijn er afzonderlijke bloeddruppels zichtbaar op de geaderde balustrade van zijn stenen sarcofaag. De werktuigen van zijn marteldood – een gesel en een merkwaardige takkenbos – worden als eretekenen getoond en vastgehouden door zijn linkerarm, die slap naar beneden hangt, terwijl zijn rechterbeen is opgetrokken (te?) dicht bij zijn lichaam in een gehurkte houding. De knie ondersteunt zijn elleboog, waardoor Jezus zijn hoofd in zijn rechterhand kan laten rusten. Met vermoeide blik kijkt hij de toeschouwer aan en nodigt hem uit tot compassio – het delen in andermans lijden – in de geest van het theologische concept van imitatio: de navolging van Christus. De wonden in zijn handen wijzen erop dat dit geen 'rustende Christus' is. Dat wil zeggen: hij houdt hier niet even halt voordat hij aan het kruis wordt genageld, maar toont in plaats daarvan een laatmiddeleeuws devotiebeeld van de Man van Smarten – losgemaakt van tijd en ruimte en afgebeeld als een levende man, ondanks dat hij reeds de dodelijke verwondingen van zijn kruisiging heeft opgelopen.
Het heldere blauw van de achtergrond direct rondom Christus wekt een ruimtelijke indruk en vormt, in combinatie met de vergulding van het resterende bovendeel van het paneel, een buitengewoon verfijnde kleurharmonie. Kan dit worden opgevat als een blik op de nachtelijke hemel vanuit de grafgrot? Dit sluit aan bij het motief van de met verfijnde klauwen bestrooide gouden achtergrond, waarop te zien is hoe vogels een uil tussen doornige takken aanvallen.
Ik ben als een uil in de woestijn, een steenuil in een verlaten bouwval, slaap ken ik niet, ik ben eenzaam als een vogel op het dak. Mijn vijanden honen mij weg, heel de dag word ik bespot en verwenst.
(Psalm 102:7-9)
In de theologie van de late oudheid en de middeleeuwen werd deze psalmtekst toegepast op het lijden van de vervolgde Jezus en de eenzaamheid van het graf.
|